'Het gaat om het bewust manipuleren van energie'

De Taiwanese choreograaf Lin Hwai-min richt zich met zijn dansgroep Cloud Gate Dance Theatre op de moderne dans. Het stuk Wild Cursive is nu te zien in het Muziektheater.

Choreograaf Lin Hwai-min (Foto Liu Chen-hsiang) Liu Chen-hsiang

Kalligrafie – Lin Hwai-min (62) haatte het als kind. In zijn milieu hoorde onderwijs in verschillende stijlen van het Chinese schoonschrift bij de opvoeding. Het was een manier om de status te onderstrepen. „Hoe vaardiger je het penseel hanteerde, des te hoger werd je geacht. Het onderwijs richtte zich echter niet op de creativiteit, maar op imiteren en kopiëren: stomvervelend”, vertelt de Taiwanese choreograaf en schrijver. Hij is telg uit een welgestelde, hoog opgeleide familie met veel belangstelling voor kunst en cultuur uit Oost en West. Zijn gezelschap Cloud Gate Dance Theatre staat tot en met zaterdag in het Amsterdamse Muziektheater met Wild Cursive, het laatste deel van een drieluik over de Chinese kalligrafie.

Cloud Gate, dat werd opgericht in 1973, was het eerste moderne-dansgezelschap van Taiwan. Onder invloed van het nationalistische Kwomintang-regime lag de nadruk in die tijd nog vooral op traditionele dansvormen, zoals de multidisciplinaire Chinese opera. Lin doorbrak die traditie. Hij maakte in de Verenigde Staten kennis met de moderne danstechnieken van Martha Graham, José Limón en Merce Cunningham.

De stijl die Lin in zijn thuisland ontwikkelde, is echter primair een samensmelting van enkele Aziatische dansvormen en vechtsporten, met als basis Chi Kung. In deze Chinese leer, gericht op het in balans brengen van de geestelijke en lichamelijke energie, staat de ademhaling centraal.

Daarmee is meteen de link met de kalligrafie gelegd. Lin: „Als je de werken van de oude meesters bekijkt, kom je in contact met energieën van duizenden jaren geleden. Je ziet de sporen van een hand die een pen of een penseel heeft vastgehouden, je kunt zien waar hij meer of minder druk op het papier heeft gezet, je kunt je voorstellen waar de pen een krassend geluid heeft gemaakt of waar de schrijver zijn torso voorover heeft gebogen. De schoonheid zit niet zozeer in de betekenis als wel in de energie. Hetzelfde geldt voor dans.”

Het heeft hem veel tijd gekost zo te leren denken – in termen als beweging en energie, niet in woorden. Lin is van oorsprong schrijver, een bestsellerauteur in Taiwan. De dans kreeg hem pas relatief laat in de greep, al werd hij al vroeg ‘vergiftigd’, zoals hij het zelf uitdrukt. Op zijn vijfde zag hij de film De Rode Schoentjes (Michael Powell, 1948). Met name het optreden van de beroemde Russische danser Leonide Massine trof hem diep: „Als je die film nu ziet: de mannen zijn slecht, de vrouwen matig, maar hij! Hij is nog altijd fascinerend, zo krachtig en expressief.”

Sinds Lin eind jaren zestig besloot serieus werk te maken van een loopbaan in de dans, heeft hij zich ontwikkeld tot een van de belangrijkste choreografen van Azië – zijn invloed op de hedendaagse Aziatische dans is door sommigen vergeleken met die van William Forsythe op het Europese eigentijdse ballet. In de loop der jaren is hij overladen met onderscheidingen en volgende week ontvangt hij de International Movimentos Lifetime Achievement Award voor zijn gehele oeuvre.

Lin ondergaat het met een zekere gelatenheid. Hij spreekt met overtuiging maar ontspannen over zijn werk én dat van anderen („Maakt Hans van Manen nog werk? Ongelofelijk, wat een levenslust! En Kylián? Zit hij nu in München? „Ah, geweldig!”), en hij heeft een – typisch Aziatisch? – gevoel voor relativering. „Vaak is het publiek razend enthousiast over een voorstelling, maar als ik onze vechtsportmeesters hoor, dan klopt er helemaal niets van. Logisch, want ik ben niet geïnteresseerd in de passen, maar in de lichaamstraining die zij ons geven. Wat je ziet, zijn dus geen houdingen uit de vechtsport, al is het onderscheid moeilijk voor een ongeoefend oog.”

Onder schoonschriftspecialisten is de waardering voor het drieluik heel verschillend, maar „die kunnen soms erg benepen zijn in hun opvattingen.” De suggestie dat bij een ‘choreografie over kalligrafie’ het risico van een soort bewegend pleonasme op de loer ligt, wijst Lin resoluut van de hand. „Dat zou zo zijn als je een choreografische imitatie gaat maken. Maar het gaat om de geest, om het toepassen van de principes en het vrij laten lopen van energie. Onze dansers krijgen les in kalligrafie, maar niet om ze mooi te leren schrijven. Nee, zo verwerven zij de benodigde sensitiviteit, een geïnternaliseerd lichamelijk bewustzijn dat heel diep gaat; van het planten van je voet tot het aanspannen van je kringspier. Het gaat om het bewust manipuleren van energie.”

De trilogie over kalligrafie, begonnen in 2001, is belangrijk geweest voor de populariteit het gezelschap, zegt Lin. Hij heeft gemerkt dat er zowel in het Oosten als in het Westen veel belangstelling is voor de eeuwenoude traditie van het schoonschrijven. „Niet zoveel als voor Madonna natuurlijk”, grinnikt hij, „maar er is een hernieuwde interesse voor het verleden. Ik vermoed dat het een reactie is op de opmars van de computer: schrijven met simpele materialen als een penseel, water, inkt en rijstpapier wordt langzamerhand iets exotisch. Met dit werk verbinden wij ons met die traditie.”

Wild Cursive, Cloud Gate Dance Theatre, Muziektheater: 6, 8, 9/5. Inl 020 6255455, muziektheater.nl

    • Francine van der Wiel