Iraakse milities voelen zich verraden

De Sahwa’s, sunnitische milities, hebben een grote rol gespeeld bij de beteugeling van het geweld in Irak. Maar nu zijn ze ontevreden – en neemt het geweld weer toe.

Leden van de Sahwa-militie geven zich in Bagdad over aan Iraakse militairen, nadat de arrestatie van een Sahwa-leider eind maart op een schietpartij was uitgelopen. (Foto AFP) Members of the Sahwa militia surrender to Iraqi troops in Baghdad's Fadel district on March 29, 2009. Iraqi forces clashed with members of an anti-Qaeda militia group in Baghdad for a second straight day, as US troops backing them ordered residents to hand over weapons or face reprisals. The fighting broke out on March 28 after Iraqi special forces arrested a local chief of the Sahwa or Awakening militia comprising mostly-Sunni former insurgents trained and financed by US and Iraqi forces to fight Al-Qaeda militants. AFP PHOTO / ALI YUSSEF AFP

Abu Ammar, een slanke man met kortgeknipt haar, stuurt zijn blauwe terreinwagen door de straten van de sunnitische wijk Adhamiya in Bagdad alsof ze zijn persoonlijk bezit zijn. De 32-jarige vader van twee dochters rijdt langzaam langs winkels en controleposten, links en rechts mensen groetend. Het was Abu Ammar die in 2007 als lokale leider van door het Amerikaanse leger gesteunde sunnitische milities, de Sahwa’s, terroristen van Al-Qaeda-in-Irak de wijk uitjoeg en de orde herstelde.

„Wij, normale mensen, hebben onze wijk gezuiverd van dat tuig”, zegt Abu Ammar, die van het Amerikaanse leger medailles ontving voor zijn werk. „Vervolgens beloofden de Amerikanen ons banen, en controle over onze eigen wijk, maar ze hebben ons misbruikt.”

De door shi’ieten gedomineerde Iraakse regering heeft de sunnitische milities steeds gewantrouwd. Sinds oktober, toen het Amerikaanse leger de controle over de Sahwa’s (Arabisch voor Bewustwordingsraden) overdroeg aan de regering, zijn tientallen leiders gearresteerd. Anderen zijn geliquideerd door extremisten. Tegelijkertijd neemt het geweld in de Iraakse hoofdstad weer scherp toe.

Als een patrouille van het Iraakse leger in een woestijnkleurige jeep langsrijdt, vernauwen Abu Ammars ogen zich. „Nu zijn zij de baas in Adhamiya en zijn wij op de vlucht”, zegt hij over het Iraakse leger.

Zijn Sahwa staat op het punt uiteen te vallen, zegt de militieleider. De leden zijn boos over het uitblijven van salaris, vaste banen en de reeks arrestaties. „Wij beschermen de buurt, maar het leger arresteert ons. Waarom zouden we ons werk nog doen?”, vraagt Abu Ammar, die om veiligheidsredenen alleen met deze bijnaam in de krant wil.

De Sahwa’s, waarvan veel leden voor 2007 actief waren in de opstand tegen de Amerikanen, leverden een essentiële bijdrage aan de beteugeling van het geweld. In Bagdad heerst angst dat hun onvrede weer tot verslechtering van de veiligheidssituatie zal leiden. Sommigen zien al een rol van boze Sahwa-strijders in de recente reeks aanslagen in en bij de hoofdstad.

„De Sahwa’s zijn verraden”, zegt de invloedrijke sunnitische politicus Saleh al-Mutlaq in een doorrookte kamer van het Al-Rashid hotel in de afgeschermde Groene Zone van Bagdad. „We zien dat als ze hun controleposten verlaten, het geweld direct toeneemt.”

Volgens Al-Mutlaq moet de regering direct stoppen met het arresteren van Sahwa-leden. „Deze mensen hebben bereikt wat de Amerikanen niet voor elkaar kregen: veiligheid in Bagdad. Nu worden ze onder druk gezet. Als dit niet stopt zal de veiligheidssituatie snel verslechteren.”

De Iraakse regering, die deze week weer een invloedrijke leider van een Sahwa-groep liet arresteren, zegt dat binnen de Sahwa’s nog slapende verzetscellen zijn. „Soms kunnen we geen onderscheid maken tussen de echte Sahwa’s en de groepen die slechts afwachten op het juiste moment om toe te slaan”, zei vice-president Adel Abdel Mahdi vorige maand.

De leden van de Sahwa’s, in totaal bijna 100.000 man in heel Irak, klagen dat er maar 4.000 van hen zijn opgenomen in het Iraakse leger, terwijl was beloofd dat zeker 20 procent een baan bij de veiligheidsdiensten zou krijgen en 80 procent werk bij andere overheidsinstellingen zou vinden. Daarnaast wordt hun soldij, gemiddeld 300 dollar per maand, nog maar sporadisch uitbetaald.

