Gefrustreerde daders steken elkaar aan

Het onderzoek naar de aanslag op 30 april zal niet voorkomen dat geweld blijft bestaan, meent Uri Rosenthal. En geweld werkt aanstekelijk.

Hoewel het wachten is op de uitkomsten van verschillende onderzoeken, heeft het er alle schijn van dat het Koninginnedagdrama veroorzaakt is door een eenling. De aanslag behoort daarmee tot de categorie gebeurtenissen die vrijwel niet te voorkomen zijn. Het is niet uit te sluiten dat onderzoeken zullen uitwijzen dat er op 30 april 2009 zwakke plekken in de veiligheidsorganisatie en beveiliging zijn geweest. Maar dan blijft overeind dat wanneer een eenling vastbesloten is om een aanslag te plegen, die nauwelijks te voorkomen is. Helaas is het arsenaal aan geweldsmiddelen dat zo iemand kan gebruiken, almaar gegroeid en zal het verder toenemen. Nu is het een voertuig, straks een wapen dat met behulp van informatie op internet in elkaar is gezet.

De precieze drijfveren van Karst T. zullen we mogelijk nooit kennen. De officier van justitie gaf wel aan dat niets wees in de richting van een terroristisch motief. Laten we voor het moment ook activistische motieven uitsluiten. Het mag dan zo zijn dat ook terroristen en activisten hun laatste stap naar het plegen van een aanslag in hun eentje kunnen zetten, maar de kring waarin zij verkeren is in elk geval enigszins te overzien. De kans is aanwezig dat die terrorist, zoals Mohammed B., of een extreme activist, zoals Volkert van der G., met anderen uit die kring optrekt en dat dit tot enigerlei onderlinge communicatie en dus veiligheidsrelevante informatie leidt. Maar als de plannen of plotselinge voornemens van de eenling losstaan van een terroristisch of activistisch doel, hebben de inlichtingen- en veiligheidsdiensten geen enkele informatiepositie. Alleen in een totalitair regiem, waar de een de ander voortdurend in de gaten houdt en elke verdachte afwijking aan de autoriteiten doorgeeft, zijn inlichtingen- en veiligheidsdiensten in staat dat soort informatie te verwerven. In een open democratische samenleving die het privédomein van de mensen respecteert, is dat niet het geval.

Van verschillende kanten wordt erop gewezen dat de dader zou voldoen aan het bekende adagium ‘loners are losers’. Echter, lang niet alle eenlingen zijn verliezers. Er zijn mensen die weinig tot geen behoefte hebben aan sociaal contact en daar niet meteen ongelukkig over zijn. Er zijn grote aantallen mensen die het in de harde maatschappij niet echt redden en daardoor vereenzamen, maar er desondanks redelijk mee omgaan. Bovendien zijn niet alle verliezers vastbesloten om vreselijk onheil aan te richten. Als dat wel zo zou zijn, zouden de wereld en ons land er totaal anders uitzien. Het arsenaal aan psychopathologische syndromen dat doorgaans aan onheil stichtende eenlingen wordt toegeschreven, helpt ons ook niet veel verder. Een persoonlijkheidsstoornis en andere psychische gebreken waaraan de eenling lijdt, zullen andere mensen mogelijk opvallen. „Extreme aanpassingen in het uiterlijk kunnen erop duiden dat iemand zijn realiteitszin verliest”, zegt psychiater À Campo (NRC Handelsblad, 5 mei). Maar zolang er geen sprake is van opmerkelijke normschendingen, blijft dat een alledaagse observatie over vreemde uiterlijkheden of gedragingen.

Dit alles neemt niet weg dat er alle reden voor bezorgdheid is over de veelheid van gewelddadige uitbarstingen waarmee Nederland en andere westerse landen te kampen hebben. Het is nog niet zo lang geleden dat ons land geconfronteerd werd met geweldsdaden die bij gebrek aan beter het etiket ‘zinloos geweld’ opgeplakt kregen. Van tijd tot tijd doen zich ook ernstige gezinsdrama’s voor. In verschillende landen zijn bloedbaden aangericht in scholen en universiteiten. We kunnen onze ogen niet sluiten voor wat wij, ook al bij gebrek aan beter, ‘structureel incidentalisme’ hebben genoemd: geweldsuitbarstingen die schijnbaar los van elkaar staan maar toch een patroon lijken te vormen. Er zijn steeds meer woorden en beelden in omloop die mensen op gedachten brengen en tot handelen kunnen aanzetten.

De Britse evolutiebioloog Richard Dawkins heeft in dit verband al lang geleden aandacht gevraagd voor sociale virussen. Die slaan via de massamedia en internet vaak heviger toe dan de virussen uit de medische hoek. Daardoor is er ook alle reden, als zich een ernstige geweldsuitbarsting uit het niets voordoet, meer dan ooit alert te zijn op copycat-gedrag (nadoen) en alle indicaties en geruchten in die richting zeer serieus te nemen. Maar ook dan zullen er eenlingen zijn die, net weer op een andere manier, verderf zullen proberen te zaaien.

Uri Rosenthal is voorzitter van het COT Instituut voor Veiligheids- en Crisismangement en fractievoorzitter van de VVD in de Eerste Kamer.

    • Uri Rosenthal