Feesten is vandaagjuist wél gepast

Na iedere calamiteit schrikt Nederland hevig, en verliest het weer eens zijn ‘onschuld’.

5 mei is er om te vieren dat we een democratie zijn. En dat dit niet vanzelf spreekt.

Illustratie Daisy Erades Erades, Daisy

Waar komt die ‘onschuld’ toch vandaan die Nederland steeds opnieuw schijnt te kunnen verliezen? In zeven jaar minus een week, tussen 6 mei 2002 en 30 april 2009, zijn we hem inmiddels driemaal kwijtgeraakt. Dat was allemaal erg genoeg.

Wonderbaarlijk is vooral dat die onschuld steeds in volle glorie terugkeert. Zo kan elke nieuwe brute klap van de werkelijkheid weer met grote verontwaardiging als het begin van het einde worden beweend. Het nationale gemoed als een tuimelaar zonder geheugen.

Elke keer wordt geroepen dat niks nooit meer hetzelfde zal zijn – van een verkiezingsstrijd tot Koninginnedag. Elke keer wordt ook met oprechte verbazing vastgesteld dat de moordenaars van de onschuld ogenschijnlijk hele normale mannen waren. Volkert van der G., Mohammed B. en Karst T. kregen eenzelfde psychologisch profiel: de gewone gek. Heel doorsnee, met een raar dingetje. Dat rare dingetje moet achteraf alles verklaren.

Dit mechanisme werkte al zo bij de ontvoerder en moordenaar van Gerrit Jan Heijn, in 1988. De man heette Ferdi E. Die woonde in een rijtjeshuis in Landsmeer. Maar in tegenstelling tot de bewoners van het rijtjeshuis links van hem en die van het rijtjeshuis rechts van hem, hield Ferdi zijn voortuin niet bij. Daar groeide onkruid. Wij zijn dus niet verbaasd, aldus de buren tegen de toegesnelde verslaggevers.

Toch is wat zich in het hoofd van al die gewone gekken afspeelt volstrekt irrelevant. Iedereen is in het diepst van zijn gedachten een gewone gek. Het gaat om de daad. Die telt.

In het geval van Volkert, Mohammed & Karst was het een hoogst politieke daad. De eerste twee hadden een expliciet politiek programma: dierenwelzijn en islamisme. De derde had dat, voor zover bekend, niet. In Karsts Huissense huisje zijn geen exemplaren gevonden van de sjiek-opruiende bundel De Republiek der Nederlanden. Maar ook met een leeg hoofd, zonder politieke heilsleer, kun je een ontwrichtende politieke daad plegen. Vanwege het doel en de gevolgen. Als een aanslag op het staatshoofd, de belichaming van de staat, geen politieke daad is, wat wel?

Op 10 mei 1940 verloor Nederland zijn onschuld ook al eens. Adolf H. – zoals bekend een heel gewone gek, zij het vegetarisch – liet zijn troepen ons land binnenvallen en bezetten. Dat was zeer onheus. Wij waren toch neutraal? De door de Duitsers geschonden neutraliteit was een oermoment van de Hollandse verontwaardigde schrik. (Waaraan gelukkig lang niet allen ten prooi vielen.)

Vandaag en morgen wordt herdacht dat we van Hitler bevrijd zijn, dat de democratie na vijf jaar werd hersteld. Deze jaarlijkse geheugensteun van 4 en 5 mei heeft matig effect. Het besef van de kwetsbaarheid van de democratie en de publieke vrijheid zit niet zo diep. Anders zou de schrik na een calamiteit minder hevig zijn.

Het valt de bevolking niet aan te rekenen. De vaderlandse autoriteiten, bang dat het voor de jeugd allemaal te lang geleden was, wisten zelf niet goed meer wat ze met de oorlogsherdenking aanmoesten. In 1995, vijftig jaar na de bevrijding, werd officieel besloten dat op 5 mei het accent minder op ‘bevrijding’ en meer op ‘vrijheid’ moet liggen. Dit paste bij een trend waarin het einde van de Tweede Wereldoorlog vooral werd gevierd als de morele overwinning op het absolute kwaad van het fascisme.

Het ging vanaf de jaren tachtig steeds minder over de politieke kwetsbaarheid van een vrije democratische staat, steeds meer over universele waarden, mensenrechten en anti-discriminatie. Het waren de jaren van de vier-meise snik van de Amsterdamse oud-burgemeester Ed van Thijn op de Dam.

Maar met die omvorming van ‘bevrijding’ naar ‘vrijheid’, van het concrete naar het abstracte, ging zeggingskracht verloren. Bevrijding is een moment in de geschiedenis, een gebeurtenis in de tijd. De vrijheid daarentegen is een duurzame toestand; een ideaal voor wie in gevangenschap, slavernij of onder een dictatuur leeft, maar voor wie over vrijheid beschikt, kan ze een vanzelfsprekendheid worden. De verveling slaat toe, het onderhoud van de vrijheid, het bewaken van de grenzen van de democratie schiet erbij in.

De bevrijding, de herinnering aan dat ene vreugdevolle moment, is dus oneindig veel beter te vieren dan de vrijheid. Het is een collectieve ervaring, gegrift in het hart van vrijwel elke vrije natie. Quatorze Juillet: bestorming van de gevangenis die het Franse Ancien Régime symboliseerde. De Amerikaanse 4th of July en al die andere onafhankelijkheidsdagen: weg uit het nest van het ‘moederland’. Juist het begrip ‘bevrijding’ maakt duidelijk dat de vrijheid broos is; ze is op enig moment herwonnen, ze kan ooit weer verloren gaan.

Bevrijdingsdag kan dus niet leven van weerzin jegens hedendaags fascisme alleen. Het zou een politiek feest moeten zijn, een jaarlijks ritueel waar wordt gevierd dat Nederland op dit moment een vrije democratie is. Een geheugensteun dat dit niet vanzelfsprekend is, opdat de klappen minder hard aankomen.

De website van het Nationaal Comité 4 en 5 mei meldt over de start van de nationale viering van de bevrijding, die morgen in Zwolle plaatsvindt: „Uiteraard zal de commissaris van de koningin in zijn welkomsttoespraak aandacht besteden aan de gebeurtenissen in Apeldoorn.” Het klinkt bijna alsof is overwogen de boel af te gelasten.

Is er niet juist reden voor feest? Elke politieke aanslag bevestigt de bestaansgrond voor de viering van 5 mei.

Luuk van Middelaar is columnist van NRC Handelsblad