Palestijnen komen voor Israël na Iran

Het nieuwe Israëlische leiderschap begint zijn Midden-Oostenpolitiek te onthullen. De Palestijnse kwestie komt op de tweede plaats voor Jeruzalem, na het gevaar-Iran.

Als je vrede wilt, bereid dan de oorlog voor. De buitenlandse politiek van de nieuwe Israëlische regering bleef wekenlang verscholen achter oneliners als deze. Premier Benjamin Netanyahu hield zich schuil en liet zijn minister van Buitenlandse Zaken, Avigdor Lieberman, in interviews verwarring zaaien over de vraag wat zijn rechtse regering wil.

Deze week kruipen Netanyahu en Lieberman voorzichtig uit hun schulp. Lieberman is bezig met zijn eerste rondreis door de Europese Unie, waar de omstreden politicus met een zekere argwaan ontvangen wordt. Lieberman moet in Europa niet alleen het nieuwe beleid verdedigen, maar ook zichzelf. De leider van de extreemrechtse partij Yisrael Beiteinu (Israël ons Huis) viel tot dusverre vooral op door te pleiten voor deportatie van deloyale Palestijnen die in Israël wonen, en belediging van buitenlandse collega’s.

Netanyahu stuurde president Shimon Peres naar de Verenigde Staten om aan de Amerikaanse president Barack Obama uit te leggen dat Netanyahu zich gaat inzetten voor „een historische vrede” in het Midden-Oosten. Zelf sprak de premier gisteren in een videoboodschap de jaarconferentie van AIPAC, de pro-Israëllobby in de Verenigde Staten, toe .

Netanyahu gaf een voorschot op de boodschap die hij zal overbrengen aan Obama als hij de president op 18 mei ontmoet. Nergens in zijn toespraak wordt de mogelijkheid van de stichting van een Palestijnse staat naast Israël genoemd. Zijn voorganger, Ehud Olmert, beleed in woorden de noodzaak van een Palestijnse staat.

Netanyahu zei dat er een volledig andere manier is om vrede met de Palestijnen te bereiken – via de economie. Als Israël meewerkt om de Palestijnse economie te verbeteren, dan brengt dat vrede vanzelf dichterbij. Onderhandelingen met de Palestijnse president Mahmoud Abbas moeten „met een frisse blik” en „zonder voorwaarden” gevoerd worden – een vriendelijke manier om te zeggen dat het resultaat van de slepende onderhandelingen tussen Olmert en Abbas de prullenmand in kunnen. Abbas’ onderhandelaar Saed Erekat merkte smalend op dat een „economische vrede” tussen Israël en de Palestijnen niet veel meer om het lijf heeft dan „normalisering van de staat van bezetting”.

Lieberman sprak in Rome, waar hij zijn collega Frattini en premier Berlusconi ontmoette, evenmin over een Palestijnse staat. Niet verrassend, omdat Lieberman vorige week in een interview zei dat het opgeven van land voor de Palestijnen onbespreekbaar is. Hij wilde het liever eerst over Iran hebben, volgens de minister „het grootste probleem in het Midden-Oosten”.

Netanyahu en Lieberman zijn al langer voor een Israëlische aanval om het atoomprogramma van Iran uit te schakelen. Anonieme regeringsfunctionarissen zeggen met meer regelmaat dan voorheen in de pro-Netanyahu-krant The Jerusalem Post dat een aanval onvermijdelijk is, omdat Iran weigert toe te geven aan druk om het verrijken van uranium te stoppen. In dit licht moet ook de aanstaande benoeming worden gezien van Michael Oren, een prominent voorstander van een aanval op Iran, tot ambassadeur in Washington.

Geruisloos verdwijnt zo de Palestijnse kwestie van het toneel. Netanyahu en Lieberman, beide nationalistisch geschoolde politici, lijken weinig zin te hebben in territoriale concessies, zeker omdat in hun ogen de verdeelde Palestijnen nauwelijks een bedreiging vormen voor Israël. Iran vormt volgens hen wél een bedreiging voor het voortbestaan van de staat. Pas als het probleem-Iran is opgelost, wil Netanyahu vrede met de Palestijnen sluiten.

Netanyahu heeft nog bijna twee weken de tijd om na te denken hoe hij deze boodschap aan Obama zo positief mogelijk gaat uitleggen. Een groot conflict tekent zich af tussen de twee nieuwe regeringsleiders. Waar de Israëlische retoriek harder wordt, zoekt Obama juist toenadering tot Teheran.

Obama heeft zich bovendien, net als de Europese Unie, ondubbelzinnig voor een Palestijnse staat uitgesproken. Zijn gezant George Mitchell en minister Hillary Clinton hebben in Jeruzalem al niet mis te verstane boodschappen overgebracht. Een Palestijnse staat kan alleen levensvatbaar zijn als Israël zich terugtrekt uit bezette gebieden en nederzettingen ontruimt. Vicepresident Joe Biden herhaalde dit gisteren voor de AIPAC-conferentie. „Dit zult u niet leuk vinden om te horen”, zei Biden. „Bouw geen nieuwe en ontmantel illegale nederzettingen. Sta Palestijnen vrijheid van beweging toe.”

Het bezoek van president Peres lijkt een poging van Netanyahu om zijn regering een wat vriendelijker gezicht te geven. Om Peres hangt internationaal nog altijd het aura van de Oslo-akkoorden, die hij in het midden van de jaren negentig als minister van Buitenlandse Zaken ondertekende. Zonder het met zoveel woorden te zeggen, suggereerde Peres dat Netanyahu wel degelijk wil praten over een Palestijnse staat. „Ik geloof dat Netanyahu op zoek is naar een historische vrede”, zei Peres tegen Obama. Netanyahu zou verdragen die zijn voorgangers hebben getekend, respecteren. „Hij heeft gezegd dat hij de Palestijnen niet wil regeren.”