Brown even wereldgids, maar nu terug bij af

Uitgelekte e-mails met verzonnen laster over de Conservatieven, gestuntel op YouTube, een nederlaag in het Lagerhuis. De Britse premier Brown ontlokt hoongelach en stevent af op een verkiezingsnederlaag.

Gordon Brown in zijn filmpje op internetsite YouTube.

Een week is een lange tijd in de politiek, verzuchtte Harold Wilson, een verre voorganger van de Britse premier Gordon Brown, eens. Laat staan een maand, zoals Brown inmiddels uit eigen ervaring kan bevestigen.

Begin april kon Brown zich nog koesteren in de lof van de groten der aarde voor zijn voorzitterschap van de conferentie van de leiders van de twintig belangrijkste economieën in Londen. Met enig recht kon hij zich presenteren als de gids die de wereld door de huidige crisis loodst. Een maand later, na een serie uitglijders, wordt er alweer naar hartelust gespeculeerd of hij wel de juiste man is om Labour bij de volgende Lagerhuisverkiezingen te leiden. Hij is daarmee terug bij af. Vorig jaar was hij ook al door velen, partijgenoten incluis, afgeschreven.

Hoe heeft de ervaren Brown zich zo in de nesten kunnen werken? De malaise begon ruim drie weken geleden met het uitlekken van e-mails van een naaste medewerker van de premier met verzonnen laster over oppositieleider David Cameron en andere Conservatieven, bedoeld om de Tories in diskrediet te brengen. De medewerker trad af, maar ook Brown werd erop aangekeken.

En dan was er het filmpje dat Brown en zijn adviseurs op YouTube meenden te moeten plaatsten, wellicht met de bedoeling aan te tonen dat hij bij de tijd is. Schaapachtig glimlachend deed de premier langs die ongebruikelijke weg voorstellen om de uit de hand gelopen declaratiecultuur van de Lagerhuisleden aan banden te leggen. Hij lokte er slechts hoongelach mee uit. Dat zwol nog aan toen hij zijn voorstellen vorige week weer grotendeels introk, toen hij merkte dat er onvoldoende steun voor was.

Zeer schadelijk voor zijn prestige was ook zijn eerste nederlaag in het Lagerhuis vorige week. Met assistentie van 27 Labourparlementariërs wist de verenigde oppositie tegen de zin van de regering een motie aangenomen te krijgen die alle Gurkha-militairen die in Britse dienst zijn geweest het recht geeft zich in Groot-Brittannië te vestigen. Een standpunt dat in de samenleving op brede sympathie kon rekenen.

Geërgerd over Browns gestuntel, riep de voormalige minister van Binnenlandse Zaken, Charles Clarke, dat hij zich ervoor geneert namens Labour in het Lagerhuis te zitten. „Labour heeft zijn politieke antennes verloren”, waarschuwde een andere oud-minister, David Blunkett, vorige week.

John Curtice, hoogleraar politicologie aan de Strathclyde University in Glasgow, heeft een andere verklaring. „Brown heeft nu eenmaal een minder vaste hand wanneer het om niet-economische onderwerpen gaat”, meent hij. „Bovendien spelen hem drie zwakheden parten. Hij kan niet goed luisteren, hij weet in lastige situaties niet de juiste woorden te vinden en hij kan niet ‘sorry’ zeggen wanneer hij een fout heeft gemaakt.”

Zelfs binnen de regering is er kritiek. Minister Hazel Blears (Lokaal Bestuur) sprak zondag in The Observer van „de beklagenswaardige mislukking” van de regering haar boodschap over te brengen. „Gebruik YouTube als je wilt”, schreef ze in een steek onder water naar Brown. „Maar het kan niet in de plaats komen van het kloppen op deuren of het opzetten van een stalletje in het stadscentrum.”

Sommige Labourparlementariërs zouden uit woede over Browns leiderschap willen overlopen naar de Liberaal-Democraten. Voor de hand liggende kandidaten om Brown af te lossen zijn er overigens niet. Veteranen als oud-partijleider Neil Kinnock en de vroegere vicepremier John Prescott riepen in het weekeinde op de rijen te sluiten om de partij voor rampen te behoeden.

Alle commotie binnen Labour komt op een ongelukkig moment. Sommige partijleden houden er rekening mee dat Labour bij de Europese verkiezingen begin volgende maand als derde eindigt na de Conservatieven en de Liberaal-Democraten. Een slechte uitslag voor Labour kan van invloed zijn op de volgende Lagerhuisverkiezingen, die uiterlijk in juni 2010 moeten worden gehouden.

„Zoals de zaken er nu voorstaan stevent Brown volgend jaar af op een nederlaag”, zegt Curtice. „Maar eerlijk gezegd hangt er al heel lang een donkere wolk boven de regering. Ik denk dat Labour de verkiezingen van 2005 onder leiding van Tony Blair al zou hebben verloren, als de Conservatieven tegen de oorlog in Irak waren geweest. Dat waren ze niet en daardoor verloren ze veel stemmen aan de Liberaal-Democraten.”

De grote vraag is of de Conservatieven de missers van Brown en het ongunstige economische klimaat in het land ditmaal zullen weten te verzilveren. Ze staan er onmiskenbaar beter voor dan in lange tijd het geval is geweest. Cameron is de afgelopen drie jaar volgens Curtice, een expert op het terrein van politieke peilingen, nauwelijks zo populair geweest als nu. In de meest recente opiniepeilingen liggen de Conservatieven 20 procentpunt voor op Labour.

Patrick Dunleavy, politicoloog aan de London School of Economics, stelt dat de Conservatieven de strategie volgen die Tony Blair in 1997 aan zijn eerste zege hielp. Met opzet zijn ze nog vaag over het beleid dat ze zelf willen volgen, want daarmee zou Labour meer aangrijpingspunten hebben voor kritiek. Maar hij zegt dat de aantrekkingskracht van Cameron niet moet worden overschat. „Weliswaar zegt 61 procent van de Britten in peilingen dat hij zijn werk goed doet, maar slechts 10 procent zegt dat hij het heel goed doet.”

Ook Curtice bevestigt dat Cameron nog lang niet binnen is. „Cameron is niet zo populair als Blair destijds als oppositieleider was.” Om er meteen aan toe te voegen: „Maar wel populairder dan Margaret Thatcher destijds.” En toch werd ook die deze week dertig jaar geleden wel premier.

De YouTube-film van Brown en Blears’ kritiek in ‘The Observer’ op nrc.nl/buitenland

    • Floris van Straaten