'Liever naar museum dan paling eten'

Dominique van Dijk wordt zowel binnen als buiten de lijnen gekenmerkt door zijn creativiteit. „Ik doe gewoon de dingen waar ik me goed bij voel.”

Dominique van Dijk: "Ik ben een speler die heel makkelijk voetbalt. En dan is het soms net of je niet zo hard wilt lopen." (Foto Bas Czerwinski) 05-05-2009, Volendam. Dominique van Dijk, speler van FC Volendam. Foto Bas Czerwinski Czerwinski, Bas

Halverwege het vraaggesprek in het spelershome van FC Volendam stelt Dominique van Dijk dat hij „een gelukkig mens” is. „Ik heb me steeds voorgehouden dat ik in de spiegel moet kunnen blijven kijken. Wat dat betreft zit ik nog steeds op het goede spoor”, zegt de 29-jarige aanvaller van FC Volendam. „Wat anderen in de voetbalwereld van me vinden, kan me niet meer schelen. Sommigen zullen nu eenmaal nooit een moer van mij begrijpen. Ik vind het nu juist wel interessant dat ik met mijn manier van leven reacties van mensen oproep.”

Vanaf het moment dat Dominique van Dijk in 1979 in Groningen wordt geboren, is hij vooral bekend als de zoon van de werkvoetballer Jan van Dijk. Samen met zijn jongere broer Gregoor doorloopt hij de jeugdopleiding van FC Groningen. In het seizoen 1998/1999 debuteert hij in het eerste elftal, dat dan onder leiding staat van zijn vader. Maar Dominique van Dijk zou niet in diens voetsporen treden als Mister FC Groningen. In tegenstelling tot zijn vader en zijn broertje is hij geen voetballer die er bij elke bal fel in gaat. „Ik ben juist een speler die heel makkelijk voetbalt. En dan is het soms net of je niet zo hard wilt lopen. Met zo’n type speler konden de fans van FC Groningen zich niet identificeren”, legt Van Dijk uit. „Daarnaast sprak ik graag over cultuur. Over het Louvre. Over Leonardo da Vinci. Over steden als Parijs, Rome en Milaan. Ze dachten: ‘Wat is dit voor een achterlijke gozer?’ Het eigen publiek keerde zich tegen me. Dat kwam hard aan, maar ik besefte dat ik die strijd niet kon winnen en ben vertrokken.”

Van Dijk komt via Cambuur Leeuwarden, RKC, Sparta en Go Ahead Eagles in de zomer van 2008 als huurling bij FC Volendam terecht. Terugkijkend op zijn loopbaan als voetbalprof moet hij concluderen dat het tot dusver geen glansrijke carrière is geweest. „Ik denk dat het door verschillende factoren moeilijk is geweest”, stelt Van Dijk. „Ik heb natuurlijk in de eerste plaats niet goed genoeg gespeeld. Maar in de voetbalwereld word je al snel neergezet. Je krijgt een bepaald stempel en daar moet je maar tegen zien te vechten. Zelfs mijn eigen vader en broer hebben lang moeite gehad met mijn persoonlijkheid. Ze vonden vaak ook dat ik gewoon normaal moest doen. Maar ik zit nu eenmaal anders in elkaar. Het leven heeft voor mij meer te bieden dan alleen voetbal. Ik heb meer passies. Mijn moeder heeft dat altijd wel begrepen. En gelukkig respecteren mijn vader en mijn broer me nu ook helemaal. Ze leveren geen commentaar meer en laten me met rust. Dat is belangrijk voor mij.”

Van Dijk is twintig jaar als hij een aankoop doet die een belangrijke wending aan zijn leven zou geven. „Mijn moeder en ik moesten Gregoor voor een wedstrijd van Oranje onder de achttien jaar afzetten in Breda. We zijn toen doorgereden naar Antwerpen om te winkelen. Ik kocht twee jassen van tweeduizend gulden. Mijn moeder liet me begaan en greep niet in. Ze wist dat mijn interesses ook op modegebied lagen. Op die dag in Antwerpen is de ellende eigenlijk begonnen.”

Van Dijk komt in de jaren die volgen tot de conclusie dat het leven dat de gemiddelde voetbalprof leidt hem niet voldoende te bieden heeft. „Als voetballer bij Cambuur kwam ik erachter dat ik invulling moest geven aan mijn andere passie. Want daar in Leeuwarden speelden we op vrijdagavond. Op zaterdagavond ging ik meestal uit en op zondag zat ik dan alleen met mijn hondje. Er was daar echt geen klote te doen. Ik zei tegen mezelf: ‘Dominique, zo word je ook geen miljonair. Aan de slag!’ Toen heb ik samen met een vriendin de eerste stappen gezet. Ik ben begonnen met het bewerken van tweedehands kleding. Dat ben ik steeds meer gaan uitwerken. In februari 2007 kreeg ik als speler van Sparta problemen met trainer Wiljan Vloet. Ik vond mezelf te goed voor de tribune en ben teruggegaan naar RKC, dat me had uitgeleend. Door de regels mocht ik niet meer spelen en kon ik slechts met het tweede trainen. In een maand tijd heb ik toen alles voor mijn kledinglijn geregeld. Ik heb een pand gevonden aan de Leidsegracht in Amsterdam en heb een productielijn opgezet. Leger des Stijls bestaat nu alweer ruim twee jaar.”

