'Wij willen geen reservepartner zijn voor EU'

Oekraïne tekent deze week een overeenkomst met de EU. De banden worden aangehaald, maar voor de president is dat niet genoeg. Hij ambieert een volwaardig lidmaatschap.

Viktor Joesjtsjenko hekelt euroscepsis in het 'oude Europa' (Foto AFP.) President of Ukraine Viktor Yushchenko listens to a journalist's question during his press conference in Kiev on April 22, 2009. At the beginning of April, the Ukrainian parliament decided to hold the presidential election on October 25, a move that was widely seen as a blow to Yushchenko, who had wanted to hold the vote in January 2010 and is awaiting a constitutional court decision over the date. The jockeying over elections comes as Ukraine has become one of the world's hardest-hit countries in the global economic crisis, as a drastic fall in the price of metals, Ukraine's main export, has led to thousands of lost jobs. AFP PHOTO/ SERGEI SUPINSKY AFP

Viktor Joesjtsjenko, de president van Oekraïne, maakt een eenzame indruk. De Oekraïense kiezer is uitgekeken op de held van de Oranjerevolutie van 2004 -slechts vier procent zou nog maar op hem stemmen. Politiek wordt hij voortdurend afgetroefd door zijn grote tegenspeler, premier Joelia Timosjenko, die de kiezers achter zich weet te krijgen met populistische maatregelen. De relatie met Moskou sleept zich van gascrisis naar gascrisis en de Europese Unie wil Oekraïne er voorlopig niet bij hebben.

Begin 2005 zag dat er anders uit. Zijn politieke tegenstanders hadden geprobeerd hem te vergiftigen met dioxine. Zijn gezicht was ernstig beschadigd, maar hij was samen met Timosjenko wel de grote overwinnaar van de Oranjerevolutie die Oekraïne definitief los maakte van Rusland en het land op een pro-westerse koers bracht. Inmiddels is zijn gezicht grotendeels hersteld, maar de politiek glipt hem door de vingers.

Donderdag zal hij in Praag zijn handtekening zetten onder het Oostelijke Partnerschap dat de Europese Unie sluit met zes voormalige sovjetrepublieken: Oekraïne, Wit-Rusland, Moldavië, Georgië, Armenië en Azerbajdzjan. Het gaat over zaken als soepeler grensverkeer en economische samenwerking, maar het felbegeerde lidmaatschap van de EU brengt het niet dichter bij.

De Oekraïense president heeft een viertal Europese kranten, waaronder NRC Handelsblad, in Kiev uitgenodigd om te waarschuwen dat de stabiliteit van Europa op het spel staat als Oekraïne uitgesloten blijft van Europese integratie. Hij vindt het teleurstellend dat het ‘oude Europa’ steeds eurosceptischer wordt. Teleurstellend en fout. „Europa zal internationaal verliezen als het half-verenigd is. De wereldwijde economische crisis stelt nieuwe eisen. Europa moet groter denken. Er kan geen sprake zijn van reservepartners. We zijn allemaal nodig.”

Hij wijst op de gascrisis van afgelopen januari. Oost-Europa kwam in de kou te zitten doordat Moskou en Kiev hun zoveelste gasoorlog uitvochten over de hoofden van de consumenten in Europa. Een vrije, gediversifieerde Europese energiemarkt moet dat in de toekomst voorkomen. „Onze integratie draagt bij aan de stabiliteit. Politici die denken dat ze de EU kunnen afschermen van de rest van de wereld begrijpen niets van zaken als stabiliteit en efficiëntie in de hele Europese ruimte.”

Joesjtsjenko verwijt de Europese Unie slappe knieën in de energiestrijd. In januari hebben alle spelers volgens hem verloren: Rusland als producent, Oekraïne als doorvoerland en Europa als afnemer. „Europa had zich harder moeten opstellen. Het gaat niet alleen om Oekraïne en Rusland. Oekraïne is slechts tussenpersoon. De rollen zijn niet duidelijk verdeeld. Nu zitten we opgescheept met ondoorzichtige afspraken met Moskou waar we elke maand weer opnieuw over moeten onderhandelen.”

Politiek is volgens de president één van de grootste bedreigingen voor broodnodige rust op de energiemarkt. Maar juist in Oekraïne lopen politiek en energiebeleid onnavolgbaar door elkaar. Premier Timosjenko is juist uit Moskou teruggekeerd met wat een klein succesje lijkt in de strijd om het gas. Ze heeft Rusland uitgenodigd om mee te doen aan de modernisering van de pijpleidingen door Oekraïne. Een project dat Oekraïne in maart met de Europese Unie in gang heeft gezet en waarop Moskou aanvankelijk grote kritiek had omdat het buitenspel stond. Nu toont Moskou begrip voor de financiële crisis waarin Oekraïne is beland. Het land hoeft geen boete te betalen voor verminderde gasafname ten gevolge van de crisis.

Een diplomatiek succesje voor de premier? De president resoluut: „Dit heeft er niks mee te maken. De basis voor een Europees energiebeleid is een objectief, doorzichtig, redelijk prijsbeleid. Hoezo zouden we boete moeten betalen voor verminderde afname als zij (de Russen, red.) een doorvoertarief betalen dat viermaal minder is dan wat in de rest van Europa wordt betaald?”

De rivaliteit tussen de premier en de president – door The Economist vorige week omschreven als de Viktor en Joelia show – is een terugkerend onderwerp in het betoog van Joesjtsjenko. Nee, persoonlijk is het niet, het gaat om twee verschillende ideologieën, zegt hij. Het kamp Timosjenko wil terug naar het verleden, met staatsteun, gereguleerde prijzen en vriendjespolitiek die de een in staat stelt om zich te verrijken met de export van tonnen graan en de ander door de import van tonnenvlees. Met als gevolg een verstoorde markt en de hoogste inflatie in Europa. De Oekraïense munt, de gryvna, verloor in een jaar tijd ruim eenderde van haar waarde.

De president claimt het pro-Europese kamp. „Ik zal vasthouden aan het democratische proces. Het volk ziet mij als bindende factor. Ik ben waarschijnlijk de enige die op onderwerpen van nationaal belang een evenwichtige positie kan innemen.”

Maar Timosjenko probeert hem buitenspel te zetten. Vorig jaar september wist ze, met hulp van de pro-Russische Partij van de Regio’s van de andere Viktor in de Oekraïense politiek, Viktor Janoekovitsj, bijna een wijziging van de grondwet door te voeren. De president zou voortaan niet meer door het volk maar door het parlement worden gekozen. Een politieke coup die volgens de president zou hebben geleid tot een machtsverdeling die tot in lengte van dagen zou voortbestaan tussen de twee grootste partijen in het parlement: het populistische Blok Timosjenko en de pro-Russische partij van Janoekovitsj. Waarbij de een eeuwig premier zou zijn en de ander eeuwig president. „Dit was een heimelijke poging tot omverwerping van de staat”.

In de Oekraïense politiek vallen grote woorden. Maar ook dat is voor een deel de schuld van Europa, vindt Joesjtsjenko. De grondwet die in 2004 met de hulp van de Raad van Europa werd opgesteld noemt hij een grote mislukking. De president heeft te weinig macht gekregen en het parlement teveel. Het is een „gesloten model” dat heeft geleid tot „criminalisering van de macht”.

Europa heeft in de ogen van de Oekraïense president veel goed te maken.

Voor reportages en achtergrondverhalen uit Oekraïne zie nrc.nl/buitenland

    • Renée Postma