Trots op mijn lintje

In twee artikelen schonk nrc.next op 29 april aandacht aan de etiquette rond de koninklijke lintjes en de beschroomdheid om deze daarna publiekelijk te tonen.

Enkele dagen vóór de 29ste had ik een gesprek met een Britse vriend over de `geheime` feestelijkheden, die wij voor een wederzijdse relatie organiseerden die Ridder in de Orde van Oranje Nassau zou worden.

Onze Britse vriend is zelf `MBE` , Member in the order of the British Empire en als vrijwel alle ridders in die orde vermeldt hij dat sindsdien op zijn briefpapier, visitekaartjes enz. Hij was verbaasd te vernemen dat dat in Nederland `not done` is, getuige bijvoorbeeld de uitspraak in nrc.next van een generaal buiten dienst die het ridderschap omschrijft als: ”Je vraagt het niet voor jezelf, je weigert het niet, en je draagt het niet”

Ook op andere manieren maak je in Nederland niet dagelijks kenbaar dat de mensen die je hebben voorgedragen je `anders` vinden dan anderen. (Anders zouden deze mensen je immers niet hebben voorgedragen). Dat heeft natuurlijk te maken met het Nederlandse gelijkheidsvirus, oftewel het slechts in dit land bestaande Elfde Gebod: `Gij zult niet anders zijn dan anderen`.

Mijn Britse vriend stelt voor dat iedereen die verheven wordt in bijvoorbeeld de Orde van Oranje Nassau dat ook met enig plezier mag vermelden, door achter de achternaam een afkorting te zetten, zoals LON (Lid) of RON (Ridder) in de Orde van Oranje Nassau.