Inval in Gaza als omstreden toneel

Toneelgroep Amsterdam speelde gisteren Zeven Joodse kinderen van Caryl Churchill, een controversiële aanklacht tegen de Israëlische inval in Gaza.

„Zeg haar het is een spelletje/ Zeg haar het is ernst/ Maar maak haar niet bang.”

Als speciale, ingelaste voorstelling speelde Toneelgroep Amsterdam gisteren in de eigen Stadsschouwburg Zeven Joodse kinderen: een stuk over Gaza, een tien minuten durende aanklacht tegen de Israëlische onderdrukking der Palestijnen. Aanvullend was er debat.

De vooraanstaande Britse toneelschrijver Caryl Churchill, patroon van de Palestine Solidarity Campaign, schreef het stuk in januari als boze reactie op de aanval van het Israëlische leger op Gaza. Opvoeringen in Londen en New York leidden tot controverse; Churchill werd, onder meer in enkele grote kranten, van eenzijdigheid, leugenachtigheid en zelfs van antisemitisme beschuldigd.

In de zevendelige tekst vragen Joodse ouders zich af hoe ze de gewelddadige werkelijkheid voor hun kind moeten vertalen. Wat vertel je, wat verzwijg je, wat lieg je? En hoeveel ideologie laat je op een kind los? Achterliggende gedachte is: hoe rechtvaardig ik het geweld voor mijzelf. Ieder deel beschrijft een episode uit de geschiedenis van Israël. Het begint met een Joodse familie in nazitijd die tijdens een razzia een kind stil probeert te houden. Dan volgt de trek naar het Beloofde Land, de oorlogen met de Arabische landen, en de burgeroorlogen tussen Israël en Palestijnen.

Regisseur Thibaud Delpeut zet zijn zeven spelers tegen de muur met hun rug naar het publiek. Tot in de laatste episode Frieda Pittoors zich tot de zaal wendt. De meest haatdragende passage – over bebloede Palestijnse baby’s op televisie – geeft zij juist een zachte, bange toon. Het beladen woord „uitverkoren” slikt ze zelfs enigszins beschaamd in.

Bron van aanstoot vormen vooral de passages met haatdragende uitwassen van de zionistische ideologie. In de vertaling van Erwin Mortier: „Zeg haar: het zijn dieren, nu leven ze tussen het puin, zeg haar: als we ze uitroeiden zou het me niks kunnen schelen.” Churchill suggereert: de slachtoffers van toen zijn de daders van nu: „Nu zijn wij de ijzeren vuist.”

Historicus Evelien Gans, deelnemer aan het debat, vindt dat de tekst hier en daar een stereotiep beeld geeft van de Joden. Ook hekelt ze de vergelijking tussen het Israëlisch beleid en de shoah.