Universitair juf worden is geen abc'tje

Leraar of lerares worden, maar dan op de universiteit.

De nieuwe academische pabo in Utrecht trok veel studenten, maar inmiddels is ruim eenvijfde afgehaakt.

Ze wilde haar „hele leven” al voor de klas staan. De decaan van Anneke Oerlemans (19) uit Eindhoven vond het alleen „zonde” als zij, met haar mooie vwo-diploma, naar de pabo zou gaan; een hbo-opleiding, terwijl ze ook naar de universiteit kon. Oerlemans: „Ik baalde ervan dat ze dat steeds zeiden.”

De nieuwe academische pabo in Utrecht, waarover ze las in de krant, leek de gedroomde oplossing. Lerares worden op de basisschool, maar dan met een universitaire titel.

Viel dat even tegen.

De Academische Lerarenopleiding Primair Onderwijs (ALPO) aan de Universiteit Utrecht, winnaar van de Award Onderwijsvernieuwing 2008, is vorig jaar succesvol begonnen. Onder grote mediabelangstelling meldden zich maar liefst 120 kandidaten aan, van wie er uiteindelijk 50 werden geselecteerd. Van de 50 studenten die afgelopen september begonnen, zijn er nu nog 39 over. De meeste afhakers zijn naar de reguliere pabo doorgestroomd.

Het uitvalpercentage van 22 is zo gek nog niet, zegt projectleider Hans Bleeker van de ALPO. „Normaal in het eerste studiejaar is 35 procent.” Maar toch, zegt Bleeker. „Dit was niet de bedoeling.” Er was een uitgebreide toelatingsprocedure om zo duidelijk mogelijk te maken wat studenten konden verwachten. Ze moesten hun motivatie toelichten in een essay en in een toelatingsgesprek. „Maar kennelijk hadden de studenten toch een verkeerd idee. Ze dachten dat ze naar de pabo zouden gaan met een onderwijskundig sausje.”

Oerlemans is in december gestopt. Ze vindt dat ze in het inleidende gesprek op het verkeerde been is gezet. „Ik had gedacht half pabo, half onderwijskunde te krijgen. Het leek me helemaal leuk. Maar naar mijn idee kregen we veel te veel theorie en veel te weinig praktijk. Dat is niet wat de opleiding had beloofd.”

Voor de ALPO is de uitval van de elf leerlingen reden om de toelatingsprocedure nog eens kritisch te evalueren. Bleeker: „We gaan benadrukken dat het een opleiding is tot leraar in het primair onderwijs, maar dat er ook een meer theoretische opleiding bij hoort, waarvoor je hard moet werken. Je krijgt aan het eind ook twee diploma’s.”

Ook zal de opleiding, op basis van ervaringen in het eerste jaar, het curriculum aanpassen. „De grootste aanpassing is dat we de beide delen nog sterker gaan integreren. De docenten moeten meer bij elkaar zitten, het moet duidelijk zijn dat het één opleiding is.”

Faculteitsdirecteur Dick de Wolff van de ALPO in Utrecht vindt dat je bij zijn opleiding van „uitval” niet kunt spreken. „Het merendeel is doorgestroomd naar de pabo. Die studenten zijn behouden voor het onderwijs.”

Zoals Oerlemans. Omdat zij vóór februari stopte, kon zij redelijk eenvoudig instromen in een andere opleiding. „Ik kon meteen beginnen aan de pabo in Den Bosch. Geweldig! Ik heb al mijn eerste stage gehad, in groep één en twee.”

Hoe goed je ook selecteert, zegt faculteitsdirecteur De Wolff, je hebt ook altijd te maken met de persoonlijke ontwikkeling van studenten. „Iemand heeft geen zin meer, of wil een jaar gaan reizen.”

Anneke Wegstapel (23) uit Utrecht is een paar weken geleden gestopt met de opleiding. „Ik ben zelf veranderd”, zegt ze. Toen ze begon was ze „heel gemotiveerd”, maar gaandeweg begon ze te twijfelen. „Ik heb hiervóór al een studie gedaan. Het idee om nu weer 3,5 jaar te studeren zag ik niet zitten. Ik zou wel leraar willen zijn, maar wil niet nog een hele studie doen.” Was de toelatingsprocedure niet juist bedoeld om de verwachtingen van de student en de opleiding op elkaar af te stemmen? Jawel, zegt Wegstapel. „Ik heb altijd al diverse dingen leuk gevonden. Op de middelbare school kon ik nooit kiezen.” Nu werkt ze „met veel plezier” fulltime in een ijssalon.

Komend jaar is er in Utrecht plek voor tachtig studenten. De belangstelling is, net als vorig jaar, groot. De Wolff: „Het zijn veel vwo-meisjes – ja, eigenlijk alleen meisjes – die altijd altijd al de pabo wilden doen, maar die door hun ouders gestimuleerd zijn om naar de universiteit te gaan. Hier vinden ze het allebei.”

Onderzoek doen en lesgeven aan kinderen, dat zijn twee culturen die elkaar nog niet kennen, zegt hoogleraar orthopedagogiek Ludo Verhoeven. Hij is betrokken bij de opzet van een nieuwe ALPO aan de Radboud Universiteit Nijmegen. „Bij de academische pabo komen de twee bij elkaar. Zo leid je mensen op die bijvoorbeeld wat weten van doorlopende leerlijnen en leerproblemen, zoals dyslexie. Niet iedereen op een basisschool hoeft academisch opgeleid te zijn, maar je krijgt zo wel academici op verschillende ankerpunten in een organisatie.”

    • Marieke van Twillert