Een slecht geheugen, en wellicht ook versleten heupen

Vallen, vergeten, veel medicijnen? Senioren zien tal van specialisten, die van elkaar vaak niet weten wat ze doen. De ouderenpoli lost dat op – als de medici meewerken.

Ouderenspreekuur bij geriater Oscar de Vries in het Centrum voor Ouderengeneeskunde van de VU. (Foto NRC Handelsblad, Maurice Boyer) Mevrouw B. en geriater en internist Oscar de Vries in het Centrum voor Ouderengeneeskunde van het VU Medisch Centrum in Amsterdam Foto NRC H'Blad Maurice Boyer 28-4-2009 Boyer, Maurice

De frêle vrouw uit Amsterdam-Zuid wordt om 8.50 uur uit de wachtkamer gehaald. Ze heeft witte krullen, een lila trui. Ze zit in een rolstoel van verpleeghuis Vreugdehof, waar ze herstelt van een beenbreuk. Omdat ze in de war was toen ze in het ziekenhuis lag, wordt ze een donderdag lang onderzocht op het Centrum voor Ouderengeneeskunde van het VU Medisch Centrum in Amsterdam.

De artsen weten nog bijna niets van haar. Ze heeft geen lijstje bij zich van de medicijnen die ze slikt. En ook niemand die kan vertellen hoe het thuis gaat. Ze is bijna alleen op de wereld.

„U viel al vaker?” zegt geriater en internist Oscar de Vries. Hij doet het eerste gesprek en het lichamelijk onderzoek. „Soms. Over een takje, over een tegel. Je loopt niet altijd naar de grond te kijken.” „Hoe is het met uw geheugen?” Goed, zegt ze opgewekt. „Ja, je bent weleens wat kwijt. Iedereen toch? En boodschappen zet ik tegenwoordig op een briefje.”

In deze poli, die een half jaar draait, komen mensen die vallen, die vergeten, die veel verschillende medicijnen slikken of die klachten hebben waar de huisarts geen raad mee weet. Zulke mensen zijn er steeds meer. Ouderen zijn de snelst groeiende bevolkingsgroep in Nederland en de snelst groeiende patiëntengroep in ziekenhuizen. Over twintig jaar zijn er ruim 4 miljoen 65-plussers.

In het ziekenhuis krijgen ze vaak slechte zorg. Dat komt doordat hun meestal van alles tegelijk mankeert, terwijl medisch specialisten uitblinken in het behandelen van één lichaamsonderdeel. De Leidse internist Rudi Westendorp ziet oude mensen vaak als een balletje in de flipperkast langs de vaat-, long- en nierpoli gaan.

Neem, zegt hij, een 78-jarige vrouw met botontkalking, versleten gewrichten, suikerziekte en hoge bloeddruk, die een beetje piept. Heel normaal op die leeftijd. Zij loopt al gauw bij vijf of zes specialisten die van elkaar niet weten wat ze doen. Het medicijn voor de ene aandoening kan de andere verslechteren. Alleen de huisarts – als het een goede is – maakt zich daar druk over. Maar die is al lang het overzicht kwijt.

Om dit tegen te gaan, hebben sommige ziekenhuizen een speciale polikliniek opgericht waar de patiënt bij één bezoek door verschillende specialisten wordt gezien of besproken. Het Leids Universitair Medisch Centrum begon er drie jaar geleden mee, op initiatief van een huisarts en een internist die elkaar kenden. Ook het Universitair Medisch Centrum Groningen, het Haagse Bronovoziekenhuis en het Wilhelmina Ziekenhuis in Assen hebben er een.

De oplossing lijkt simpel, maar Westendorp noemt het „verdomd moeilijk” specialisten te laten samenwerken. „Je hebt te maken met een cardioloog die wel wil, een longarts die niet wil, een chirurg die zegt ‘niet lullen, opereren’.” Voor patiënten is het een zegen. Westendorp schat dat de meerderheid met een behandeladvies terug kan naar de huisarts, en niet langdurig specialisten hoeft te bezoeken.

