Sleutelen aan de ziel van China

Chinese karakters zijn ingewikkeld, ook voor de Chinezen. Mao liet de taal geschikt maken voor het volk. Dit jaar volgen nieuwe ontwerpen voor het schrift.

Zhou Youguang ontmoette ooit Einstein, Mao Zedong en Deng Xiaoping, hij was hoogleraar economie en bekleedde hoge functies in het internationale bankwezen. Hij is nu 103 jaar oud en de grondlegger van het fonetische pinyinschrift. Dat schrift, een halve eeuw geleden geïntroduceerd, maakt het niet alleen voor Chinezen maar ook voor buitenlanders mogelijk de uitspraak en de toonhoogte van Chinese karakters te leren.

Zhou is een belangrijk mens want hij mocht ook sleutelen aan de Chinese karakters die de ziel van het land vormen. Hij maakte deel uit van een commissie die in de tijd van partijvoorzitter Mao, de vroegere autoritaire leider van de Volksrepubliek China, de karakters voor meer mensen toegankelijker maakte. Sinds de vijftiger jaren heeft meer dan een miljard Chinezen door het werk van Zhou de taal geleerd.

‘De vader van het pinyin’ woont bescheiden op vier hoog in een oud stoffig staatsflatje in het westen van Peking. Zhou zit voor een wazig raam achter zijn notenhouten bureau vol boeken.

Zijn zoon Zhou Xiaoping (76) , een gepensioneerd ingenieur, neemt plaats naast zijn vader om de vragen in zijn oor te roepen. „Mijn vader spreekt nog altijd vloeiend Engels en is dus nog helder van geest. Alleen zijn gehoor wordt steeds slechter’’, zegt Xiaoping.

Linguïstiek was slechts een hobby van Zhou toen hij werd gevraagd om voorzitter te worden van een commissie die het Chinees moest hervormen. „In 1955 organiseerde Mao een nationale taalconferentie. Er stonden drie punten op de agenda: popularisering van het Mandarijn als nationale taal, vereenvoudiging van het Chinese karakterschrift en ontwikkeling van een nieuw alfabet. Als auteur van het boek The subject of the alfabet was ik een van de weinigen in China die kennis had van linguïstiek. Daarom werd ik aangewezen om het nieuwe alfabet te ontwikkelen en de karakters te versimpelen. Op dat moment was tachtig procent van de schoolgaande bevolking analfabeet en Mao stelde zich de vraag hoe het culturele bewustzijn van de massa verhoogd kon worden.”

Zhou werkte destijds als hoogleraar economie in Shanghai en verdiende zestig euro per maand, destijds een astronomisch bedrag. Voor zijn werk als onderzoeker kreeg hij nog eens 25 euro per maand.

Toen hij zijn werk in 1958 afrondde, werd het goedgekeurd door het Nationale Volkscongres. Sinds die tijd wordt het versimpelde karakterschrift en het pinyin op lagere scholen gebruikt om kinderen Chinees te leren. Het zorgde er ook voor dat de taal toegankelijk werd voor buitenlanders.

Zhou maakt zich zorgen om de ontwikkeling van het Chinees. „Na de jaren tachtig is er door sterke migratie weer een toename van het aantal analfabeten. Veel kinderen zijn verstoken van onderwijs. Ze hebben alleen recht op gesubsidieerd onderwijs in hun eigen provincie maar zodra ze in de stad wonen, draaien de ouders zelf op voor de onderwijskosten. Dat is zorgwekkend.’'

„Mijn vader maakt zich ook een beetje zorgen om de taalvervuiling”, grapt zoon Xiaoping. Hij zet zijn hand aan het oor van zijn vader. Als Xiaoping de zin herhaalt, knikt hij. „De Chinese jeugd is erg hip”,lacht hij, „maar het baart me zorgen dat ik zinnen hoor als ‘wo qu bar’ (ik ga naar de bar) of ‘wo kan tv’ (ik kijk tv)”. Ook de Chinese taal gebruikt dus steeds meer Engelse woorden. Zhou vindt het wel begrijpelijk. De jeugd is op het westen georiënteerd en het leven is nu sneller en moderner.

Hij is blij dat Chinezen door het gebruik van zijn pinyin sms-jes kunnen versturen en karakters op de computer kunnen schrijven. „Pinyin leent zich uitstekend voor digitalisering. Door middel van pinyin en cijfercodes kunnen Chinezen op een computer en een telefoon karakters tevoorschijn toveren. Nadeel is wel dat steeds meer Chinezen het schrijven van karakters verleren.”

Zhao kent ongeveer zesduizend karakters. Met kennis van ruim drieduizend karakters kan men een krant lezen. In totaal bestaan er rond de veertig- à vijftigduizend karakters maar de meeste daarvan zijn ofwel namen ofwel in onbruik geraakte oude woorden.

Als het fonetische systeem zo goed werkt, en karakters worden versimpeld, kan het karakterschrift dan niet beter worden afgeschaft?

Zhou: „Ongeveer honderd jaar geleden is daartoe een poging gedaan. Aan het eind van de laatste Qing-dynastie, begin vorige eeuw, was de zogenaamde zelfversterkingsbeweging actief. Die stroming probeerde het land te moderniseren. Het archaïsche karakterschrift zou de ontwikkeling van China in de weg staan. Maar als snel bleek afschaffing onmogelijk vanwege vele homoniemen; woorden met dezelfde uitspraak maar met een totaal andere betekenis die door het schrijven van het karakter duidelijk wordt.”

Het idee werd volgens Zhou ook door de politiek verworpen omdat het karakterschrift de eenheid in het land versterkt. Zhou legt uit dat hij versimpeling altijd heeft aangemoedigd maar vindt ook dat de vereenvoudiging van sommige karakters, in 1986, te ver is doorgeschoten.

„Je kunt niet zeggen dat vereenvoudiging de Chinese cultuur verwoest of de schoonheid van het karakterschrift aantast. Functionele vereenvoudiging bevordert de efficiëntie van het karakterschrift en maakt taal toegankelijker voor lager opgeleiden.”

Volgens prognoses zal China rond het jaar 2025 de grootste economische macht ter wereld zijn. De Chinese taal wint in het buitenland aan populariteit. Volgens Zhou zal het Chinees „in nog geen duizend jaar” de voertaal in de wereld worden.

„Vanaf de achttiende eeuw was Frans in diplomatieke kringen de voertaal in de wereld. Begin vorige eeuw werd Engels de wereldtaal en dat zal voorlopig wel zo blijven.” Spreek je als buitenlander echter Chinees dan heb je volgens Zhou een grote toekomst. Chinezen hebben grenzeloos respect voor buitenlanders die hun taal spreken. „Ik ben er trots op dat we dankzij het pinyin culturele bruggen kunnen slaan.’’