De kleding van Leger des Stijls laat zich volgens Van Dijk het best omschrijven als streetwear. „Het is een merk dat bij een bepaalde levenswijze past, een attitude. Ik bedenk alles zelf. Thema’s als sport, het leven van de straat en het leger staan centraal bij mijn ontwerpen. Ik verzin iets en ga het vervolgens uitwerken. Zo heb ik een T-shirt gemaakt waar een doodskop met een gouden grill in zijn tanden op staat. Dat is gewoon niet aan te slepen. Mijn klanten komen uit alle lagen van de bevolking, van de Bijlmer tot Oud-Zuid. Een aantal voetballers onder wie Ryan Babel, Eljero Elia, Lasse Nilsson en Diego Biseswar heeft geholpen met de promotie van mijn kleding. Dat zijn allemaal niet alleen stoere voetballers, maar ze hebben ook uitstraling. Ze hebben gevoel voor Leger des Stijls.”

Met een glimlach op zijn gezicht zegt Van Dijk vervolgens: „Mijn vader en mijn broertje hebben ook shirts van mij. Mijn vader draagt ze als hij in de tuin werkt en Gregoor als hij met zijn kinderen speelt.”

Van Dijk heeft naast het pand in Amsterdam ook een vestiging van Leger des Stijls in Milaan en hoopt binnenkort een zaak in Rotterdam te openen. „In Italië wordt er heel anders tegen Leger des Stijls aangekeken. Daar heet het ook LDS. Het leuke is dat klanten in Milaan de kleding kopen omdat ze het mooi vinden. Als ik een paar dagen vrij heb, probeer ik naar Italië te gaan. Ik kom daar graag. Sommige mensen zullen het misschien belachelijk vinden als ik dat zeg, maar anderen gaan in hun vrije tijd met hun blote bast in de tuin in de zon liggen. Ik doe gewoon de dingen waar ik me goed bij voel.”

De rechtsbenige aanvaller mag dan misschien honderduit praten over zijn maatschappelijke loopbaan, voetbal blijft voor Van Dijk de komende jaren „zijn passie nummer één”. „Ik ben altijd een heel groot voetballiefhebber geweest. Als ik met de bal aan mijn voeten dribbel dan word ik nog steeds geil. Er is niets mooier dan voetballen. Ik heb bij Volendam een paar weken gedroomd van het bereiken van de bekerfinale. Dat zou fantastisch zijn geweest. Helaas werden we mede door een fout van scheidsrechter Björn Kuipers uitgeschakeld in de halve finale tegen Heerenveen. Ik had vlak voor rust een strafschop moeten hebben toen Michal Svec me vasthield. Maar tot mijn verbazing floot hij niet eens. Ik ben direct op de scheidsrechter afgelopen en heb hem gevraagd wat hij nu eigenlijk gezien had. Maar op dat moment weet je al dat je die strafschop toch niet meer krijgt. Daar moet je je bij neerleggen.”

Na de uitschakeling in de beker richt FC Volendam zich nu op handhaving in de eredivisie. Zondag staat op de slotdag van een kleurrijk seizoen een sleutelduel in Doetinchem tegen De Graafschap op het programma. Alles is nog mogelijk. Volendam, dat de voorlaatste plaats bezet, kan rechtstreeks degraderen, veroordeeld worden tot de nacompetitie, maar zich ook nog veilig spelen. „Het is misschien een voordeel dat er in Volendam niets echt moet. Daardoor is er nooit druk geweest en spelen we vrijuit. Maar uiteindelijk bepaalt de kwaliteit toch hoever een ploeg kan komen.”

Van Dijk kijkt tot dusver met een tevreden gevoel terug op zijn seizoen bij Volendam. „Ik heb het prima naar mijn zin bij de club uit dit cultureel rijke vissersdorp. Maar hier wonen zou niets voor mij zijn. Jaap en Klaas Schilder, de familie Tuyp en ga zomaar door, iedereen kent elkaar. Te klein voor mij. Ik respecteer ieder ander, maar ik ben meer een man die van het hele grote houdt. Een anoniem persoon die op kan gaan in een wereldstad. Ik loop liever door een museum dan dat ik een paling op De Dijk eet. Ik moet geprikkeld worden om als mens gelukkig te kunnen zijn.”