„Welke dag is het vandaag?” vraagt verpleegkundige Greetje Asma. De oude vrouw uit Amsterdam-Zuid zit tegenover haar voor de geheugentest.

„Donderdag.”

„Welke maand?”

„Februari. Nee maart. Bijna april.”

„Welk jaar?”

„19… 2002…5,6,7.”

„In welke stad bent u nu?”

„Amsterdam.”

„Welke provincie?”

„Nederland.”

„Dat is het land, welke provincie?”

Ze begint tegen te stribbelen. „Het zijn van die rare vragen”, zegt ze. Nog erger wordt het als Asma haar vraagt iets na te tekenen. „Wat een flauwekul.” Ze slaat met een hand op tafel. Haar huisje met deur en raam zijn wat losse hoekjes en streepjes.

Na de geheugentest krijgt ze röntgenfoto’s en een MRI-scan, en tussendoor een broodmaaltijd met soep. Ze vindt het een zware dag, zegt ze. „Zo rommelig. Je bent 74, moet je een huisje tekenen. Alsof je achterlijk bent.” Later: „Het is wel een volle dag, maar dan ben je er ook vanaf. Anders moet ik hier weer een keer naartoe.”

Bij de patiëntenbespreking rond het middaguur, met een neuroloog en een ouderenpsychiater, zegt Oscar de Vries dat de vrouw hem beet heeft gehad. „Ik had helemaal geen demente indruk van haar. Maar…” – hij noemt haar slechte scores in de geheugentest. Hij vermoedt dat ze ook versleten heupen heeft.

De ouderenpoli is ook bedoeld om ongelukken te voorkomen. „Wij krijgen veel oude mensen op de Eerste Hulp na een val, of helemaal uitgedroogd”, zegt De Vries. Als mensen met een gebroken heup op de Eerste Hulp komen, is het eigenlijk te laat. Voorkom je de breuk, dan kunnen ze langer zelfstandig wonen en langer leven.

Het kan nog even duren voor elk ziekenhuis een ouderenpoli heeft. Het initiatief komt soms van artsen die inzien dat ze ouderen slechte zorg leveren, soms van het ziekenhuisbestuur. Als niemand het initiatief neemt, gebeurt er niets.

Wel ziet de Groningse hoogleraar geriatrie Joris Slaets een omslag bij de zorgverzekeraars. Die voelen vaak veel voor een ouderenpoli – die op de lange termijn mogelijk geld uitspaart voor dure specialistenzorg. Wat niet wegneemt dat ze moeilijk kunnen doen als het op betalen aankomt. „Op het niveau van de bonnetjestellers gaan ze vaak toch mopperen”, zegt Slaets. „Dat komt doordat er nog geen financieringssysteem is voor multidisciplinair werken.”

Om kwart voor vier heeft de Amsterdamse vrouw het eindgesprek. Uit de röntgenfoto’s blijkt dat ze inderdaad versleten heupen heeft. De geheugentest, MRI-scan en informatie van haar buurman wijzen op alzheimer. Volgens de buurman is haar huis wat vuiler dan voorheen, en begint ze soms twee keer hetzelfde verhaal.

„Had u dat verwacht?” vraagt Oscar de Vries aan haar.

„Nee, helemaal niet”, zegt ze. „Iedereen zegt juist dat ik zo goed functioneer. Toch, Jan?” – tegen de buurman, die haar komt ophalen.

„Ja, je komt een eind”, zegt Jan.

De Vries zal de verpleeghuisarts zeggen dat ze voorlopig thuis kan blijven wonen, mits met goede steun. Haar adviseert hij na te denken over een nieuwe heup. „Nog één ding”, zegt hij terwijl hij opstaat. „Mag ik éven uw knoopjes goed doen?” Hij frummelt al aan haar wollen vest. „Straks loopt u op de gang en zeggen ze: u bent vast bij de geriater geweest.”

    • Joke Mat