Sinds mei 1940 is Nederland GMT+1

Precies honderd jaar geleden werden alle klokken in Nederland gelijkgezet.

Tot 1940 sloot die tijd nergens bij aan. De Duitsers kozen voor de Berlijnse tijd.

In de nacht van 1 mei 1909 gebeurde het. Heel Nederland ging toen over op één uniforme Nederlandse tijd. De tijd van Amsterdam werd als ijkpunt genomen.

Sterrenkundige Rob van Gent van het Utrechtse Instituut voor de Geschiedenis en Grondslagen van de Wiskunde en de Natuurwetenschappen gaf afgelopen vrijdag naar aanleiding van die honderd jaar een lezing over de geschiedenis van tijd. Sterrenkunde en tijd hebben veel met elkaar te maken, zegt hij. „Sterrenkundigen zijn altijd de tijdbewaarders geweest. De stand van de zon is het ijkpunt.”

Vóór 1909 had iedere stad zijn eigen plaatselijke tijd. „Een kerk, meestal de grootste of belangrijkste, gaf de tijd aan. De rest van de stad keek of luisterde daarnaar en zette zijn eigen klok daarop gelijk. In de omliggende dorpen was het vaak zo dat de koster of de pastoor een klein kijkertje had om te bekijken wat de kerk van de stad deed. Of hij keek naar de kerk van een naburig dorp.”

Bij de centrale kerk hing altijd een zonnewijzer. Als de zonnewijzer de hoogste stand van de zon en dus 12 uur aangaf, werd de klok van de kerk daarop gelijk gezet. Dat hoefde niet per se iedere dag te gebeuren. Was het een paar dagen bewolkt, dan was dat geen probleem: de kerkklok liep meestal goed genoeg. Maar uiteindelijk, als de zon weer scheen om 12 uur, werd de tijd meteen weer even gecontroleerd en gecorrigeerd.

Het slingeruurwerk, waar de klok van zo’n kerk op liep, was niet superprecies. Van Gent: „Je hebt altijd te maken met seizoensinvloeden. Als het warm wordt, wordt die slinger iets langer en gaat het uurwerk iets langzamer lopen. Het moet dus telkens geijkt worden. Daarom zijn zonnewijzers belangrijk gebleven tot ver in de negentiende eeuw.”

Met de komst van spoorwegen ontstond in de negentiende eeuw de behoefte aan een nationale tijd – zodat de treinen overal ‘op tijd’ konden rijden. Engeland liep hierin voorop. De Britse spoorwegen namen al in 1847 de tijd van Londen (de sterrenwacht van Greenwich) als uitgangspunt.

In 1884 kwam in Washington een internationaal congres over tijd bijeen. Dat kwam met de ‘aanbeveling’ om de wereld in 24 tijdzones in te delen. Er was enige discussie over het ijkpunt. De meeste landen vonden Greenwich prima. De Fransen lagen een poosje dwars, zij wilden liever dat Parijs het ijkpunt werd.

Tegen het einde van de negentiende eeuw hadden de meeste Europese landen een op Greenwich gebaseerde tijd ingevoerd, maar in Nederland duurde het tot 1909 voordat er een nationale tijd kwam. Nederland koos bovendien voor de Amsterdamse tijd.

Van Gent: „Daarmee was Nederland een buitenbeentje: de Nederlandse tijd sloot nergens bij aan. Nederland kon niet beslissen of men deel wilde uitmaken van de Greenwichzone of van de tijdzone van Berlijn. Die Amsterdamse tijd was al in gebruik bij de spoorwegen, en men besloot om die tijd dan maar algemeen in te voeren.”

Dat Nederland uiteindelijk toch dezelfde tijd kreeg als Duitsland (1 uur verschil met Greenwich), hebben we aan de Duitse bezetting van mei 1940 te danken. De Duitsers voerden hier de Midden-Europese tijd in en die hebben we nu nog steeds – ondanks het feit dat Nederland dichter bij Londen ligt dan bij Berlijn.

De socioloog Joop Goudsblom schreef ooit een essay over de uniformering van de tijd. Naast de individuele beleving van tijd en naast tijd als een natuurproces dat zich buiten de mensen om in de wereld voltrekt, is de uniforme tijd een derde soort tijd: ‘een vorm van dwang die mensen meer of minder bewust aan elkaar en daarmee ook aan zichzelf opleggen’.

Als mensen nu om zes uur ’s avonds gaan eten, doen ze dat op de eerste plaats omdat het zes uur ’s avonds is, en niet perse omdat ze dan honger hebben. Ze willen bijvoorbeeld met eten klaar zijn voordat het tv-journaal begint. De uniforme tijd komt het dagelijks leven op allerlei manieren binnen: via de tv-programmering, via de werktijden.

Van Gent: „Hoe groot die invloed is, merk je pas als je op vakantie bent. Dan laat je het werkritme los. Je komt dan weer in een natuurlijk ritme, dat bepaald wordt door de opkomst en ondergang van de zon.”