Als Nederlandse wél een topper

Sinds Li Jie voor Nederland speelt, is ze flink gestegen op de wereldranglijst tafeltennis.

In haar jeugd zag het er niet naar uit dat ze een topper zou worden.

Li Jie vorige week in actie op de wereldkampioenschappen tafeltennis in Yokohama. Foto AFP Li Jie of the Netherlands returns the ball to Ariel Hsing of the US during the women's singles first round match at the World Table Tennis Championships in Yokohama on April 30, 2009. AFP PHOTO/Kazuhiro NOGI AFP

In haar geboorteland China was tafeltennisster Li Jie in haar jeugd niet goed genoeg voor het provincieteam. Ook in Nederland, waar ze op zestienjarige leeftijd kwam spelen, werd niemand in eerste instantie warm van het spel van Jie. „Naar Chinese standaard was ze niet bijzonder”, herinnert de Nederlandse Elena Timina, die bij Den Helder samenspeelde met Jie, zich nog.

Nu, een kleine tien jaar later, is het een heel ander verhaal voor de verdedigster die sinds 2007 voor het Nederlandse team uitkomt. Jie is aan een opmars bezig op de wereldranglijst: ze is in twee jaar tijd gestegen van de 91ste naar de 26ste plaats. Het zijn succesvolle tijden voor haar. In februari won ze bij haar debuut op de Europese Top-12 in Düsseldorf zilver. En met haar Spaanse club Cartagena werd ze dit seizoen landskampioen en won ze de ETTU Cup, het op één na hoogste toernooi voor clubteams in Europa. Op de Olympische Spelen in Peking behaalde de frêle rechtshandige speelster de achtste finale. En absoluut hoogtepunt was de Europese titel voor landenteams met Nederland, afgelopen oktober.

Ook vorige week, op de wereldkampioenschappen tafeltennis in het Japanse Yokohama, presteerde de 25-jarige Jie goed. Zo won ze in de tweede ronde met ruime cijfers van de Italiaanse Wenling Tan Monfardini, van wie ze tot donderdag drie keer had verloren. Jie (1.66 meter lang en 53 kilo zwaar) had een slechte loting, in de derde ronde stond ze tegen de nummer zes van de wereld, Feng Tianwei uit Singapore. De Nederlandse had geen kans tegen de bijna foutloos spelende Tianwei. Het werd 4-1.

„Ik train vaker en speel meer wedstrijden”, verklaart Jie, per telefoon uit Yokohama, haar progressie. Ook heeft de overstap naar de Spaanse competitie, waar het niveau hoger ligt dan in de Nederlandse competitie, haar goed gedaan, zegt ze..

Sinds ze twee jaar geleden haar Nederlandse paspoort kreeg, kan Jie op de grote toernooien – zoals EK’s en WK’s en de Spelen – uitkomen. In het verleden moest ze deze toernooien nog thuis via de televisie volgen. „Dat motiveert, je kunt ergens naar toewerken”, zegt Pieke Franssen, tot voor kort bondscoach van de Nederlandse vrouwenploeg.

Het Nederlandse team drijft grotendeels op Jie en Li Jiao, de andere tafeltennisster van Chinese afkomst en de nummer 18 van de wereld. „Met die twee erbij zijn we voor alle landen gevaarlijk”, vindt de technisch directeur van de tafeltennisbond, Achim Sialino. Op de wereldranglijst volgen de andere Nederlandse speelsters Elena Timina (104), Linda Creemers (170) en Carla Nouwen (214) op grote afstand. „Voor het enkelspel concentreren we ons daarom vooral op Jie en Jiao”, zegt Sialino.

Li Jie werd op 6 maart 1984 geboren in de Chinese miljoenenstad Chengdu, waar ze ook opgroeide. Jie, die gek is op zingen, is enig kind in een welgesteld gezin. Haar vader zit in de autohandel en haar moeder werkt bij de gemeente. Op haar zesde begon ze op advies van haar vader met pingpongen. Jie: „Hij zei: dat is gezond voor je.” Toen ze zestien was, ging ze naar Europa. „Ik wilde proberen daar competitie te spelen. Ik dacht alleen niet dat ik zo lang zou blijven”, zegt ze giechelend..

