De opmars van het geweld

Ongeveer een uur na de aanslag in Apeldoorn werd bekend dat de dader een ‘autochtoon’ was, ons potjesgrieks voor een blanke Nederlandse burger. Ik denk dat de natie collectief een zucht van verlichting heeft geslaakt. Stel je voor dat het een ‘allochtoon’ was geweest, en bovendien moslim. Had verreweg het

grootste deel van het volk dan nu niet in een staat van razernij verkeerd? De PVV nog tien zetels erbij, misschien een particulier initiatief tot zuiveringen van achterstandswijken, een escalatie van etnisch geweld?

We zullen het niet weten, maar de relatieve opluchting dat de dader een geboren en getogen Nederlander bleek te zijn, zegt op zichzelf ook al iets over de toestand van de natie. We zijn allang niet meer dat trage volk van destijds. Een groot deel is dicht onder de oppervlakte lichtgeraakt en explosief. Was de dader een Nederlander van Marokkaanse afkomst, dan zou Bevrijdingsdag misschien heel anders zijn verlopen.

Nu heeft Nederland zich van zijn beste kant laten zien. De autoriteiten hebben zich prijzenswaardig gedragen, de burgerij heeft geen spoor van paniek vertoond en koningin Beatrix was opnieuw het bewonderenswaardige staatshoofd. Tijdens de aanslag heeft ze haar kalmte bewaard, daarna heeft ze zo snel mogelijk van haar betrokkenheid en ontroering laten blijken. Dat werd op de avond van de vierde mei door burgemeester Cohen weer in de beste bewoordingen gememoreerd, waarna de menigte op de Dam applaudisseerde. De volgende dag is de Bevrijding op aangepaste manier gevierd. De aanslag is een incident gebleven. Alles overziende zou je kunnen zeggen dat de natie er voorbeeldig uit tevoorschijn is gekomen.

Is dat in alle opzichten waar? Bekijk het op langere termijn. In de afgelopen twee tot drie decennia is de gewelddadigheid in Nederland toegenomen. In de jaren tachtig kwam de uitdrukking ‘zinloos geweld’ in omloop. Jongeren sloegen een andere jongere dood, terwijl de ruzie gemakkelijk met een scheldpartij beslecht had kunnen worden. Dan volgde altijd massaal rouwbeklag, wat de volgende zinloze geweldpleging niet verhinderde.

Zinloos geweld heeft zich altijd voltrokken buiten de sfeer van de beroepscriminaliteit. Omstreeks dezelfde tijd kregen we in het voetbal de ‘risicowedstrijden’ waarbij de ‘hooligans’ elkaar te lijf gingen in plaats van naar de mooie sport te kijken. De ME moest de vechtpartijen verhinderen. Alle particuliere geweldpleging bleef streng verboden, maar intussen werden dergelijke confrontaties toch genormaliseerd.

Met de volgende fase werden we aan het begin van deze eeuw verrast: de moord op Pim Fortuyn, niet door een zinloos-geweldpleger, maar een dierenactivist. Volkert van der G. is de eerste die de grens heeft overschreden en doelbewust iemand uit politieke motieven van het leven heeft beroofd. In 2004 volgde Mohammed B. met de moord op Theo van Gogh. En nu Karst T., met zijn aanslag op de koninklijke familie. Moeten we hem voor gek verslijten? Ook hij werd naar alle waarschijnlijkheid door een politiek motief gedreven. Een eenzame man, door de crisis aan lagerwal geraakt, kon zijn huur niet meer betalen, dreigde dakloos te worden. Alles buiten zijn schuld. Overweldigd door zelfmedelijden besloot Karst T. wraak te nemen op ‘de maatschappij’ die hem dit alles had aangedaan, door het opperste symbool te vermoorden: de koninklijke familie. Dat althans is de courante reconstructie. Hij had de proporties van het normale leven uit het oog verloren. In dit opzicht is hij vergelijkbaar met Timothy McVeigh die in 1995 een groot gebouw in Oklahoma City opblies en 168 slachtoffers maakte. Of met de Unabomber, Theodore Kaczynski, die in de jaren negentig bombrieven stuurde aan mensen die hij schuldig achtte aan ‘het kwaad van de technische vooruitgang’. Naar de maatstaven van het normale leven krankzinnigen, maar ook moordenaars met politieke motieven.

In het informele verkeer tussen de burgers onderling zijn grofheid, belediging en het gebruik van geweld langzamerhand tot de aanvaardbare communicatie gaan horen. Preken over normen en waarden, fatsoen moet je doen en campagnes van SIRE hebben er niets aan kunnen veranderen. De drie aanslagen met politieke motieven zijn een aanwijzing dat de drempel voor doelbewuste politieke moord behoorlijk verlaagd is.

De moeilijkheden met de integratie van een groep immigranten van Arabische afkomst heeft bovendien in brede kring een nauwelijks verhuld racisme doen ontstaan. Alles bij elkaar genomen is een grote groep Nederlanders labieler geworden en eerder bereid uit welke motieven dan ook het recht in eigen hand te nemen.

Van de kant waarvan je het zou verwachten, de regering, de politiek, komt geen overtuigend weerwerk. Het blijft bij plichtmatige vermaningen. Den Haag wekt scepticisme, wrevel. De grote politieke partijen van een vroeger tijdvak zijn in verval. De PVV houdt zich zorgvuldig buiten het oude bestel en kapitaliseert doelbewust op de nieuwe polarisatie. Daar ligt het nieuwe risico: in de combinatie van polarisatie en de blijkbaar groeiende verleiding van de particuliere geweldpleging, voor degenen die er vatbaar voor zijn. En het is niet uitgesloten dat door de crisis het aantal vatbaren toeneemt. De feesten zwaarder bewaken, dat lijkt me bij gebrek aan beter voorlopig de enige oplossing.

Wilt u reageren? Dat kan op nrc.nl/opinie

    • H.J.A. Hofland