Wall Street-bankiers blijven weg bij gentlemen's clubs

Volgens porno-ondernemer Larry Flynt is zijn branche net zo belangrijk voor de Amerikaanse economie als de financiële sector of de autobranche. En dus wil hij graag ook overheidssteun.

Stripclub op Times Square in New York. De Amerikaanse seksindustrie heeft de omzet zien dalen sinds de economie in een recessie terecht is gekomen. (Foto AP) A detail from a sign above a strip club in New York's Times Square advertises The Playpen Friday evening, March 6, 1998, after a judge concluded the city has the legal right to force most of the city's X-rated shops to relocate. Judge Miriam Goldman Cedarbaum, said she would stay her ruling until Wednesday to allow sex shop owners to appeal to the 2nd U.S. Circuit Court of Appeals to stop the city's plan. (AP Photo/Michael Schmelling) Associated Press

Vanaf haar barkruk op de hoek van de bar kijkt een donkerharig meisje gekleed in niet meer dan een slip en een laag uitgesneden topje bezorgd om zich heen. Het is zondagavond, elf uur, en „ik moet voor morgen 600 dollar verdiend hebben”. Waarom? Dat vertelt ze niet, maar haar gezichtsuitdrukking verraadt de noodzaak. Nog een vertwijfelde blik op de lege, leren zitstoelen in de stripclub. Dan slaat ze haar kleurloze drankje uit een laag glas achterover en wenkt de barvrouw: „Doe me er nog maar één.”

In dezelfde club is Raven, een ander meisje dat vanavond als stripper werkt, als enige bereid om echt wat over de inkomsten van de club te vertellen, onder voorbehoud dat de naam van de gentlemen’s club op Manhattan niet in de krant komt. Raven mag van de eigenaar op straffe van ontslag niet met de pers praten. Ze vertelt dat er, sinds de recessie begon, een stuk minder klanten komen. Met name de bankiers van Wall Street blijven weg. En als stripper moet ze nu „veel meer doen voor hetzelfde geld” dan een aantal jaren geleden. Details geeft ze niet.

Net als deze stripclub lijden veel bedrijven in de seksindustrie onder de recessie. Websites, filmstudio’s en andere bedrijven in deze sector kampen met teruglopende inkomsten. De branchevereniging noemt een daling van 10 tot 30 procent voor de gehele sector. Voor bedrijven die video’s produceren is dat zelfs 30 tot 50 procent.

En zoals vaker als het om de Amerikaanse pornobranche gaat, staat Larry Flynt klaar om iets controversieels te zeggen. Flynt, vooral bekend van het merk Hustler, wil namelijk dollars zien. Van de overheid, welteverstaan. Want waarom zijn er tientallen, honderden, duizenden miljarden beschikbaar voor banken en autofabrikanten, en heeft de porno-industrie – volgens Flynt zeker zo belangrijk voor Amerika – nog geen cent ontvangen?

Op Flynts website staat dat de Amerikaanse porno-industrie 5 miljard dollar (3,8 miljard euro) overheidssteun vraagt om „door de zware tijden heen te komen”. Volgens de ondernemer gaat er jaarlijks 13 miljard dollar om in de Amerikaanse porno-industrie en is het daarmee een relevante speler in de Amerikaanse economie; dat rechtvaardigt noodkredieten. Bovendien is porno volgens Flynt onmisbaar voor de psychische gezondheid van de bevolking. Hoe de industrie met overheidssteun geholpen zou moeten worden, blijft echter onduidelijk. Waar het geld terecht zou komen ook.

De recessie krijgt de schuld van de teruglopende inkomsten. Consumenten geven minder geld uit aan porno. De gevolgen zijn duidelijk. Neem de New Yorkse productiestudio voor homoseksuele video’s Lucas Entertainment: die heeft al twee van zijn dertien medewerkers moeten ontslaan. In de seksspeeltjeswinkel van Phyllis Heppenstall, Peekay, in de staat Washington komen de klanten nog maar één keer per maand, in plaats van twee of drie keer.

Deze en andere bedrijven laten weten alleen te kunnen overleven door uitverkoop te houden en door te besparen op de huur voor het bedrijfspand of de videolocaties. Of door modellen minder te betalen. Daar komt de sector nu mee weg, omdat het aanbod van werkzoekenden exponentieel is gegroeid. Volgens ondernemer Michael Lucas zoeken veel elders ontslagen werknemers nu hun heil als porno-acteur.

Toch is de recessie niet de enige schuldige van de teruglopende inkomsten. Ook internet speelt een rol. De porno-industrie, die toch al last had van de piraterij of van websites die hun inhoud gratis op internet aanbieden, ziet nu een nog groter deel van haar klanten hierheen verdwijnen.

Waar de consumenten vroeger betaalden voor een film of een lapdance in een stripclub, kijken ze nu liever naar een film op internet. Gratis. Weliswaar vaak van mindere kwaliteit, maar luxe hoeft nu even niet meer. Zoals Lucas uitlegt: „Vergelijk het met een kledingmerk. Als je vroeger pakken droeg van Armani, maar je hebt nu minder geld, dan koop je ze voortaan bij de H&M.”

Online bedrijven doen het daardoor ondanks de recessie erg goed. Ze zijn weinig geld kwijt aan bijvoorbeeld productie of transportkosten en bieden hun producten gratis aan op het internet. Inkomsten ontvangen ze voornamelijk van sociale netwerksites die adverteren op pornowebsites. Vaak datingsites, waar het financieel gezien nog steeds erg goed mee gaat. Of de pornowebsites vragen een lage prijs voor het lidmaatschap. Voor bedrijven die niet alleen online opereren, betekent dit extra concurrentie, bovenop de recessie die klanten wegjaagt.

De rest van de zondagavond – gratis entree, lapdances vanaf 40 dollar – blijft het rustig in de stripclub. Er zit een groepje van drie mannen vlakbij het podium. In een hoek een man alleen met één van de dames op schoot. De rest van de stoelen met uitzicht op het podium, waar telkens één van de meisjes danst, blijft onbezet. Later op de avond komt nog een groepje van drie binnen. De hele avond geldt: meer meisjes dan klanten.

Volgens Flynt is dit meer dan voldoende reden voor overheidssteun aan de onoverzichtelijke porno-industrie. Want zoals op zijn website staat: „Amerikanen kunnen gemakkelijk zonder auto’s, maar ze kunnen niet zonder seks.”

    • Harmke Berghuis