Een noodverordening aan de Amstel

Tijdens het Bevrijdingsconcert in Amsterdam gold een noodverordening. Hoogwaardigheidsbekleders werden uit een eventueel schootsveld gehouden.

Minder volk, maar meer politie dan ooit. Het Bevrijdingsconcert, gisteravond op de Amstel in Amsterdam, was qua muzikale programmering „meer ingetogen” en ontbeerde het finale vuurwerk, maar het was aan de wal door de politie juist extra opgetuigd met dranghekken, blokkades en fietsverboden.

Twee grote beeldschermen, die voor het eerst langs de Amstel waren opgehangen en het optreden van orkest en solisten het cachet van een stadionconcert moesten geven, konden dat niet compenseren. Alleen op en rond de brug over de Prinsengracht, recht tegenover het podium, stond het publiek meer dan twee rijen dik.

Elders langs de Amstel flaneerde het publiek wat heen en weer, zich een weg banend tussen de tientallen politieauto’s en enkele overvalwagens door, die straten en grachten blokkeerden. Meestal onwetend dat er tussen zes uur ’s avonds en middernacht een noodverordening van kracht was.

Minder conventioneel geklede toeschouwers op de Magere Brug – vroeger de hoofdtribune voor het concert, nu met dranghekken deels afgesloten om de rondvaartboot van de hoogwaardigheidsbekleders uit een eventueel schootsveld te houden – kwamen het bestaan van de speciale verordening wel te weten. Zo werd rond half negen een oudere vrouw op eenvoudige witte sportschoenen en met een grote boodschappentas van een supermarktketen, die bij de brugleuning een plaatsje had bemachtigd, door twee agenten apart genomen voor een controle van haar identiteit. Het zwarte meisje naast haar, met modieuze handtas en hoofddoek tegen de motregen, moest eveneens meekomen. Dankzij de hoofdagent kregen zij hun plaatsje later desgevraagd overigens weer terug.

Ook Ilja Witsel, vergezeld door zijn blinde hond Rits, werd er meteen uitgepikt. Net als zijn lotgenoten kon de Witsel (46) – naar eigen zeggen violist, zoon van kunstschilder Anton Witsel en vernoemd naar de Sovjet-Russische schrijver Ilja Ehrenburg die begin jaren zestig in Nederland beroemd was wegens zijn poststalinistische boek De dooi – het document meteen overleggen. „Wij hebben altijd onze ID bij ons, omdat wij vaak geen postcode kunnen produceren”, aldus een lotgenote van Witsel die zich eveneens moeiteloos kon identificeren toen een agent haar uit het publiek pikte.

De bezoekers van het café op de hoek van de Nieuwe Kerkstraat, die op twee televisies tegelijkertijd naar de registratie van het concert en de voetbalwedstrijd Arsenal-Manchester United (1-3) keken, wachtten ondertussen droog op het einde.

Want zoals altijd voer koningin Beatrix, samen met premier Balkenende en burgemeester Cohen, na afloop per half-open boot onder de Magere Brug en Blauwbrug weg naar haar auto’s bij de Stopera, terwijl de Koninklijke Militaire Kapel We’ll meet again speelde. Ze werd dit keer alleen vanaf de kant uitgezwaaid. Het water zelf was verboden gebied voor bootjes. Ook dat gemis kwam de gebruikelijke oppervlakkige ongedwongenheid van het concert niet ten goede.

    • Hubert Smeets