Hogere straf voor moorden Vukovar

De rechters van het Joegoslavië-tribunaal hebben in hoger beroep een fors hogere straf opgelegd voor de massamoord in Vukovar. De Servische ex-kolonel Veselin Sljivancanin (55), oorspronkelijk veroordeeld tot vijf jaar, kreeg gisteren zeventien jaar cel. De straf voor de Servische generaal Mile Mrksic (61) bleef gehandhaafd op twintig jaar.

De massamoord in Vukovar – in het oosten van Kroatië – was de eerste van vele in de oorlogen die uitbraken na het uiteenvallen van Joegoslavië, begin jaren negentig. De stad werd in november 1991 na een belegering van drie maanden ingenomen door Servische milities en het Joegoslavische Volksleger. In het ziekenhuis troffen de Serviërs bijna driehonderd mensen aan – burgers zowel als soldaten, gewonde, maar ook niet-gewonde Kroaten. De Kroaten werden naar een varkensboerderij in het nabijgelegen Ovcara gereden, mishandeld en in groepen van zeven of acht doodgeschoten. De moordpartij duurde twee dagen.

In september 2007 werd generaal Mrksic schuldig bevonden aan de moord en mishandeling van 194 patiënten van het ziekenhuis. Hij kreeg toen een gevangenisstraf opgelegd van twintig jaar. Kolonel Sljivancanin werd tot vijf jaar cel veroordeeld voor zijn aandeel in de martelingen. Een derde verdachte – kapitein Miroslav Radic – werd toen vrijgesproken. Zowel de aanklagers als de advocaten van de verdachten gingen in hoger beroep tegen het vonnis.

Sljivancanin kreeg in eerste aanleg vijf jaar opgelegd omdat hij niet had gemoord. Sljivancanin en zijn manschappen trokken zich terug, waarna Servische paramilitairen en plaatselijke gewapende Serviërs het bloedige karwei konden afmaken onder de gevangen Kroaten. De beroepsrechters vonden de straf te laag. Sljivancanin is volgens hen verantwoordelijk voor het ophalen van de gewonde krijgsgevangen uit het ziekenhuis, waarna ze urenlang werden gemarteld voordat zij werden gedood en in een massagraf gedumpt. Hij werd ook veroordeeld voor moord.

De vrouw van Sljivancanin ging door het lint toen zij hoorde dat de straf van haar man was verhoogd van vijf naar zeventien jaar. Met gebalde vuisten bonkte zij op het kogelvrij glas dat de publieke tribune scheidt van de partijen in de rechtszaal. Daarna maakte zij in de entreehal van het tribunaal een scène door de advocaten van haar man luidkeels uit te schelden. Uiteindelijk werd zij door zes gewapende VN-bewakers het rechtsgebouw aan het Haagse Churchillplein uitgewerkt.

In Kroatië werd in 2007 met ontsteltenis gereageerd op de vonnissen omdat ze veel te mild zouden zijn. „Dit vonnis is voor mij absoluut onaanvaardbaar”, zei de Kroatische president Stipe Mesic. Premier Ivo Sanader noemde de uitspraak toen „schandelijk” en „een nederlaag voor het idee achter het Joegoslavië-tribunaal”.