Deel van mbo heet volgend jaar funderend onderwijs

Het mbo krijgt er een naam bij. Met ingang van het nieuwe schooljaar heten de niveaus 1 en 2 ‘funderend beroepsonderwijs’, terwijl de niveaus 3 en 4 ‘middelbaar beroepsonderwijs’ blijven heten. De MBO Raad heeft de naamswijziging vandaag bekendgemaakt. Het besluit is een paar weken geleden op de ledenvergadering genomen, zegt voorzitter Jan van Zijl.

De nieuwe benaming is „met nadruk” geen verandering in het onderwijsstelsel, zegt de voorzitter. „De lading blijft hetzelfde.”

Een nieuwe naam was noodzakelijk, vindt Van Zijl. De oude benaming, van 1 tot en met 4, zorgde voor te veel verwarring. „Het zegt zo weinig. Buitenstaanders dachten bijvoorbeeld soms dat niveau 4 het hoogste was.”

Funderend beroepsonderwijs leidt op tot „vakmanschap en een startkwalificatie op niveau 2”, zegt de voorzitter. „Daarna kunnen de scholieren doorstromen naar het middelbaar beroepsonderwijs. Dat leidt op tot ondernemerschap, tot vakspecialist. En wie verder wil, kan terecht op het hoger beroepsonderwijs.”

Gekozen is om de eerste twee lagen van het beroepsonderwijs ‘funderend’ te noemen. „Niet de term ‘lager’, omdat dat stigmatiserend is. We vinden het belangrijk dat deze scholieren daarna doorgaan naar het mbo en misschien ook het hbo. Het is dus letterlijk een fundament.”

Komend schooljaar is een overgangsjaar. Scholen die daar klaar voor zijn, kunnen vanaf september het onderscheid tussen fbo en mbo hanteren, stelt de MBO Raad. Andere instellingen kunnen dat een jaar uitstellen, bijvoorbeeld omdat zij hun drukwerk al hadden besteld.

De MBO Raad vertegenwoordigt zeventig onderwijsinstellingen. De brancheorganisatie kan over deze nieuwe naam zelf beslissen, volgens de voorzitter, en er is steun van de politiek. „Uiteraard hebben we overleg gevoerd. De staatssecretaris van Onderwijs staat er positief tegenover.”

Eerder werd al bekend dat het eerste jaar van het mbo, en dus ook het fbo, een andere opzet krijgt. Om studenten te helpen bij het kiezen van hun opleiding wordt het eerste jaar „breder” van opzet met zestien „domeinen”, zegt Van Zijl. „Veel scholieren weten aan het begin nog niet precies wat ze willen worden. Nu krijgen zij een breed inzicht in de sector van hun keuze, zoals techniek, zorg of economie. Wij willen met deze opzet de uitval verminderen. ”