'Sjamaan leeft in sluimergebied'

Documentairemaker Jiska Rickels vertrok naar India om het verhaal te halen van een bejaarde sjamaan die dagelijks in zijn eigen graf ligt. „Hij bleek een man vol van leven te zijn.”

Jiska Rickels (Foto NRC Handelsblad, Maurice Boyer) Jiska Rickels documentairemaakster Foto NRC H'Blad Maurice Boyer 061121 Boyer, Maurice

Een oude man ligt in een open graf. ,,Dood, kom mij halen’’, smeekt hij. Maar de dood komt niet. Dan klautert hij er kwiek weer uit om zich aan zijn levenstaak te wijden: het genezen van zieken. Babaji is sjamaan. Meer dan 100 jaar oud, fluisteren de dorpelingen. ,,Maar hij gaat er steeds jonger uitzien’’, zegt één van hen. ,,De dood loopt van hem weg.’’

Babaji is de hoofdpersoon van de nieuwe documentaire van Jiska Rickels (1977) die direct met haar afstudeerfilm Untertage (2003) en het daaropvolgende vierluik 4 Elements (2006) als een groot talent werd herkend. Ook Babaji, an Indian Love Story, is weer zo’n aards verhaal, over liefde, leven en dood. Maar Rickels toont zich ook van een speelse en lichte kant als zij kleurrijk en met muzikale intermezzi het verhaal vertelt van de man die zoveel van zijn zeven jaar geleden gestorven echtgenote hield dat hij haar tegen alle Hindoe-gebruiken in heeft begraven en zijn eigen graf alvast naast het hare heeft ingericht.

De geschiedenis van Babaji werd haar aangedragen door Jos de Putter, vertelt Rickels die tegenwoordig in Berlijn woont. ,,Hij had zelf geen tijd, maar hij zag een heel visueel verteld verhaal voor zich en dacht aan mij.’’

In eerste instantie dacht Rickels ook dat ze met weinig woorden toe zou kunnen, maar de film is voor haar doen heel spraakzaam geworden. ,,Toen ik in India aankwam bleek Babaji heel anders te zijn dan ik in gedachten had. Ik stelde me het leven van een man die elke dag vrijwillig een paar uur in zijn graf gaat liggen om te sterven als heel grauw voor. Maar hij bleek vol van leven. Babaji leeft eigenlijk in drie werelden: de materiële, het hiernamaals, en een sluimergebied waarin hij geesten vangt en mensen geneest en als het ware tussen leven en dood instaat.

„Daar kan ik hem niet volgen, al heb ik hem honderden vragen gesteld, over hoe hij zijn vaardigheden heeft geleerd, en hoe die geesten er precies uitzien. Dat bijna wetenschappelijke research. Voor mijn eerdere films ging ik ook zo te werk, alleen zien je nu iets van die vragen in de film terug. Ook kreeg het project onverwacht een persoonlijke dimensie. Vlak voor mijn vertrek stierf mijn opa, aan de vooravond van zijn 60ste huwelijksdag. Dat maakte het onderwerp van de film meteen veel persoonlijker.

,,Babaji is een mythe, en mythes worden gemaakt. Dat was ook een reden om andere mensen over hem aan het woord te laten. Nog steeds komen er van heinde en verre mensen om hem in zijn graf te zien liggen. We hebben ervoor gewaakt om geen deel te worden van een hype. Eerst een artikel in de krant, toen de cameraploegen en dan ook nog een filmploeg uit Europa, daar wilden we niet te veel nadruk aangeven. Het shot vanuit zijn graf is een van de weinige geënsceneerde beelden in de film. Maar het is een geweldig gezicht, al die mensen daarboven terwijl je van beneden naar ze omhoog kijkt.’’