Raar haar als alarmsignaal

De agressie van Karst T. roept vragen op over zijn geestesgesteldheid.

Psychiater À Campo ziet mogelijke trekjes van een psychose.

Vietnamveteraan Travis Bickle (Robert De Niro) scheert zijn haar voordat hij een aanslag pleegt in Taxi Driver.

Dat haar. Dat rare kapsel van Karst T.: aan de zijkanten kaal en bovenop een hanekam-achtige strook stekeltjes. En dat dan in combinatie met die extreem agressieve actie, op Koninginnedag, en het feit dat T. helemaal geen intieme vrienden lijkt te hebben – die drie dingen. „Ik ben natuurlijk vooringenomen”, zegt Joost à Campo, „maar ik moest meteen aan mijn onderzoek denken.” À Campo, psychiater bij Mondriaan, centrum voor geestelijke gezondheidszorg in Heerlen, promoveerde in 2004 op het proefschrift Changes in appearance and psychosis (‘Uiterlijke veranderingen en psychose’).

Uit zijn onderzoek bleek dat radicale veranderingen in het uiterlijk – nieuwe extreme kapsels of tatoeages – vaak een signaal zijn van een psychose: een verlies van realiteitsbesef. „Op de gesloten afdeling waar ik werk, zie je dat mensen zich bijvoorbeeld plotseling kaalscheren, of tatoeages of piercings nemen, rondom het moment dat ze in een psychose raken. En ook bij mensen die niet te boek staan als schizofreen kunnen zulke veranderingen in uiterlijk het begin van een psychose markeren.”

Het is natuurlijk niet zo dat iedereen die een raar kapsel of een tattoo neemt dus psychotisch is, benadrukt À Campo. „Maar in combinatie met andere verschijnselen kunnen veranderingen in het uiterlijk helpen om je bewust te maken dat er misschien iets met iemand aan de hand is.”

Of Karst T. vanuit een psychose handelde, kan À Campo niet met zekerheid zeggen. „Ik werk al twintig jaar dagelijks met schizofrenen en psychotici, dat maakt ook dat ik in die richting denk. Ja, het is voorstelbaar. Dit is zo’n destructieve daad dat wij denken: dat is toch echt niet te plaatsen. Daarmee bedoel je dat het niet binnen onze realiteit past – dan kan het binnen het denkraam van iemand met een psychose wel heel logisch zijn. Mensen die psychotisch zijn, ervaren per definitie een andere werkelijkheid.”

Niet alle mensen met een psychose worden gewelddadig, maar dat kan wel. Het trieste is dat een psychose in principe te behandelen is. À Campo vertelt over een van zijn patiënten: een agressieve man, die jaren gedetineerd was geweest omdat hij zomaar mensen in elkaar had geslagen. „Het viel me op dat hij duivelse tatoeages in zijn hals had: het getal 666 en een pentagram. Toen ik daarover doorvroeg, ontspon zich een heel paranoïde waansysteem: hij zag de duivel in andere mensen en die wilde hij eruit slaan. Dat gesprek was een keerpunt. Hij heeft anti-psychotische medicijnen gekregen en daarna nooit meer een vlieg kwaad gedaan.” Of neem het geval van de moeder die haar kind vermoordde omdat ze ervan overtuigd was dat ze de duivel had gebaard. Een gruweldaad, maar ze deed het om de wereld te redden.

Nogmaals: of Karst T. vergelijkbare wanen had, daarover valt helemaal niets te zeggen. Voor zover bekend was hij nooit in contact geweest met de geestelijke gezondheidszorg. Al hoeft dat ook weer niet te betekenen dat hij niet psychotisch was, aldus À Campo. „Zoiets kan met iets dramatisch beginnen en meteen afgelopen zijn, net zoals je aan je eerste hartinfarct kunt overlijden. Maar iemand kan ook best al langer ziek zijn.”

Merkt de omgeving het niet als iemand denkt in een andere werkelijkheid te leven? „Als je de gelegenheid hebt om door te vragen, kom je een heel eind. Maar deze mensen hebben vaak paranoïde wanen, zijn dus enorm op hun hoede en weinig mededeelzaam. Dat maakt het lastig. Bovendien zie je vaak dat ze zijn uitgestoten uit hun werk, hun opleiding, en dat ze dan ook maar stug die uitgestoten positie volhouden. Ze hebben steeds minder vrienden en uiteindelijk haakt ook de familie af. Schizofrene psychosen uiten zich meestal voor het eerst in de vroege volwassenheid, maar het kan ook later.” Dan zitten ouders niet meer zo bovenop hun kind.

Je leven zo inrichten dat je niet onder behandeling hoeft, is ook makkelijker voor mensen die een wat geïsoleerd bestaan leiden, zegt À Campo. „Die opvallen door onopvallendheid, als het ware. Als iemand schijnbaar rustig leeft zonder anderen, kan dat betekenen dat hij het contact met anderen niet vertrouwt.” In de klinische literatuur wordt eenzaamheid, sociale isolatie, dan ook als alarmsignaal voor psychiatrische stoornissen gezien.

Hoeveel mensen in Nederland hebben er een potentieel gevaarlijke stoornis? Daar is helemaal geen zicht op, aldus À Campo, maar slechts een deel van de psychotici is onder behandeling. „Bij mensen die geen hulp vragen, moet er sprake zijn van ordeverstorend gedrag wil je kunnen ingrijpen. En zelf zullen die mensen niet zeggen: ‘ik zie of hoor iets wat niet klopt’, of ‘ik denk niet goed, daar ga ik een psychiater bij halen’. Voor hen is het gewoon de realiteit.”

À Campo vindt aandacht voor deze groep mensen belangrijk. „Ons zorgsysteem gaat ervan uit dat mensen zelf in staat zijn om hulp te vragen. Maar deze categorie valt daar helemaal buiten. Vaak wordt er dus pas ingegrepen als er al gevaarlijke situaties zijn ontstaan. Daarom kun je juist bij deze mensen dramatische veranderingen in het uiterlijk als signaal gebruiken. Een gezonde dosis bemoeizorg is dan op zijn plek. Als je iemand ook nog steeds geïsoleerder ziet raken, zouden familie, vrienden, werkgevers en de politie moeten kunnen zeggen: ik haal er zorg bij.”

    • Ellen de Bruin