Via een Duits tafeltennisinternaat kwam ze in 2000 terecht bij NAK/Den Helder, waarvoor ze competitie ging spelen. In de eerste jaren had Jie het er moeilijk, vertelt Timina die toen bij Den Helder speelde. Ze was ongelukkig, huilde veel, sprak de taal niet, vond het eten niet lekker en had „verschrikkelijk veel” heimwee naar haar familie. „Elke zomer was het de vraag of ze terug zou komen uit China”, zegt Timina, die later als ‘moeder’ voor Jie fungeerde. Een andere steunpilaar voor Jie was Mels Oosterbeek, de in 2002 overleden sponsor en coach van Den Helder. Timina, die veel dubbelde met Jie: „Zonder hem was ze niet gebleven.”

Jie is met alles wat ze doet serieus, vertelt vader Li Ying per telefoon uit China. Hij zegt dat ze vroeger nooit kon stoppen met tafeltennissen. In haar jeugd ging ze een halve dag naar school en de rest van de dag trainen. Of hun dochter goede resultaten behaalt, is voor hem en zijn vrouw niet het belangrijkste. „Het gaat ons erom dat ze gelukkig, gezond en veilig is.”

De voorzitter van Den Helder, Lo Krom, reageert enthousiast als hem naar Jie wordt gevraagd. „Een vrolijk meisje dat veel te vertellen heeft.” Jie woont al zo’n vier jaar bij Krom en zijn vrouw. Hij noemt Jie een gezelschapsdier dat geregeld Chinese maaltijden kookt en helpt in het huishouden. En ze is pittig. „Ze regelt veel zaken zelf. Zoals met de gemeente en de belasting.”

Als Jie bij haar ouders in China is, heeft ze er soms moeite mee dat alles voor haar wordt bepaald, vertelt Krom. „Ze is dan onderdeel van de familie, terwijl ze hier heeft geleerd zelfstandig te denken. Daar worstelt ze mee.” Ook is het voor Jie lastig dat haar man, met wie ze in 2005 trouwde, in China woont. Telefonisch en via internet houdt ze contact met hem en als het even kan, gaat ze langs. Jie: „Ik mis mijn man en familie, maar daar ben ik aan gewend geraakt. Tafeltennis is mijn werk.”

Volgens oud-bondscoach Franssen heeft Lie het beste van de oosterse en westerse cultuur in zich. „Het onverstoorbare van de Aziaten en de openheid van de Nederlanders. Dat is een goede mix.” Op de baan is Jie een vechtster, weet Franssen. „Met een verbeten gezicht gaat ze helemaal op in de wedstrijd. Ze laat niet los.” Een groot verschil met buiten de baan. „Dan is ze rustig en bescheiden.”

Op een aantal gebieden kan Jie nog vooruitgang boeken. „Fysiek en conditioneel kan ze beter”, denkt Franssen. En ze moet egoïstischer worden, vindt technisch directeur Sialino. „Ze is een heel lief en aardig meisje. Voor de top soms iets te aardig, ze moet meer aan zichzelf denken.” Ook kan Jie aanvallend nog gevarieerder worden, meent Sialino. Volgens Timina moet ze zich minder laten beïnvloeden door anderen. „Ze weet heel goed wat ze wil, maar als ze met mensen praat waar ze respect voor heeft, verandert ze te snel haar mening.”

Zelf vindt Jie dat ze aanvallend en fysiek sterker moet worden. Ze durft niet te zeggen of ze nog verder zal klimmen op de wereldranglijst. Li Jiao, die zaterdag verloor in de achtste finales van de WK, denkt dat Jie „zeker” zal stijgen. „Ze is nog jong en zal alleen maar beter worden.”

Jie, die komend seizoen bij de Limburgse topformatie TTV Heerlen speelt, vindt het moeilijk aan te geven of ze meer Chinese of Nederlandse is. „Als ik thuis bij mijn familie ben, voel ik me Chinees. Als ik voor Nederland speel, ben ik Nederlander.” Wat vinden haar ouders ervan dat ze voor Nederland uitkomt? „Het is geen probleem. We leven nu eenmaal in een global village”, zegt haar vader. „En voor haar carrière is het goed, ze kan op de toptoernooien spelen.”

Haar toekomst ligt in China, vertelt Jie. Na haar loopbaan wil ze bij haar man in Chengdu gaan wonen. De vraag is wanneer Jie gaat stoppen, want ze wil graag kinderen. Ze gaat zeker door tot de Olympische Spelen van 2012 in Londen, zo geeft ze aan. „Daarna besluit ik of ik verder ga.”

Met medewerking van Kaikai Jing, CRTV (Chinese Radio en TV)

    • Steven Verseput