Plasterk moet Arnhem terugfluiten

Minister Plasterk moet vasthouden aan het oorspronkelijke plan voor het Nationaal Historisch Museum, stellen Job Drijber en Paul Scholten.

(Illustratie Bas van der Schot) Schot, Bas van der

Onlangs is bekend geworden dat de nieuw aangestelde projectdirectie voor de ontwikkeling van het op te richten Nationaal Historisch Museum (NHM) zich niet gebonden voelt aan het eerdere concept. Zij gaat op een andere plaats in Arnhem een ander plan ontwikkelen. Minister Plasterk (Cultuur, PvdA) laat zich hierin meeslepen.

Vorig jaar hebben Jan Vaessen, toenmalig directeur van het Nederlands Openluchtmuseum (NOM) en architect Francine Houben op verzoek van de provincie Gelderland en de gemeente Arnhem binnen korte tijd hun visie op papier gezet om met Den Haag en Amsterdam mee te dingen naar uitverkiezing van het NHM. In de ogen van Vaessen en Houben moest een tweeluik van onze nationale geschiedenis ontstaan, waarmee de natuurlijke verbinding tussen ons volk en zijn historische hoogtepunten zichtbaar zou worden.

Het zo succesvolle NOM verbeeldt het dagelijks leven door de eeuwen heen, het nieuwe NHM zou de hoogtepunten van de nationale historie weergeven aan de hand van de nieuwe nationale canon en in een hedendaagse jas. Beide op één herkenbare plek naast elkaar gesitueerd, zodat ieder van elkaars nabijheid kan profiteren, alles ten gunste van de bezoekers. Dat bij dit concept de mogelijkheid bestaat om tot een gezamenlijke exploitatie te geraken zou een extra argument kunnen zijn om dit plan zo uit te voeren. De al eerder geopperde verlenging van de populaire historische tram naar het Centraal Station die op het terrein van het NOM aanwezig is, zou met de extra 250.000 bezoekers bovendien de te verwachten grotere parkeerdruk opvangen en de aantrekkelijkheid van beide kunnen vergroten.

Door minister Plasterk is het ontwerp vervolgens ongewijzigd overgenomen. De Tweede Kamer ging akkoord. De twee internationaal vermaarde bedenkers leken met hun plan de landelijke discussie over plaats en opzet te doen verstommen.

Nu blijkt dat de dag na de pensionering van Vaessen het plan is afgeserveerd. Het NHM zal met instemming van de lokale en regionale overheid op een heel andere plek in de stad – bij de John Frostbrug – in een totaal andere opzet vorm moet krijgen. Nadelen van bereikbaarheid en het totaal ontbreken van extra parkeerruimte worden op de koop toe genomen. De koppeling met het NOM met al zijn ervaring en kennis wordt door de intussen binnengehaalde projectdirectie losgelaten. Bovengenoemde voordelen van de nu verlaten locatie worden van tafel geveegd en aan eerdere uitspraken voelt men zich niet gebonden.

Gemeente- en provinciebestuur, die een kans zien om ook andere doeleinden na te streven, laten het plan Vaessen-Houben, in strijd met hun eerdere verzoek, als een baksteen vallen en omhelzen het nieuwe idee. Als klap op de vuurpijl werd vervolgens bekendgemaakt dat minister Plasterk achter deze nieuwste ontwikkeling staat, terwijl juist hij zeer uitgesproken voor het concept Vaessen-Houben had gekozen.

Deze ministeriële tournure zal in de Tweede Kamer de nodige ergernis opwekken. Dit zal ook het gebrek aan respect tegenover de bedenkers betreffen. De rol die gemeente en provincie hier spelen is in het licht van hun eerdere verzoek een staaltje van ongekende lenigheid.

Het is bovendien hoogst ongelukkig wanneer deze nieuwbakken projectdirectie zich wellicht nog van een buitenlandse architect gaat bedienen in zo’n typisch nationale aangelegenheid. En dit alles ook nog op een gevoelige plek, die qua betekenis met de haren erbij wordt gesleept. Denk daarnaast nog eens aan het effect voor het Openluchtmuseum dat juist samen met zo’n buurman zijn toekomst zou verzekeren. Ook dat is nationaal van belang.

Er is nooit gekozen voor Arnhem als vestigingsplaats met alle vrijheid daarbinnen, maar voor de visie van Vaessen c.s., die nu eenmaal gekoppeld is aan (de plaats van) het NOM. Wij vinden dat de huidige ontwikkeling alsnog moet worden gekeerd. Wanneer de projectdirectie zich daar niet in kan vinden, moet zij opstappen. De Kamer moet zijn tanden laten zien en aan Plasterk de enig juiste weg wijzen. Anders komen er brokken van en wordt waarschijnlijk de landelijke discussie ook weer losgetrokken.

Mr. J. Drijber en mr. P. Scholten waren achtereenvolgens burgemeesters van Arnhem van 1980 tot 1989 en van 1989 tot 2001.

    • Paul Scholten
    • Job Drijber