Dubbele hekken om koninklijke familie

Koningin Beatrix woonde de Dodenherdenking bij en kreeg applaus. Andere Europese staatshoofden willen ook zichtbaar zijn. Dat noopt vaak tot extra veiligheidsmaatregelen.

Koningin Beatrix, Willem-Alexander en Máxima gisteravond tijdens Dodenherdenking. Een dubbele rij hekken zorgt voor extra afstand tussen de koninklijke familie en het publiek. Dodenherdenking. Amsterdam, 4 mei 2009. foto Maarten van Haaff Haaff, Maarten van

Midden op de Dam grijpt een vader zijn dochtertje bij de arm. „Kijk daar, scherpschutters!” Hij wijst naar het dak van hotel Krasnapolsky. De Dodenherdenking in Amsterdam was gisteravond omringd met extra veiligheidsmaatregelen, na de aanslag op Koninginnedag in Apeldoorn. De circa 20.000 belangstellenden applaudisseerden toen burgemeester Cohen koningin Beatrix prees voor haar aanwezigheid.

Sommige veiligheidsmaatregelen waren duidelijk zichtbaar. Er was een noodverordening van kracht, die de politie machtigde tot fouilleren. Speurhonden doorzochten tassen, agenten bewaakten toegangswegen, motoragenten reden af en aan. Er was een dubbele rij hekken geplaatst tussen de koninklijke familie en het publiek, waardoor gisteren beduidend minder mensen bij de herdenking waren dan vorige jaren.

Koningin Beatrix had de wens geuit om de plechtigheid en de festiviteiten door te laten gaan, benadrukten de Rijksvoorlichtingsdienst (RVD) en het Nationaal Comité 4 en 5 mei afgelopen weekeinde. Vanavond woont ze in Amsterdam het Bevrijdingsconcert aan de Amstel bij, ook met extra beveiliging.

In andere Europese landen hechten koningshuizen en staatshoofden eveneens veel waarde aan hun zichtbaarheid, al lijken de veiligheidsmaatregelen elders strenger dan in Nederland. Tot nu toe dan.

De Belgische minister Guido De Padt zei naar aanleiding van de mislukte aanslag van Karst T. in Apeldoorn nog eens goed te willen kijken naar de veiligheidsmaatregelen voor 21 juli, de nationale feestdag van België. Koning Albert zal dan in het openbaar verschijnen. De Padt wil onderzoeken „hoe we de kritieke punten binnen het parcours beter kunnen beschermen”. Maar, zei hij ook, „we willen van ons land geen belegerd land maken. Als je palen gaat zetten, dan komt er daarna iemand met een vrachtwagen.”

Of de gebeurtenissen in Apeldoorn gevolgen hebben gehad voor de beveiliging van andere koningshuizen is niet bekend. Erg waarschijnlijk is het niet. De meeste koningshuizen worden al scherp bewaakt. Zo krijgt de Britse koninklijke familie de laatste jaren steeds minder bewegingsvrijheid bij openbare optredens. Tijdens een bezoek aan Bury St. Edmunds in het graafschap Suffolk, vorige maand, klaagden inwoners dat er veel minder gelegenheid was de koningin op straat te zien dan bij een soortgelijk bezoek zeven jaar geleden. De politie wilde geen risico’s nemen.

Koningin Elizabeth zelf probeert de veiligheidsrestricties tot een minimum te beperken. Zo blijft ze graag de open rijtuigen gebruiken voor ritjes tijdens bezoeken van buitenlandse staatshoofden in Londen.

In Spanje is de bescherming van de koning en zijn familie traditioneel al streng. In een land met een traditie van politiek geweld, en waar de Baskische terreurorganisatie ETA nog altijd actief is, horen beschermingsmaatregelen tot de routine in het openbare leven. Zeker in het geval van de koning, die als staatshoofd en symbool voor de eenheid van Spanje meermalen doelwit was van geplande ETA-aanslagen. Dat verhindert overigens niet dat het Spaanse staatshoofd zich met regelmaat vertoont bij publieke ceremonies.

Ook de beveiliging van Angela Merkel in Duitsland en Nicolas Sarkozy in Frankrijk is over het algemeen adequaat te noemen. Duitsland doet er alles aan om niet als ‘politiestaat’ te worden gebrandmerkt, en de bewaking van Duitse politici staat in geen verhouding tot die van bijvoorbeeld de Amerikaanse president Obama.

De Franse president Sarkozy heeft niets veranderd aan zijn programma voor vrijdag, de dag waarop Frankrijk de Tweede Wereldoorlog herdenkt. Hij neemt die dag tweemaal deel aan plechtigheden met veel publiek.

Franse presidenten zien niet snel af van grote bijeenkomsten. Dat bleek bijvoorbeeld nadat de rechts-extremist Maxime Brunerie, student en medewerker van beveiligingsbedrijven, op 14 juli 2002 een aanslag pleegde op president Chirac. Het geweerschot miste de president op de nationale feestdag maar net; Chirac bleek onverstoorbaar. „Ik dacht dat het een rotje was”, zou hij later zeggen. Daarna is de beveiliging opgevoerd, maar Chirac weigerde zijn openbare optredens te beperken. Zijn opvolger Sarkozy zoekt nog veel vaker de mensen op, waarbij hij wel scherper beveiligd lijkt te worden dan Chirac.

Overigens kwam tijdens het proces van Brunerie naar buiten dat hij door zijn actie spectaculair gedood wilde worden om aandacht te trekken. Chirac was dus geen politiek doelwit. Mogelijkerwijs zal later blijken dat hij in die zin te vergelijken is met Karst T.

Met medewerking van Steven Adolf, Jeroen van der Kris, Marijke Groeneveld, Floris van Straaten, René Moerland, Joost van der Vaart en Jessica van Geel.