Een bisschop kruipt niet onder bedden

Het bisdom Roermond wist van de fraude en de omgang met vrouwen van deken Joep Haffmans van Gulpen. Maar te weinig om in te grijpen, legden bisschop Wiertz en zijn hulpbisschop De Jong gisteren uit.

Zelfs voor de rechter-commissaris voelt het wat onwennig. „Hoe wilt u dat ik u aanspreek: monseigneur of meneer?”, vraagt hij ’s ochtends aan de als getuige opgeroepen hulpbisschop van Roermond Everard de Jong. Als die ‘monseigneur’ verkiest, klinkt het licht ironisch: „Ik neem aan dat u de eed wilt afleggen?”

Ook bisschop Frans Wiertz wordt ’s middags gevraagd: monseigneur of meneer? „Gewoon bisschop”, zegt deze.

De twee zijn op het seminarie van Rolduc klaargestoomd voor dit optreden, onder meer met een rollenspel. „Het is niet zo dat we te horen hebben gekregen dat we iets wel en iets niet mogen zeggen”, haast De Jong zich er aan toe te voegen.

Eind jaren negentig kreeg bisschop Wiertz de eerste signalen dat deken Joep Haffmans van Gulpen rommelde met kerkelijke gelden en vrouwen. Wiertz geeft aan in dat soort gevallen verre van almachtig te zijn. „Ik heb geen Zwitserse Garde of Scotland Yard tot mijn beschikking. Er waren verhalen tot mij gekomen, maar Haffmans ontkende. Dan houdt het snel op. Ik kan niet onder bedden gaan kruipen en heb geen accountantservaring.”

Dat Haffmans in 1999 in een brief aan de bisschop bekende dat er onoorbare zaken waren gebeurd met een fonds dat hij als deken beheerde, bracht de bisschop „in staat van paraatheid”, maar was geen reden om door te pakken. „Ik kreeg de indruk dat het om een fondsje ging. Een bedrag van zo’n tienduizend euro, in elk geval een bedrag dat hij zou kunnen terugbetalen.”

Nino Pennino, de advocaat van de ex-vriendin van de deken, vraagt hoe de bisschop aan zijn inschatting komt dat het om een relatief gering bedrag ging. In zijn brief kwam Haffmans met een imposant overzicht van bestedingen: een nieuw altaar, aanpassingen aan het parochiehuis en de voormalige kapelanie, kelken, gewaden, catechisatie-materiaal, liefdadigheid, en zichzelf en anderen.

Wiertz zegt dat hem pas na de aangifte in 2006 en helemaal na zeven maanden gewroet door zeven deskundige speurders duidelijk werd hoe groot de zaak was. Een bedrag van 1,8 miljoen euro is genoemd. „Met de wetenschap achteraf is het een gotspe dat ik de administratie niet heb opgevraagd. Haffmans klaagde en jammerde dat het niet lukte om snel duidelijkheid te geven over de omvang van de fraude. Bij mij was er de hoop en verwachting dat dat wel een keer zou lukken. Vlak voor zijn dood kreeg ik een brief, waarin hij aangaf me altijd voorgelogen te hebben.”

De Gulpense ex-vriendin, die nu onderzoekt of ze een civiele procedure gaat beginnen tegen het bisdom, luistert – zichtbaar gespannen – naar de getuigenissen. Wiertz kent haar al lang, maar van de verhouding met Haffmans hoorde hij pas in 2005.

De Jong was al in 2003 in vertrouwen genomen door de Gulpense. De gesprekken in de eerste twee jaar daarna vielen volgens De Jong onder het biechtgeheim, aldus De Jong. Gevraagd naar het besprokene beriep hij zich op zijn verschoningsrecht. De rechter-commissaris kende dat toe.

Vanaf Witte Donderdag 2005 wierp De Jong, die ook afschriften van rekeningen van Haffmans in België, Luxemburg en Tenerife had gezien, zich op als bemiddelaar. Uiteindelijk ontstond het plan dat de hulpbisschop de ex-vriendin van de deken, haar zoon en een econoom in dienst van het bisdom Haffmans zouden confronteren met zijn fraude en zijn relaties.

Voor Wiertz rook dat te veel naar een deal, nog wel voordat alle feiten op tafel lagen. Hij vindt de fraude een zaak voor justitie en het seksueel misbruik iets voor de door de kerk in het leven geroepen, maar onafhankelijke organisatie Hulp en Recht. De Jong vindt dat, ook achteraf, „een heel wijze inschatting van de bisschop”.

Direct contact met de ex-vriendin van de deken besteedde Wiertz bewust uit zijn de vicaris-generaal. „Als ik dat soort gesprekken zelf voer, is het voor anderen vaak moeilijk om mijn pastorale luisterhouding en rol als bestuurder van het bisdom uit elkaar te houden.”

Twee met Haffmans bevriende dekens waarschuwden de bisschop voor een te harde aanpak vanwege gevaar voor suïcide. Aangifte door het bisdom is nooit een optie geweest, zegt Wiertz. „Als een bisschop een van zijn priesters aangeeft, is dat al een openbare executie. Dat kan alleen met feiten onderbouwd.”

De Gulpense is van plan haar zaak door te zetten. Het getuigenverhoor bevestigt volgens haar dat het bisdom wist, maar niet ingreep.

    • Paul van der Steen