Je voelt het licht van een warme middag

Claus: 'Landschap met een kolenveld en een schuur' (1896, 81 x 117 cm.)

Tentoonstelling Emile Claus en het landleven. T/m 21 juni in Museum voor Schone Kunsten, Citadelpark, Gent. Di t/m zo 10-18 uur. Inl: 0032-92400700, www.mskgent.be*****

In het Museum voor Schone Kunsten in Gent is het alvast hoogzomer. Dat is te danken aan een grote tentoonstelling rondom Emile Claus (1849-1924), schilder van zonlicht op gras, en boeren. Een echt retrospectief is het niet. Er hangt weinig uit Claus’ beginjaren en ook zijn late werk is ondervertegenwoordigd. We zien vooral zijn bloeiperiode.

Uit die bloeiperiode heeft conservator Johan De Smet, die twaalf jaar geleden al een grote Claus-tentoonstelling in Oostende maakte en onlangs op de schilder is gepromoveerd, wel diens mooiste werken bijeen kunnen brengen. Bruiklenen van grote en kleine Belgische musea en veel particuliere verzamelaars hangen in negen ruime zalen, meestal in rustig daglicht. Emile Claus en het landleven is kortom een ideale schilderijententoonstelling, die bovendien vergezeld gaat van een uitstekende catalogus. Ook uit De Smets tekst blijkt hoezeer hij thuis is in het oeuvre. Als lezer leer je de schilder echt kennen.

En als bezoeker ook. De schilderijen van Emile Claus vallen in de Belgische musea altijd al op, maar als er zo veel bij elkaar hangen, ga je begrijpen waarom, en wat nu precies zijn sterke kanten waren. Zijn composities zitten bijvoorbeeld heel doorwrocht in elkaar. In twee monumentale stukken uit Brussel, De hooioogst (1907) en Koeien bij het oversteken van de Leie (1897-99), trekken mooie slingerbewegingen van landarbeiders en koeien je blik respectievelijk het veld in en de rivier door. Links en rechts van zo’n slinger zijn er grote stukken water of grasland, die nergens saai zijn, want Claus was ook erg goed in het belangrijk maken van schijnbaar onbelangrijke plekken in een schilderij.

In Olmen langs het kanaal (1904) moet je een heuveltje op lopen, een hoop aarde, om bij een bruggetje over dat kanaal te komen. Die bonkige berg aarde ligt op de voorgrond en neemt ongeveer een derde van het beeld in beslag: Claus heeft hem meeslepend beschreven in streepjes groen, waar her en der de grond doorheen schemert. Waar het meest gelopen is, is een paadje in de groene verf gesleten.

Op het doek Septembermorgen (1891) lopen drie vrouwen met wasmanden in tegenlicht door hoog gras. Niet de vrouwen, maar de dikke lagen lang gras spelen de hoofdrol. Vooral op de voorgrond zijn ze een soort action painting, een levendige abstracte wirwar van groenen, blauwen, roden en gelen. Maar er zit ruimtesuggestie in die wirwar. Van een afstandje is het toch echt een vloer van pollen en verwaaide slierten. Het gras zal nog nat zijn, zo vroeg op de dag, maar er danst al warm zonlicht doorheen. Dat verklaart natuurlijk de heiige lucht verderop in het schilderij.

Waarmee we bij Claus’ grootste kwaliteit zijn: zijn luminisme. Hij stemde zijn kleurtoetsjes zo sensitief op elkaar af, dat hij licht en tegenlicht voelbaar wist te maken. De atmosfeer van een zomermiddag op het land. De zon op een oogverblindend witte koe in de Leie. Lichtvlekken tussen de koele schaduwen op een brede weg met bomen erlangs. Een randje zon langs bijna de gehele omtrek van de Hooister (1896) met de schoof op haar rug. Het tegenlicht dat haar van achteren over het hoofd aait. De glinstering in de struiken langs een pad van gras, waarover twee kluitjes kinderen lopen. Je voelt de warmte van die vloer. Geen wonder dat ze hun klompen hebben uitgetrokken en blootsvoets verder gaan.

Steeds weer kun je mee in het plezier dat Claus had in het bekijken en weergeven van licht en ruimte, van warmte en landschap. Zijn opwekkende werk hangt in Gent tot en met 21 juni, de dag waarop de echte zomer begint.