Wilders heeft iets tegen de islam,niet tegen moslims

De Koran zet sommige moslims aan tot geweld, zegt Geert Wilders.

Geef dat gewoon toe en bekritiseer Wilders liever om zijn praktische voorstellen.

(Illustratie Sebe Emmelot) Emmelot, Sebe

De jury bij het tv-programma Advocaat van de Duivel viel er vorige week woensdag weer over. Een van de juryleden: „Wat ik zo vreemd vind; dat je binnen vijf seconden de volgende zin kunt formuleren: ‘ik heb niets tegen moslims’ … ‘de islam is een verschrikkelijk geloof.’” De jury achtte Wilders schuldig aan discriminatie.

Terecht, want dat Wilders onderscheid maakt naar religie is evident. Maar het is nog maar de vraag of Wilders zo inconsequent is als hij wordt afgeschilderd. In die beschuldiging weerklinkt volgens mij een zeker onbegrip van Wilders en zijn (eerste) film Fitna. Onbegrip dat ook in de politieke discussie de nuance helaas niet ten goede komt. Hoe ging dat ook alweer in het – in dit opzicht nog steeds actuele – ‘Fitna-debat’?

De islamofobie in Fitna is niet specifiek gericht op radicalisme en fundamentalisme, maar is heel algemeen, en meerdere partijen maakten daarom de strategische keuze de ‘gematigde-moslim’-kaart te spelen. PvdA-fractievoorzitter Mariëtte Hamer deed dat door te vragen wat er mis was met „de gematigde moslim die gewoon in een huis woont” – wat onhandig geformuleerd, maar het punt was duidelijk. Wilders pareerde het verwijt van generalisatie met de mededeling dat hij niets tegen „moslims” had, maar tegen de islam – de „islamitische cultuur, de ideologie en, zo men wil, de religie.”

Hamer, Alexander Pechtold (D66) en Femke Halsema (GroenLinks) buitelden over elkaar heen om aan te tonen hoe inconsistent dat was. „Hoe je het ook wendt of keert, een ideologie vermoordt geen mensen. Dat doen mensen”, zei Pechtold. Wilders „zegt dat het niet gaat om de moslims, maar om mensen die in Allah geloven en de Koran lezen. Dat zijn volgens mij gewoon moslims”, aldus Halsema. „Dan zeg ik met de heer Pechtold: het gaat toch om mensen. Alstublieft, vermoei mij niet met dit soort woordgrapjes.”

„Het zijn geen woordgrapjes”, sputterde Wilders tegen, maar zijn boodschap leek intussen al ontmaskerd: islamofobie is moslimhaat. Maar wat als we proberen zijn onderscheid tussen de moslims en de islam serieus te nemen? „Niemand, geen enkel mens – hiervoor heb ik niet eens artikel 1 van de Grondwet nodig – is mij minder waard dan de ander”, verzekert Wilders. Wat wil hij dan laten zien met Fitna?

Laten we Fitna nu even niet bekritiseren om het gebrek aan nuance. Laten we de film eens niet beoordelen op wat hij níét zegt, maar op wat hij wél zegt. De boodschap is dat er een relatie is tussen Koranteksten en aanslagen – daarom zijn die fragmenten aan elkaar gemonteerd; er is een verband tussen de islam en de daden van radicale moslims, zegt Wilders. Is dat er?

De kernvraag is of de mensen in kwestie ook zo hadden gehandeld als ze geen inspiratie uit de islam hadden geput. Zo nee, dan is het inderdaad mogelijk om islamitische opvattingen te verwerpen, zónder een hekel aan de dragers van die opvattingen te hebben. Het gaat dan niet om slechte mensen, maar om slechte ideeën. Wat is er eigenlijk tégen die opvatting?

Mensen hebben een eigen verantwoordelijkheid wat hun ideeën betreft, benadrukt Pechtold, en „een heilig boek is nooit een excuus om het eigen verstand op nul te zetten.”

In dat liberale mensbeeld zit de kern van het onbegrip. Pechtold houdt mensen, en niet hun boeken, verantwoordelijk voor morele keuzes. Want het individu is toch autonoom? Dat is een mooi ideaal, maar in de praktijk zijn er wel degelijk mensen die hun keuzes laten sturen door boeken.

„Ieder weldenkend mens verwerpt de afschrikwekkende beelden die in de internetfilm te zien zijn”, meent minister-president Balkenende. Alsof ‘weldenkende’ mensen immuun zijn voor slechte ideeën – iedere historicus weet dat dat niet zo is. In werkelijkheid kan religie niet alleen, zoals Arie Slob (ChristenUnie) bijvoorbeeld meent, worden ‘misbruikt’ ter legitimatie van geweld, maar daar ook toe aanzetten. Sommige lezers van de koran menen oprecht dat sommige koranteksten dat doen.

Dat feit is dus om verschillende redenen kennelijk moeilijk te accepteren. Christelijke politici als Balkenende en Slob zijn geneigd de donkere kanten van godsdienst af te doen als verkeerde interpretatie; seculiere geesten als Pechtold lijken simpelweg niet te begrijpen dat mensen zich door een anderhalf millennium oud boek laten leiden.

In plaats van hun eigen mensbeeld te verabsoluteren, zouden politici een deel van de stelling in Fitna kunnen accepteren – ja, geloof in de Koran zet sommige mensen aan tot haat en geweld. En dus...? Een boerkaverbod, immigratiestop en Korancensuur? Kortom: de islamitische ‘ideologie’ bevechten ten koste van iedereen die daar waarde aan hecht, ten koste zelfs van de vrijheid waar Wilders voor beweert te strijden?

Nee. De reactie moet niet zijn ‘en dus’, maar ‘en toch’. En tóch moeten we voldoende vertrouwen hebben in de kracht van de Nederlandse rechtsstaat en in de aantrekkingskracht van democratie en vrijheid. En tóch moeten we die vrijheid niet ontzeggen aan een individu of gemeenschap. En tóch moeten mensen geloven wat ze willen; wat is vrijheid anders?

Jeroen Bouterse studeert geschiedenis (MA) aan de Universiteit Leiden

    • Jeroen Bouterse