Chinese aftocht is pijnlijk voor Bank of America

Bank of America (BofA) kan het met een Schotse verdediging proberen. De Amerikaanse bank zal misschien een derde van haar belang in China Construction Bank (CCB) moeten verkopen om te voldoen aan de eis van de regering om de balans met – naar verluidt – 34 miljard dollar (25,5 miljard euro) te versterken. De situatie waarin de bank verkeert doet denken aan die van Royal Bank of Scotland (RBS), die zijn belang in Bank of China vorig jaar op aandringen van de Britse regering moest afstoten.

Het verzilveren van een deel van de papieren winst van BofA op zijn belegging in CCB kan een goede manier zijn om snel aan het benodigde geld te komen. De aandelen zijn het viervoudige waard geworden van wat BofA er in 2005 voor heeft betaald. Maar het afstoten van een groot belang in een trotse Chinese bank is nooit alleen maar een financiële kwestie. Een slecht afgewikkelde transactie kan de betrekkingen met de opkomende supermacht schaden, terwijl de belegging die juist had moeten versterken.

Dit verklaart waarom andere westerse banken die aandelen in Chinese partners hebben verkocht, voor een beetje theater hebben gezorgd. Neem Goldman Sachs. Die bank maakte een publiek spektakel van het vasthouden aan een deel van haar aandelen in ICBC, waardoor zij de rest stilletjes kon verkopen. En UBS deed in de laatste uurtjes van 2008 op discrete wijze afstand van zijn belang in Bank of China.

Peking is wellicht bezorgd over de gevolgen van de verkoop van een groot pakket aandelen voor de beurskoers van een bank. Maar zulke angsten zijn tot nu toe misplaatst gebleken. De koers van ICBC is feitelijk enigszins gestegen nadat Allianz en American Express aandelen hadden verkocht. In ieder geval verbleekt het belang van BofA van 8 miljard dollar naast de marktwaarde van CCB van 163 miljard dollar.

BofA moet nog steeds de Chinese gevoeligheden aftasten. De beste koers lijkt de Schotse verdediging te zijn – door net als RBS aan te voeren dat de bank niet anders kon. BofA heeft sinds de desastreuze overname van zakenbank Merrill Lynch in september 45 miljard dollar aan overheidsgeld gekregen. Ook RBS moest Britse staatssteun accepteren na voor veel te veel geld (een deel van) ABN Amro te hebben gekocht.

Dat zou de Chinese zorgen over gezichtsverlies kunnen verlichten, maar geen compensatie vormen voor de gemiste kans. Dergelijke riante beleggingsmogelijkheden doen zich niet elke dag voor. De kwakkelende bank is hoe dan ook contractueel verplicht vast te houden aan een belang van 11 procent in zijn Chinese partner, terwijl RBS alles moest verkopen.

    • John Foley