Volop werk tijdens crisis voor flexibele jurist

Hoewel er minder grote fusies te begeleiden zijn, is er nog genoeg werk voor juristen gespecialiseerd in arbeidsrecht of kleinere overnames. Daar profiteren kleinere kantoren van.

Ze zijn afkomstig van de grote advocatenkantoren, ondernemend en gespecialiseerd in één rechtsgebied: advocaten van de zogenoemde nichekantoren. Met een of meer collega’s zijn ze de afgelopen jaren voor zichzelf begonnen. Ze zijn vrijwel crisisbestendig en merken weinig van de recente problemen van hun voormalige werkgevers. Wat is hun geheim?

In het intellectueel-eigendomsrecht, familierecht of arbeidsrecht is nog genoeg, of zelfs meer werk. Er zijn reorganisaties en ontslagen bij bedrijven die voor de kantonrechter moeten worden uitgevochten. Of de alimentatie moet opnieuw worden berekend omdat een ex-echtgenoot werkloos wordt. Of goedkope merken die door de crisis ineens gretig aftrek vinden, maar net iets te veel lijken op dat ene dure merk moeten worden aangepakt. Maar ook kleine ondernemingsrechtkantoren, die het net als veel grote kantoren moeten hebben van fusies en overnames, weten het slechte economische tij naar hun hand te zetten. Want in het midden- en kleinbedrijf, waarop zij zich richten, vinden juist nu veel noodgedwongen overnames plaats.

Toch is hun specialisme volgens de kantoren niet de voornaamste reden dat zij het beter doen dan de grotere concurrenten. „Wij kunnen mee bewegen met de onzekere positie van cliënten”, zegt Arlette Putker van het arbeidsrechtkantoor L&A Advocaten in Lijnden. Met (nu nog) twee advocaten houdt L&A de vaste kosten laag en kan het kantoor goed inspelen op het budget van een bedrijf. „We hebben geïnvesteerd in goede knowhow en ICT-ondersteuning. Meer heb je eigenlijk niet nodig.”

In een voormalige pastorie, ingeklemd tussen landbouwbedrijven en Schiphol, begon Putker nog geen jaar geleden samen met collega Liesbeth Frankx voor zichzelf. Na jaren ervaring bij Allen & Overy en Stibbe wisten ze precies waar de winst te halen viel: flexibiliteit. „Grote kantoren zijn net mammoettankers, als ze eenmaal op koers liggen is verandering moeilijk”, zegt Frankx. „Wij komen ook uit die ivoren torens, maar zijn nu met opzet midden tussen de ondernemers gaan zitten.”

Bedrijven zijn volgens het duo door de crisis anders tegen juridische dienstverlening gaan aankijken. Ze zijn kritischer, willen minder betalen en zijn daardoor eerder bereid iets nieuws te proberen. Via een netwerk van nichekantoren die cliënten naar elkaar doorverwijzen, kunnen bedrijven hun verschillende zaken toch bij hen kwijt. De toegevoegde waarde van een groot kantoor, waar alle specialismen samenkomen, neemt daarmee volgens hen af.

Dat merkt ook Hoogenraad en Haak advocaten, een klein kantoor gespecialiseerd in reclamerecht en intellectueel eigendom. „Het werk verschuift van de grote kantoren naar de nichekantoren”, zegt Maarten Haak. Mede-oprichtster Ebba Hoogenraad begon 15 jaar geleden het eerste in dit rechtsgebied gespecialiseerde kantoor in Nederland. Sindsdien heeft langzaam maar zeker een omslag plaatsgevonden. „Cliënten weten nu dat je voor bepaalde zaken beter naar een klein kantoor van specialisten kunt gaan”, zegt Haak. „Een klein kantoor werkt met een heel ander bedrijfsmodel en hoeft geen grote teams aan het werk te houden. Wij zijn meer bezig met inhoudelijk werk dan met het managen van mensen.”

De nadruk op fusies en overnames in de topadvocatuur deed Sylvia Luyt vijf jaar geleden besluiten te vertrekken bij Boekel de Nerée en haar familierechtpraktijk voort te zetten met collega Robert Neijenhof onder de naam Neijenhof Luyt advocaten. „Echtscheidingen en erfrecht doen de grote kantoren niet meer. De praktijken die gericht waren op particulieren zijn afgestoten. Nu blijkt dat ze op het verkeerde paard hebben gewed”, aldus Luyt.

In haar kantoor aan de Amsterdamse Keizersgracht heeft ze weer het directe contact met haar cliënten dat ze zo belangrijk vindt. „We nemen zelf de telefoon op, dus cliënten krijgen niet meer na eindeloos doorverbinden te horen dat je er niet bent.” Door de grote betrokkenheid bij het eigen kantoor worden de kosten beter in de hand gehouden en is de lijst met wanbetalers kort. Ook dat was wel eens anders bij haar voormalige werkgever.

De grote kantoren hebben de afgelopen jaren massaal afscheid genomen van de kleinere cliënten. Daarvan hebben de nichekantoren geprofiteerd. Jeroen Bleeker van het zeskoppige ondernemingsrechtkantoor Janssen Broekhuyzen schetst het dilemma. „Die kantoren zijn ingericht op het draaien van megadeals waar hele teams dag en nacht aan werken. Daar hangt een prijskaartje aan. Als die deals dan wegvallen, zitten ze zonder werk terwijl de kosten gelijk blijven. Om dit op te vangen zijn er heel veel kleinere deals nodig, maar daar hanteren de kantoren weer te hoge tarieven voor.” Bovendien kregen de kleinere cliënten in de hoogtijdagen volgens Bleeker vaak niet de aandacht die zij zouden willen. Zij zullen ook als het betaalbaar wordt dus nu niet ineens naar een groot kantoor stappen. Maar ook grote bedrijven durven nu eerder te kiezen voor nichekantoren, merkt hij. „Ze krijgen dezelfde kwaliteit voor een lagere prijs.”

Wat volgens Bleeker niet betekent dat de grote topkantoren overbodig worden. „Als je als bedrijf grote transacties doet in veel verschillende landen, moet je gebruik kunnen maken van een mondiaal kantoor dat veel werk tegelijkertijd kan verzetten.”

Daarmee worden de grote kantoren, als specialisten in grote fusies en overnames of financieringen, op hun beurt eigenlijk ook weer nichekantoren, maar dan op een iets grotere schaal.

    • Nelleke Koops