'Bij mij moeten acteurs zich dus inhouden'

Om iets dierlijks toe te voegen aan het decor van het toneelstuk Parasieten voorzag regisseur Susanne Kennedy het van verse vliegen. „Ze roepen een associatie op met verval.”

Susanne Kennedy Foto NRC Handelsblad, Leo van Velzen Den Haag, 10-12-07. Susanne Kennedy. Foto Leo van Velzen. Velzen, Leo van

De maden zijn net op tijd dikke vliegen geworden. Regisseur Susanne Kennedy (1977) kocht ze drie weken geleden voor haar bewerking van Marius von Mayenburgs toneelstuk Parasieten voor het Nationale Toneel. Drie dagen voor de première zwermen ze loom in langwerpige lichtbakken aan de betegelde wand van haar kale decor: een zwembad, een sauna, een terrarium.

„Ik wilde iets levends, iets dierlijks toevoegen aan het toneelbeeld”, zegt Kennedy. „Omdat de tekst van Von Mayenburg ook zo is; er zit geweld in zijn taal, het is heel plastisch. Toen ik het las beleefde ik zijn woorden heel fysiek. Die ervaring probeer ik nu naar het toneel te vertalen. Die sfeer: de benauwdheid, de hitte, de lethargie. En de vliegen: vliegen roepen de associatie op met het menselijk lichaam, met de ontbinding, het verval daarvan.

„Parasieten gaat over mensen die een soort vervreemding voelen van zichzelf, van hun gevoelens, maar ook van hun lichaam. Hun lichaam is ze vreemd geworden, een leegte die ze proberen te vullen door te parasiteren op een ander.”

Kennedy, die opgroeide in Duitsland, maar regie studeerde in Amsterdam, maakte voor het Nationale Toneel eerder onder meer het gewelddadige Phaedra’s Love (naar Sarah Kane), en een extreem uitgeklede, doorontwikkelde versie van Ibsens Hedda Gabler. Met wisselend succes: „Ik ben gewend geraakt aan slechte recensies.”

Hoewel ze onmiskenbaar is beïnvloed door de transparantie van het Nederlandse theater – „in het bijzonder van Discordia” – past wat zij doet misschien niet zo gemakkelijk in de Nederlandse toneeltraditie, denkt Kennedy. „Dat je bestaand repertoire gebruikt om daar als regisseur vervolgens iets radicaal anders mee te doen, is hier misschien minder gebruikelijk dan in Duitsland – zeker wat jonge regisseurs betreft. Nederlanders vragen me dan altijd: waarom maak je dan zelf niet iets? Maar dat is juist omdat je met zo’n tekst al iets in handen hebt, iets dat op zichzelf zo krachtig is, bijna monumentaal soms. Dat zou ik nooit zelf kunnen creëren. Bovendien vind ik het juist ook interessant dat de toeschouwers het stuk vaak al kennen, en zich dan opnieuw moeten verhouden tot wat ik er van heb gemaakt.”

Bij Hedda Gabler hield dat vooral in: veel weglaten. „Veel aan Ibsens stuk is inmiddels gedateerd. Maar de basis, de kern, die is nog altijd actueel. Ik ga graven en wroeten en gooi dingen weg, totdat ik daar bij kan komen. De kritiek op mij luidt dan soms dat ik te veel heb weggelaten.”

Opvallend aan haar bewerking van Hedda Gabler was dat er vooral een sfeer, een gemoedstoestand overbleef. „Een verhaal vertellen van a tot z, met een opbouw hier en een catharsis daar, dat interesseert mij niet zo. Ik ben benieuwd naar de gevoelens van de personages, naar wat ze onderdrukken, hun onvermogen zich te uiten, de onmogelijkheid van contact. Dat innerlijke landschap van die mensen wil ik vertalen naar toneel, in de ruimte, de sfeer. Ideaal is het als het publiek dat bij binnenkomst al voelt, al ervaart, en zich daar dan gedurende anderhalf uur in mee beweegt.”

In Parasieten is het ‘innerlijke landschap’ van de personages zwart. Ze klampen zich aan elkaar vast en bekken elkaar af, maken elkaar kapot, maar kunnen elkaar niet loslaten. De zwangere Friderike rookt rustig door, zodat ze haar foetus, bewust, „bedekt met een laag teer”. Over ziekenhuiseten („lijkenvoer”), zegt ze dit: „Soms gebeurt het dat een heel rek met embryo’s in reageerbuisjes bederft. Dan staan er weer scampi op het menu.” Kennedy: „Als je zoiets leest voel je een steen in je maag. Dat ervaar ik ook bijvoorbeeld bij het lezen van Houellebecq: een pijnlijk besef van die intens treurige condition humaine. Zelf ben ik helemaal geen pessimist of misantroop, maar in de kunst zoek ik wel altijd naar dat zwarte. Dat treurige, pijnlijke gevoel doet iets met je. Het is afschuwelijk, maar er kan ook een soort troost vanuit gaan, door de herkenning, de spiegelfunctie.”

Dat ze een ervaring, een gevoel wil overbrengen betekent dus: niet te veel vertellen. Voor haar acteurs betekent het: niet te veel acteren. „Er zit al zoveel kracht in de taal van Von Mayenburg, als een acteur dat ontzettend zou gaan spelen, zou het plat worden. Het stuk gaat over onvermogen en het onderdrukken van emoties. Dus niet: die is boos, dus hij schreeuwt en die is treurig, dus hij huilt. Als je zulke gevoelens niet uit, is het geweld dat je jezelf aandoet veel groter. Dat moet het publiek voelen.

„Bij mij moeten acteurs zich dus inhouden. En ik moet veel van het effect uit de vorm halen. Zoals in de montage bij films wel gebeurt; dat de combinatie van twee shots bij de toeschouwer het gewenste effect teweeg brengt. Naar dat soort technieken zoek ik, maar dan op het toneel.”

Omdat het minder verhalend is, is haar werk noodgedwongen meer vormgericht. „Ik denk erg na over de vorm van het acteren. Maar ook bijvoorbeeld over de vorm van de lichamen van acteurs, hoe ze zich tot elkaar verhouden, wat voor effect het licht op ze heeft. Wat dat betreft is mijn werk ook fysieker. Alsof ik aan het schilderen of beeldhouwen ben. Ik creëer in feite een soort van tableaux vivants.”

Dat Kennedy geen letterlijke boodschap verkondigt, houdt ook in dat ze niet oordeelt, zegt ze. „Ik kijk misschien wel naar mijn personages met een afstandelijke blik, als een wetenschapper. Maar ik moet tegelijk mededogen met ze houden, anders worden ze snel lelijk.” En het parasiteren uit de titel, zit daar geen oordeel in? „Dat vind ik niet. Parasieten zijn niet per se slecht, ze zijn simpelweg onderdeel van het leven, van de levenscirkel.”

Daarover gesproken: „Die vliegen leven maar een maand. Dat redden we misschien net niet met de voorstellingen. Dus ik moet gauw nog even nieuwe maden kopen.”

Première ‘Parasieten’: vanavond Nationale Toneel Gebouw in Den Haag. Zie voor een speellijst www.nationaletoneel.nl

    • Herien Wensink