Zomer- en winterbenen

De eerste rit van de Ronde van Romandië , van Montreux naar Fribourg, werd om veiligheidsredenen tot de helft ingekort. Op de Col du Jaun (1.508 meter) was net iets te veel sneeuw gevallen. De VRT-verslaggever bracht het nieuws kort nadat ik de tv had aangezet. De tuindeur stond open. Wij hadden zomer.

Ik herinner me de twee gezichten van de Ronde van Romandië. Het ene is lieflijk. Brede, groene dalen, gele koolzaadvelden, een blauwe hemel boven bergmassieven. Het andere is somber, vijandig. Een kille asem.

Voor deze ronde had je twee stel benen nodig: zomer- en winterbenen. Ik beschikte alleen over zomerbenen. De natuur had dat zo bedacht. Mijn benen kwamen tot volle wasdom bij een temperatuur van dertig graden of meer. Onnodig te vertellen dat ik pas in de maand juli op drift raakte. En dat alleen in bepaalde streken van Europa bij een gunstige drukverdeling over het continent.

In Romandië startte de voorbereiding op de grote etappewedstrijden als Giro en Tour. Een ideaal parcours over zes etappes met degelijk klimwerk. Bij goed weer groeide de vorm gestaag, bij slecht weer deed ik twee stappen terug. En er zaten van die bronchitisdagen tussen, daar in Franstalig Zwitserland. Ik heb eens een bergtop bereikt in onderkoelde toestand, daarbovenop een hongerklop, een tendinitis, en de ervaring van een halve uittreding.

Het is zaterdagmiddag. Ik kijk naar de koninginnerit. Het wegdek glimt, de renners dragen regenjacks. In de Jura liggen sneeuwhopen langs de wegen. Na twee dagen voorjaar is de winter terug. Ik zie Laurens ten Dam in de kopgroep floreren. Ja, voor Laurens wordt het stilaan tijd dat de vorm wordt bijgeslepen. In de Giro zal hij Mentsjov moeten assisteren in de jacht op het roze. In mei kan het in de Dolomieten nog aardig spoken. Zo te zien hebben de benen van Laurens geen hinder van de kou.

Maar het is een andere kopgroep die de top van de laatste col over glipt. De verslaggever meldt wat er nog komt: een felle afdaling waarna een flauwe klim van twee kilometer naar de finish in Sainte- Croix. Dat worden twee schitterende kilometers, juich ik op de bank. Hebben spieren na een afdaling al gauw drie kilometer nodig om de circulatie weer op gang te krijgen, bij deze temperatuur zullen we niets anders dan een ravissante harkpartij te zien krijgen. Ik herinner me de gevoelsmatige stolsels in de aderen. Misschien waren het wel echte stolsels.

23 jaar jong wint de Tsjech Roman Kreuziger gemakkelijk en tamelijk stolselloos de voorlaatste etappe, in Sainte-Croix. Het levert hem meteen de leiderstrui op. Zomerbenen, winterbenen, klimmersbenen, tijdrijderbenen, het wonderkind Kreuzinger heeft ze allemaal op voorraad.

    • Peter Winnen