Asa heeft voor zijn bruid Tulpan te grote oren

Scene uit de film Tulpan (2009) Foto: Filmmuseum Filmmuseum

Tulpan

Regie: Sergei Dvortsevoy. Met: Ashkat Kuchencherekov, Ondasin Besikbasov. In: 9 bioscopen. * * * *

Er is in de verste verte geen water te bekennen. En daar op die Kazakse steppen van stof en zand komt Asa aangelopen, in zijn matrozenuniform. Zijn diensttijd bij de Russische marine zit erop. Als een gestrande zeeman heeft hij de schatkaart van zijn dromen onder zijn kraag getekend: hij wil een schapenranch gaan bouwen op zijn geboortegrond. Een klein probleempje: Asa is niet getrouwd en de enige manier om een kudde te verwerven is zich snel te verloven met de mooie Tulpan, in ruil voor een kroonluchter en tien schapen die zijn zwager hem wel in bruikleen wil geven. Ander probleempje: Tulpan wil eigenlijk naar de stad, om te studeren. Bovendien vindt ze zijn oren te groot.

Nadat het speelfilmdebuut van gelauwerd documentairemaker Sergei Dvortsevoy vorig jaar de prijs won van Un Certain Regard op het Filmfestival Cannes, heeft Tulpan een ware zegetocht door de internationale festivalwereld gemaakt. In Tulpan keert Dvortsevoy terug naar het toneel uit zijn documentairedebuut Paradise: de nomaden op de Kazakse steppen. Hij laat zien hoe ze leven op de bekende breuklijn van traditie en moderniteit, die al in veel films uit Centraal-Azië te zien is geweest.

Hoewel Dvortsevoy een groot observator en landschapsschilder is, hoef je bij hem niet te vrezen voor valse nostalgie. Hij bekijkt zijn hoofdpersoon Asa eerder met onderkoelde humor en vergroot van het steppebestaan juist de absurde en niet de poëtische kanten uit. Zo heeft Asa’s beste vriend zijn tractor volgestouwd met pornoblaadjes en draait hij de hele dag het nummer Rivers of Babylon.

Zo terloops als Tulpan er uitziet, zo precies is alles gechoreografeerd. Vier jaar werkte Dvortsevoy aan zijn film, tot hij niets meer aan het toeval over hoefde te laten, zelfs die onberekenbare schapen niet. Daarin ligt het ware genie van de film: dat alles er uitziet alsof het daar zomaar is aangetroffen, aan de oevers van de tijd.

    • Dana Linssen