De bankiers van Wall Street blijven weg bij gentleman's clubs

De pornosector is net zo belangrijk als de autobranche. Dat zegt porno-ondernemer Larry Flynt.

Hij pleit voor steun van de overheid: 5 miljard dollar.

Vanaf haar barkruk aan de hoek van de bar kijkt een donkerharig meisje gekleed in niet meer dan een slip en een laag uitgesneden topje bezorgd om zich heen. Het is zondagavond, elf uur, en „ik moet voor morgen 600 dollar verdiend hebben”. Waarom? Dat vertelt ze niet, maar haar gezichtsuitdrukking verraadt de noodzaak. Nog een vertwijfelde blik op de lege, leren zitstoelen in de stripclub. Dan slaat ze haar kleurloze drankje uit een laag glas achterover en wenkt de barvrouw: „Doe me er nog maar één.”

In dezelfde club is Raven, een ander meisje dat vanavond als stripper werkt, als enige bereid om echt wat over de inkomsten van de club te vertellen, onder voorbehoud dat de naam van de bekende gentleman’s club op Manhattan niet in de krant verschijnt; Raven mag van de eigenaar op straffe van ontslag niet met de pers praten. Ze vertelt dat er, sinds de recessie begon, een stuk minder klanten komen. Met name bankiers van Wall Street blijven weg. En als stripper moet ze nu „veel meer doen voor hetzelfde geld” dan een aantal jaren geleden. Details geeft ze niet.

Net als deze stripclub lijden veel bedrijven in de porno-industrie onder de recessie. Websites, filmstudio’s en andere bedrijven in deze sector kampen met teruglopende inkomsten. De branchevereniging noemt een daling van 10 tot 30 procent voor de gehele industrie. Voor bedrijven die video’s produceren is dat zelfs 30 tot 50 procent.

En zoals vaker als het om de Amerikaanse pornobranche gaat, is daar Larry Flynt om iets controversieels te zeggen. Flynt, vooral bekend van het merk Hustler, wil namelijk dollars zien. Van de overheid, welteverstaan. Want waarom zijn er tientallen, honderden, duizenden miljarden beschikbaar voor banken en autobedrijven, en heeft de porno-industrie – volgens Flynt zeker zo belangrijk voor Amerika – nog geen cent ontvangen?

Op Flynts website staat dat de Amerikaanse porno-industrie 5 miljard dollar (3,8 miljard euro) overheidssteun vraagt om „door de zware tijden heen te komen”. Volgens de ondernemer gaat er jaarlijks 13 miljard dollar om in de Amerikaanse porno-industrie en is het daarmee een relevante speler in de Amerikaanse economie; dat rechtvaardigt noodkredieten. Bovendien is de porno-industrie volgens Flynt – die verder elk commentaar weigert – onmisbaar voor de psychische gezondheid van de bevolking. Hoe de industrie met overheidssteun geholpen zou moeten worden, blijft echter onduidelijk. Waar het geld terecht zou komen ook.

De recessie krijgt de schuld van de teruglopende inkomsten. Consumenten geven minder geld uit aan porno. Ze proberen hun uitgavenpatroon te verminderen, en porno is dan een van de dingen die daaronder lijden. De gevolgen zijn duidelijk. Neem de New Yorkse productiestudio voor homoseksuele video’s, Lucas Entertainment, heeft al twee van zijn dertien medewerkers moeten ontslaan. In de seksspeeltjeswinkel Peekay van Phyllis Heppenstall, Peekay, in de staat Washington komen de klanten nog maar één keer per maand, in plaats van twee of drie keer. Andere pornobedrijven zijn op eenzelfde manier geraakt.

Deze bedrijven laten weten alleen te kunnen overleven door eindeloze uitverkopen en door te besparen op de huur voor het bedrijfspand of de videolocaties. Of door lagere betalingen aan modellen. Daar komt de sector nu mee weg, omdat het aanbod van werkzoekenden exponentieel is gegroeid. Volgens ondernemer Michael Lucas zoeken veel elders ontslagen werknemers nu hun heil als model of acteur in de porno-industrie.

Toch is de recessie niet de enige schuldige van de teruglopende inkomsten. Ook internet speelt een rol. Dodelijk, in combinatie met de recessie. De porno-industrie, die toch al last had van de piraterij of van websites die hun inhoud gratis op internet kunnen aanbieden, ziet nu een nog groter deel van haar klanten hierheen verdwijnen.

Waar de consumenten vroeger betaalden voor een film of een lapdance in een stripclub, kijken ze nu liever naar een film op internet. Gratis. Weliswaar vaak van mindere kwaliteit, maar luxe hoeft nu even niet meer. Zoals Lucas uitlegt: „Vergelijk het met een kledingmerk. Als je vroeger pakken droeg van Armani, maar je hebt nu minder geld, dan koop je ze voortaan bij de H&M.”

Online bedrijven kunnen die kosten vermijden en doen het daardoor ondanks de recessie erg goed. Ze zijn weinig geld kwijt aan bijvoorbeeld de productie of transport en bieden hun producten gratis aan op het internet. Inkomsten ontvangen ze voornamelijk van sociale netwerksites die adverteren op pornowebsites. Vaak datingsites, waar het financieel gezien nog steeds erg goed mee gaat. Of de pornowebsites vragen een lage prijs voor lidmaatschap. Voor bedrijven die niet enkel online opereren, betekent dit extra concurrentie, bovenop een recessie die klanten wegjaagt.

De rest van de zondagavond – gratis entree, lapdances vanaf 40 dollar – blijft het rustig in de stripclub. Er zit een groepje van drie mannen vlakbij het podium. In een hoek een man alleen met één van de dames op schoot. De rest van de stoelen met uitzicht op het podium, waar telkens één van de meisjes danst, blijft onbezet. Later op de avond komt nog een groepje van drie binnen. De hele avond geldt: meer meisjes dan klanten.

Volgens Flynt is dit meer dan voldoende reden voor overheidssteun aan de bedrijfsmatig onoverzichtelijke porno-industrie. Want zoals op zijn website staat: „Amerikanen kunnen gemakkelijk zonder auto’s, maar ze kunnen niet zonder seks.”

    • Harmke Berghuis