Ecofin ineens besluitvaardig

De Europese ministers van Financiën hadden gisteren een vruchtbare vergadering, eindelijk. Over veel heikele onderwerpen viel een besluit.

Gisteren vergaderden de ministers van Financiën van de Europese Unie in Brussel.

Op zichzelf niets bijzonders; dat doen zij vanwege de economische crisis tegenwoordig zeker eens per maand. Maar opmerkelijk was dat deze ‘Ecofin’ gisteren een flink aantal besluiten nam, die rechtstreeks met de crisis te maken hebben.

Om te beginnen over Europees toezicht op internationale verzekeraars. Dit is ingewikkelde materie, waar de laatste maanden hard over is onderhandeld. Het komt erop neer dat grensoverschrijdende verzekeringsconcerns, die nu in elk EU-land te maken hebben met een nationale toezichthouder, straks in de gaten worden gehouden door een groep nationale toezichthouders. Informatie-uitwisseling over risico’s wordt volgens de nieuwe richtlijn eindelijk centraal, stelselmatig ‘gepoold’. Hierdoor krijgen toezichthouders beter zicht op zo’n organisatie.

Centraal in hun discussies zal staan of het verzekeringsbedrijf voldoende reservekapitaal heeft. Als dat onder een bepaald bedrag zakt, kan de verzekeraar zijn vergunning kwijtraken.

Toezicht op grote verzekeraars stond, net als toezicht op grensoverschrijdende banken, al sinds 2000 op de Europese agenda maar kreeg door de crisis prioriteit. Struikelblok was – net als bij banken – hoe de besluitvorming moest worden geregeld in de groep toezichthouders: heeft de toezichthouder uit het land waar het hoofdkwartier van het concern is gevestigd het laatste woord, of moet een onafhankelijk persoon knopen kunnen doorhakken? Landen waar veel hoofdkwartieren zijn gevestigd, waren voor de eerste oplossing. Landen waar vooral filialen zitten, prefereerden de tweede. De uitkomst is een hybride vorm van allebei, afhankelijk van het onderwerp.

Pensioenfondsen vallen niet onder de regeling. Het Europees parlement is er al mee akkoord. De regeling moet vóór 2012 in alle 27 EU-lidstaten in nationale wetgeving worden omgezet.

Ook over de regulering van kredietbureaus is een besluit genomen. Deze zogeheten ‘rating agencies’, die investeerders adviseren over de risico’s van activa die ze willen kopen, hebben deels de schuld voor de crisis in de schoenen geschoven gekregen. Volgens eurocommissaris Charlie McCreevy hebben zij „de rot niet geroken” in rommelkredieten – terwijl dat hun taak was.

Een van de redenen was dat bureaus er financieel belang bij hadden om financiële instellingen goede beoordelingen te geven voor hun producten.

In november deed de Europese Commissie een voorstel om deze bureaus in de EU aan banden te leggen. Dat plan is nu in geamendeerde vorm, na onderhandelingen tussen Europees parlement en ministers, aangenomen. Kern is dat de bureaus registratieplicht krijgen en hun boeken moeten openen voor inspecteurs, op straffe van sancties. Belangenverstrengeling moet tot het verleden behoren. De regeling gaat in september 2010 in.

Ook besloten de ministers tot vergroting van de ‘bailout-fondsen’ voor EU-landen die niet tot de eurozone behoren. Vroeger zat er in dit fonds 12 miljard euro. Door de crisis spraken Hongarije en Letland deze gelden voor het eerst aan. In november werd het fonds verhoogd tot 25 miljard. Hoewel eurocommissaris Almunia laatst verzekerde dat er genoeg „in de pot” zit en nettobetaler Duitsland weinig voelde voor wéér een verhoging, is het bedrag tot 50 miljard verdubbeld om vertrouwen te wekken bij Oost-Europa.

Gisteren werd ook besloten tot een noodkrediet van 5 miljard aan Roemenië. Net als de kredieten aan Hongarije en Letland, is dit onderdeel van een pakket leningen (20 miljard euro), vooral van het IMF. Heel Brussel sprak erover: in de overeenkomst stond een standaardclausule die garanties op goede besteding eist van het geld. Roemenië vond dit betuttelend. Daarmee vestigde het land extra aandacht op de clausule – die niet geschrapt werd.

    • Caroline de Gruyter