Herdenking

Door iemand die ze herkent bij de herdenking op 4 mei, moet Rascha Peper ineens aan iets anders denken: aan wat in het fietsenhok bij school voorviel in de jaren 60.

Je kunt zo'n oude grijsaard moeilijk met vieze praatjes lastig vallen." (Illustratie Annemarie van Haeringen Haeringen, Annemarie van

Op 4 mei vorig jaar was ik op bezoek bij mijn bejaarde moeder, die nog in mijn geboortedorp woont, en fietste om half acht ’s avonds op de keurig onderhouden, glimmende fiets, waarop ze zelf nooit meer rijdt, naar het park met het monument voor de gevallenen. Ik behoor tot het deel van de natie dat op die avond niet voor de televisie kan blijven zitten. In het park weerklonk een melancholieke saxofoonmelodie en er stonden al heel wat mensen in een halve cirkel rond het monument te wachten. Ik schoof aan en bekeek tersluiks het publiek.

Een kenmerk van ouder worden is dat je, weer eens terug in je dorp van vroeger, in allerlei veertigers mensen meent te herkennen die in werkelijkheid allang in de zestig moeten zijn, in twintigers hun kinderen, die onderhand tegen de veertig lopen en in een peuter op zijn moeders arm het twaalf jaar geleden geboren kleinkind van de slagersdochter. Kortom: ik zag geen bekenden, tot mijn aandacht getrokken werd door een stokoude man vooraan, die vredig met een plaid over zijn benen in een rolstoel zat. Eigenlijk kwam hij me helemaal niet bekend voor, maar toen hij op zeker moment met zijn linkerkant naar me toegekeerd zat, zag ik het direct. Niet te geloven: het was Flip Celebes.

Flip Celebes was de conciërge van mijn oude lagere school. Hij heette in het echt meneer De Vries of De Graaf, dat weet ik niet meer, maar de leerlingen noemden hem Flip Celebes wegens een grillige, donkere wijnvlek in de vorm van het eiland dat toen nog zo heette, die in zijn hals begon en over zijn hele linkerkaak en -wang liep. Een enkele keer vergiste je je en sprak over ‘meneer Celebes’, waardoor je van de juf op je donder kreeg. De wijnvlek in de rimpelig uitgezakte huid van de man in de rolstoel was vervormd en verbruind, maar nog duidelijk herkenbaar.

Na een toespraak over vrijheid en verantwoordelijkheid door een wethouderachtige man in donkergrijs pak trad er een trompettist naar voren die de plechtige solo speelde die overal in het land op dat tijdstip mensen de rillingen over de armen bezorgt en twee minuten sprakeloos maakt. Schouders naar achteren, borst vooruit en blik op oneindig. Maar ik kon me slecht op de gevallenen concentreren.

Ik zal een jaar of tien geweest zijn, en ongetwijfeld was het lente, toen het hitsige gerucht door de klas gonsde dat je die middag na schooltijd niet naar huis moest gaan, want achter de fietsenhokken zou iedereen zijn ‘ding’ laten zien. Om de sfeer nog te verhogen lieten de jongens in de loop van de middag via briefjes en door stompen of potloodprikken vooraf gegaan gefluister weten dat de meiden zich erop moesten voorbereiden bij die gelegenheid geneukt te worden.

Toen het eenmaal zover was, was ik behoorlijk bang, maar ik wilde onder geen beding bij de braveriken horen die snel hun fiets uit het rek haalden en er vandoor gingen, dus belandde ik met een paar vriendinnen inderdaad achter de fietsenhokken en trok manhaftig mijn onderbroek naar beneden, toen het mijn beurt was. De shock die de aanblik van plotseling ontblote jongenspiemels een zonder broers opgegroeid tienjarig meisje in 1960 opleverde, laat zich in deze tijd amper meer begrijpen, denk ik. Het was een christelijke school, dat ook nog eens.

Maar opeens klonk er: „Wat moet dat daar?!” en Flip Celebes, in stofjas, kwam achter de fietsenhokken tevoorschijn. Alle jeugdige perverselingen stonden aan de grond genageld. Hij bekeek het zootje, zei dat we weg moesten wezen en sprak de bloedstollende woorden: „Jullie ouders krijgen hier bericht van.”

Van het neuken kwam uiteraard niets meer.

De dagen nadien herinner ik me als regelrecht martelend. Ik sliep er niet van. Toen de tijd verstreek zonder dat mijn ouders, noch die van mijn vriendinnen, ergens over begonnen, vreesden we nog lange tijd ouderavonden en persoonlijke gesprekken tussen ouders en leerkrachten, totdat ons uiteindelijk duidelijk werd dat Flip Celebes helemaal niets verteld had.

Je kunt moeilijk na zo’n dodenherdenking op een grijsaard die jou niet herkent, afstappen en hem met vieze praatjes aan het schrikken maken, maar anders zou het na vijftig jaar wel eens gezegd mogen worden: eigenlijk best tof, meneer Celebes.

    • Rascha Peper