Abu Ammar houdt stil in de Al-Aktarstraat in Adhamiya. Modderpoelen versperren de weg, de aanliggende villa’s met palmbomen in de tuin zijn gehavend. Een verlaten kerk wordt bewaakt door een man met een machinegeweer.

Tijdens het hoogtepunt van de Iraakse opstand, in 2006, was de straat het hoofdkwartier van Al-Qaeda-in-Irak. „Mensen werden hier zomaar vermoord, hun lijken gevuld met explosieven die tot ontploffing werden gebracht als de Amerikanen langsreden”, vertelt Abu Ammar.

Hijzelf is de afgelopen maanden al twee keer gearresteerd, maar telkens wist de voormalige kleermaker te ontsnappen. Hij zegt dat het niet te voorkomen was dat ook sommige voormalige rebellen zich aanmeldden bij de Sahwa’s. „Dat geldt voor alle organisaties in Irak. We hebben al onze leden gescreend en honderd bleken een fout verleden te hebben. Die zijn weggestuurd. Maar mijn groep is nu schoon en verdient het niet om te worden vervolgd.”

Daar is Sabah al-Nouri het niet mee eens. Toen de Sahwa van Adhamiya in 2007 tegen Al-Qaeda optrok, werd een van de villa’s in de Al-Aktarstraat aan hem toegewezen. Al-Nouri gaf leiding aan een groep strijders uit de wijk Abu Ghraib die al eerder de strijd met Al-Qaeda-in-Irak in hun eigen wijk waren aangegaan. Hij vertrouwde de lokale Sahwa van Abu Ammar niet.

„Al snel kwamen we erachter dat de meeste van de Sahwa-leiders van Adhamiya voorheen leiding hadden gegeven aan het verzet, of daar nog steeds banden mee hadden”, zegt Al-Nouri. Hij spreekt af in een hotel, op de vlucht nadat twaalf leden van zijn groep in hun woningen zijn geliquideerd door Al-Qaeda.

„Iedere keer als we een wapendepot vonden, kregen we telefoon van Sahwa-leiders van Adhamiya, die zeiden dat we de wapens met rust moesten laten, omdat ze van verzetsgroepen waren”, zegt hij.

Vorig jaar werd Al-Nouri gearresteerd door het Iraakse leger op verdenking van lidmaatschap van een rebellengroep. Het was een opzetje van leiders van de Sahwa van Adhamiya, zegt hij. In Irak is een beschuldiging juridisch voldoende om te kunnen worden gearresteerd.

„Mijn broer zit nog steeds vast. Ik voel me verraden. De Amerikanen zijn weg, het Iraakse leger arresteert ons en mijn mannen worden in hun huizen vermoord door leden van Al-Qaeda”, zegt Al-Nouri, die aanbevelingsbrieven van het Amerikaanse leger laat zien. Zijn rol bij de verdrijving van Al-Qaeda uit de Al-Aktarstraat wordt bevestigd door veel buurtbewoners.

Achter de betonnen muren van Camp Victory, een van de belangrijkste Amerikaanse bases nabij Bagdad, zijn Abu Ammar en Sabah al-Nouri verworden tot statistieken. Ze zijn „onderdelen van de reis naar de vrijheid”, zoals kolonel Jeffrey Kuhlmayer zegt.

Kuhlmayer is de belangrijkste verbindingspersoon tussen het Amerikaanse leger en de Sahwa’s. „Als we kijken naar aantallen zijn er weinig leiders gearresteerd”, zegt de kolonel. Van de 323 Sahwa-leiders in Bagdad zijn er volgens hem zeven gearresteerd. „Elementen die nationale verzoening in de weg staan moeten voor de rechter verschijnen”, zegt hij. „Zij die zich hebben misdragen, moeten verantwoording afleggen.”

Kuhlmayer geeft toe dat het Iraakse leger vrij snel tot arrestatie overgaat. Ook is het hem bekend dat veel Sahwa-leden vroeger opstandeling zijn geweest. Maar het Amerikaanse leger kan geen scheidsrechter meer spelen. „De Sahwa’s zijn nu een zaak van de Iraakse overheid”, zegt Kuhlmayer. „Ik weet zeker dat alle problemen zullen worden opgelost.”

Voordat Abu Ammar weer in zijn auto stapt na een bezoek aan vrienden, checkt hij of er geen kleefbommen onder zijn geplaatst. Een standaardprocedure in Adhamiya, legt hij uit. Hij wijst op een Sahwa-controlepost, verderop in een hoofdstraat. Enkele jongens van een jaar of twintig openen kofferbakken terwijl hun machinegeweren losjes over hun schouders hangen.

„Ik voorspel dat die jongens in de komende weken naar huis gaan”, zegt Abu Ammar. „Vervolgens zullen we het Iraakse leger uit onze wijk verjagen en weer voor ons zelf zorgen. We laten ons niet zonder slag of stoot aan de kant zetten.”

    • Thomas Erdbrink