Obama's aanpak kan slagen

De aanpak van de regering-Obama van het gebruik van belastingparadijzen door Amerikaanse bedrijven zal naar verwachting het effectieve tarief voor de vennootschapsbelasting met 1,5 procentpunt doen stijgen naar ruim 20 procent. Daardoor blijft het nog steeds onder het niveau van 1994. Als de winsten weer op peil komen, zullen de extra inkomsten – die worden geschat op 210 miljard dollar over tien jaar, ongeveer 25 miljard dollar per jaar nadat zij geleidelijk zijn ingevoerd – niet voor een grote verlaging van het Amerikaanse begrotingstekort zorgen. Maar de combinatie van minder gaten in de wet met een vermindering van het voornaamste belastingtarief van 35 procent zou wel behulpzaam zijn.

Het aan banden leggen van belastingontduiking was een belangrijk thema in de verkiezingscampagne van Barack Obama en is politiek aantrekkelijk. De gisteren bekendgemaakte maatregelen lijken zinvol te zijn en de ergste gaten te dichten. Maar zelfs op grond van de eigen inschattingen van de regering zullen de veranderingen weinig invloed uitoefenen op de jaarlijkse begrotingstekorten van 1.000 miljard dollar. En die inschattingen konden wel eens aan de hoge kant zijn, omdat bedrijven andere manieren zullen vinden om een deel van de belastingen te ontduiken.

Aan de inkomstenzijde is de langetermijntrend van de ondernemingsbelastingen als percentage van het bruto binnenlands product (bbp) nagenoeg vlak. Zij namen in 1993/94 2,05 procent van het bbp voor hun rekening, en in 2007/08 2,13 procent. Dat zijn soortgelijke economische jaren, zij het dat de economie nu een andere kant op gaat dan toen.

Maar de bedrijfswinsten maakten in 2007/08 een veel hoger percentage uit van het bbp, zodat het effectieve netto tarief daalde van zo’n 24,1 in 1993/94 naar 19,4 in 2007’08. Dat betekent dat als de winsten terugkeren naar het percentage van het bbp uit 1994, de belastinginkomsten van de overheid zullen dalen, waarschijnlijk met méér dan de plannen van Obama zullen opleveren.

Er blijkt ook uit hoeveel ruimte er is voor een verlaging van het nominale tarief voor de vennootschapsbelasting van 35 procent in de VS, hetgeen naar internationale maatstaven gemeten hoog is.

Zelfs als de plannen van de regering het feitelijke tarief voor de vennootschapsbelasting boven de 20 procent doen uitkomen, zal dat nog steeds ruim beneden het niveau van 1993/94 zijn – en geenszins te hoog. Het elimineren van deze en andere mazen in de wet kan de belastinginkomsten op peil houden, terwijl het hoofdtarief kan worden verlaagd. Dat betekent dat bedrijven geen dure belastingontwijkingsstrategieën meer hoeven te volgen, waardoor economische activiteiten soms buiten de VS belanden. Een lager tarief voor de vennootschapsbelasting met minder gaten zou economisch efficiënter kunnen zijn.