In Mexico-Stad was het alle dagen zondag

Morgen laat de Mexicaanse overheid de teugels weer vieren en mogen onder meer de restaurants weer open. Metropool Mexico-Stad leek de afgelopen week bijna een slapend provincieplaatsje.

Op het vliegveld van Managua (Nicaragua) keek Maria Turcios, de grondstewardess van Copa Airlines, de reiziger aan alsof hij haar in de maling nam. Haar collega’s luisterden aandachtig mee. „Ga je naar Mexico toe? Je bent gek? Wie wil er nu nog naar Mexico?”

Niet al te veel mensen, zo bleek tijdens de vlucht naar Mexico-Stad. En de meeste passagiers waren Mexicanen. Op het vliegveld stonden, na aankomst, talloze taxichauffeurs. Ze waren aan het wachten op klanten die niet kwamen. Het ritje naar het hotel in het centrum was in dertien minuten gepiept, terwijl dat normaal gesproken ruim een half uur duurt. Alsof het zondag was, zo weinig auto’s lieten zich zien op de weg.

De varkensgriep, zoals het nieuwe griepvirus dat door Mexico waart wordt genoemd, heeft de hoofdstad van het land de afgelopen week veranderd in een provinciestadje op de dag des Heren. Om verspreiding van het virus te voorkomen, heeft de overheid het openbare leven tot en met 5 mei zo goed als stil gezet. In de tjokvolle metropool van ruim 20 miljoen inwoners en meer dan 4 miljoen auto’s is het even muisstil.

De dichtslibbende verkeersaders zijn verdwenen. Plotseling is de lucht boven de stad niet verstopt achter de gele wolken van smog. Hij is gewoon zichtbaar. Opmerkelijk: de hemel boven een van de meest vervuilde steden ter wereld blijkt ook blauw te zijn. Een dag lucht inademen in Mexico-Stad staat tijdelijk niet meer gelijk aan het roken van een pakje sigaretten per dag.

Een lege stad is misschien gezonder voor het lichaam, maar niet voor de economie. In hotel María Cristina, in de wijk Cuauhtémoc, zijn weliswaar meer dan 150 kamers, maar het afgelopen weekeinde waren er slechts vijf bezet. Gasten mogen er alleen eten in hun kamers. Zelfs in de tuin van het hotel mag van de overheid niets worden geserveerd en geconsumeerd. Geen koffie, geen biertje, geen snack. De roomservice is in handen van mannen met ziekenhuishandschoentjes aan en witte kapjes voor de mond.

Jezus Perez, een chauffeur van het hotel, hangt tegen zijn witte auto aan. Verveeld. Niets heeft hij te doen. Ritten zijn er bijna niet. Dagen duren lang. In zijn borstzak heeft hij een mondkapje. Hij zegt: „Wij zijn boos op de regering. De griepepidemie is gelul. Wij willen werken.”

Op vrijdag 1 mei is het verplichte lange weekeinde van vijf dagen in de stad ingegaan. Advies van de burgemeester Marcelo Ebrard: blijf zo veel mogelijk binnenshuis, mijd ruimtes met veel mensen. Alleen noodzakelijke dienstverleners blijven open, zoals supermarkten en apotheken.

In het grote park van elitewijk Polanco zijn de bezoekers dan ook op een hand te tellen. De vijver waar de rijkeluiskindjes doorgaans met elektrische bootjes spelen, ligt er verlaten bij. De kinderspeelplaats is leeg. Een jongen van een jaar of tien fietst in zijn eentje een rondje.

De 18-jarige Jair Cano heeft zich ook buiten gewaagd. Omdat hij zich thuis dood verveelt. Het is bovendien lekker weer. Dus waarom zou hij binnen blijven zitten? Hij zegt: „Het voelt dezer dagen elke dag als zondag en dat is toch al niet mijn favoriete dag van de week.”

In het Chapultec park, in een ander deel van de stad, is de sfeer net als in het park van Polanco. Het is normaal gesproken een favoriete plek van joggers en andere sporters. Maar vanwege het rondspokende virus is het reguliere rondje door het park nu minder populair.

Soms kom je in de stad wel ineens zoenende stelletjes tegen. Een oude man en een jonge vrouw. Tieners. Zonder angst voor het virus, of zelfs de dood. Een beetje nerveus om zich heen kijken, dat doen ze wel. Op hun hoede voor een echtgenoot of ouders in tijden van epidemieën?

Langs de wegen en straten zijn grote billboards zichtbaar. Met advertenties van bijvoorbeeld films als de Fast & Furious met acteur Vin Diesel. Enkele zijn beplakt met grote witte stickers: de première is uitgesteld of de voorstelling is afgelast, op last van de overheid. Verdwaalde cameraploegen van buitenlandse media zijn er, beelden schietend van lege straten, eenzame Mexicanen slenterend door de stad. Bij een enkel kruispunt delen overheidsmedewerkers voorlichtingsbrochures uit over de griep.

Voor Antiono Zala, een Mexicaan met licht haar en blauwe ogen, is het even bijkomen van zijn werk. Hij is arts in een kliniek. Een drukke week heeft de dokter achter de rug. Met wat? Hij antwoordt: „Met patiënten die dachten ze dat het virus onder de leden hadden. Daar heb je je handen vol. Maar niemand die het echt had. De kliniek is weer leger aan het raken.”

    • Philip de Wit