Een kosmopoliet, wars van speculatie

Voor generaties studenten was hij de helft van het sociologenduo ‘Van Doorn en Lammers’. Maar zijn werk als organisatie-onderzoeker verdient een aparte en eervolle plaats.

Wie samen met een collega een boek schrijft dat een klassieker wordt, zal daarna altijd in één adem worden genoemd met zijn co-auteur. Zo verging het ook C.J. (Cor) Lammers, de Nederlandse socioloog die vrijdag op 81-jarige leeftijd is gestorven. In 1959 schreef hij samen met J.A.A. (Jacques) van Doorn het handboek Moderne Sociologie en sindsdien was hij de helft van ‘Van Doorn en Lammers’. Nog in maart dit jaar sprak Lammers in Breda op een sociologencongres ter herdenking van Van Doorn. Die stierf precies een jaar geleden en ook dat toeval suggereert onafscheidelijkheid.

Toch hebben deze twee grondleggers van de Nederlands sociologie sinds dat boek geen coproducties meer op hun naam gezet. En hun academische levens namen een heel andere loop. Van Doorn werd bouwheer van de sociale faculteit in Rotterdam en Lammers ging naar Leiden, waar hij in 1964 hoogleraar werd. Van Doorn verliet in 1987 de universitaire wereld (en de sociologie) en werd columnist. Lammers bleef doceren tot zijn emeritaat in 1993, publiceerde in internationale tijdschriften en kreeg grensoverschrijdende faam als organisatiesocioloog.

Organisaties waren Lammers’ onderwerp, hoe ze zich handhaven of ten onder gaan, hoe ze functioneren en geleid worden en hoezeer organisatieculturen verschillen. Daarover schreef hij 20 boeken en bijna honderd wetenschappelijke artikelen. Hij beperkte zich niet tot ambtelijke en bedrijfsorganisaties, maar liet zijn analyses ook los op huisartsenpraktijken, rampenbestrijding, stakingen en muiterijen. Met Organisaties vergelijkenderwijs. Ontwikkeling en relevantie van het sociologisch denken over organisaties (1989) schreef hij een eigen handboek.

De laatste twintig jaar paste Lammers de principes van de organisatiesociologie toe op militaire bezettingsregimes. De resultaten behoren tot zijn beste werk. De reeks opende met Macht en gezag van de Duitse bezetter (1990) en werd in 2007 afgesloten met een artikel in het tijdschrift Sociologie over de Amerikaans-Britse bezetting van Irak. In 2003 stak hij de hand in nationale boezem met de studie Nederland als bezettende mogendheid 1648-2001. Nederland beschouwt zichzelf graag als slachtoffer van bezettingen: door Spanjaarden, Fransen en Duitsers. Maar het heeft ook zelf de rol van bezetter gespeeld, van de zuidelijke Nederlanden in de jaren 1815-1830 tot Indonesië.

In 2001 werd Lammers erelid van de European Group for Organizational Studies. De Frans-Zwitserse socioloog Jean-Claude Thoenig sprak de laudatio en noemde hem een ‘kosmopolitische protestant’. Kosmopolitisch omdat hij zijn talen sprak, een groot netwerk had en in internationale tijdschriften publiceerde. Protestant omdat Thoenig in Lammers een wetenschapper zag die alleen afging op verifieerbare feiten en wars was van speculatie.

De Franse socioloog Alain Touraine, bedenker van de term ‘postindustriële samenleving’, kreeg van Lammers ooit een veeg uit de pan voor het bespiegelende karakter van zijn werk over sociale bewegingen. Thoenig herinnerde aan de woorden waarmee Lammers dit typeerde: ‘met de Franse slag’.

Cor Lammers wordt morgen begraven in zijn woonplaats Oegstgeest.