Stille kracht in PvdA en het beste meisje van de klas

Onmenselijk, zegt een chronisch zieke. Staatssecretaris Jet Bussemaker is niet zachtzinnig. In de Kamer en op Volksgezondheid oogst ze daarmee juist lof.

Bezuinigingen verdedigt staatssecretaris Bussemaker steevast uit zorg voor de allerzwaksten. (Foto NRC Handelsblad, Vincent Mentzel) Mariette ( Jet) BUSSEMAKER (1961) Nederlands politica. Staatssecretaris Volksgezondheid, Welzijn & Sport. Kabinet-Balkenende lV. foto VINCENT MENTZEL/NRCH==F/C==Nederland. Den Haag, 2 april 2009 Mentzel, Vincent

Bijzonder nerveus was staatssecretaris Jet Bussemaker (Volksgezondheid, PvdA) voordat zij vorig jaar haar toespraak hield tijdens de Nationale Dodenherdenking op de Dam. Niemand ontging dat, ook Els Swaab niet, de voorzitter van het Nationaal Comité 4 en 5 mei. Swaab was zelf ook gespannen. „Ik maakte me grote zorgen. Ik had haar toespraak gelezen en vond die veel te persoonlijk.”

Bussemakers grootvader was marineofficier. Hij kwam om het leven toen Japanners zijn onderzeeboot in de Nederlands-Indische wateren torpedeerden, vertelde ze op de Dam. Het was in 1941, een week na de Nederlandse oorlogsverklaring aan Japan. Bussemakers vader, een jongen van dertien, bleef achter en overleefde de ontberingen van Japanse kampen. Toen ze 25 was, bezocht Bussemaker met haar vader Indonesië, de plaatsen van zijn jeugd.

Op tv zagen drie miljoen mensen haar optreden, dat opvallend minder afstandelijk was dan gebruikelijk. De reacties stroomden binnen. Tot Swaabs grote opluchting werd de toespraak erg gewaardeerd. „Haar persoon is hierdoor bij een groot publiek gaan leven. Veel mensen hebben nu een warme plek voor haar.”

De herinnering aan de Tweede Wereldoorlog levend houden, is een van Bussemakers geliefdste, maar ook minst bekende taken. Een paar dagen geleden bracht ze nog een bezoek aan de overblijfselen in Polen van de Duitse vernietigingskampen Auschwitz en Sobibor. Het overgrote deel van haar tijd gaat echter naar de langdurige zorg, voor ouderen en gehandicapten. Sport valt ook onder haar verantwoordelijkheid, maar is minder tijdrovend.

Na haar toetreding tot het kabinet gaf het vroegere Tweede Kamerlid meteen haar ambities prijs. Ze had deze zware baan aanvaard omdat ze de zorg in verpleeg- en verzorgingshuizen wil verbeteren. Ook wil ze het werkplezier van het personeel vergroten: minder bureaucratie en meer trots op het werk. Hoe staat het daar nu mee?

De afgelopen tijd kwam Bussemaker vooral in de schijnwerpers wegens bezuinigingen. Ze was nog niet ingetrokken op het departement of ze trof er een tekort van ruim een miljard euro aan. Het bleek een niet te voorziene erfenis van het vorige kabinet. Nog afgezien van deze tegenvaller staan de steeds groeiende zorguitgaven onder druk door de vergrijzing. Vrienden én vijanden zeggen dan ook steevast dat Bussemaker in een weinig benijdenswaardige positie zit.

Gedupeerden rekenen het haar aan dat ze het via de Algemene wet bijzondere ziektekosten (AWBZ) verzekerde pakket en de fiscale aftrek van buitengewone ziektekosten heeft beperkt. Cliëntenorganisaties zijn overigens wel tevreden met de inspanningen die Bussemaker zich voor hen getroost.

De 53-jarige alleenstaande Tjitske Bongers uit Heerenveen, bijvoorbeeld, vindt dat de staatssecretaris zieke mensen met lage inkomens „laat stikken”. De Friezin heeft vanwege haar spierreuma, artrose en whiplash hoge zorgkosten. „Ik leef dit jaar met mijn inkomen van 853,76 euro, 67 euro onder het bijstandsniveau. Ik ga er dit jaar zo’n 30 procent op achteruit. Dat is onmenselijk. Als Bussemaker hart voor de zaak had, zou zij aftreden.”

Buiten de groep gedupeerden oogst de staatssecretaris juist lof. „Ze durft keuzes te maken en blijft daar achter staan”, zegt Hans Becker, directeur van Humanitas Rotterdam. „De meeste politici draaien en draaien maar. Bussemaker neemt besluiten. Zij steekt haar nek uit en is intelligent. Het is een van de beste staatssecretarissen die we ooit hebben gehad op dit terrein.”

Directeur Aad Koster, van de brancheorganisatie van onder meer verpleeg- en verzorgingshuizen Actiz, prijst Bussemaker ook omdat ze keuzes durft te maken. Veel minder positief is hij over de uitvoering van haar ambities. Zo zegde Bussemaker toe dat alle ouderen die niet meer zelfstandig kunnen wonen vanaf 2010 een eenpersoonskamer kunnen krijgen. Maar na bijna een jaar aandringen, is daar nog steeds geen financieringsregeling voor. Koster: „Ze heeft veel ambities, maar heeft ze wel goed nagedacht hoe ze die gaat realiseren? Haar mooie voornemens stagneren in de uitvoering.”

Eric Krijger, medewerker van het kenniscentrum voor langdurende zorg Vilans, bevestigt dat beeld. „Bussemaker wil in vier jaar 20.000 plaatsen voor ouderen creeren in kleinschalige woningen, maar zelfs onder optimale omstandigheden is dat onhaalbaar. Wat ze belooft, is niet realistisch.”

Bussemakers lef en ambitie hebben een keerzijde, ervaren mensen met wie zij werkt. Ze bewonderen het dat ze weet wat ze wil en dat ze staat voor haar zaak. Maar ze is niet van de zachte aanpak, weten ambtenaren. In de omgang is ze niet altijd prettig. Ze kan kattig zijn.

Haar collega’s Klink (Volksgezondheid, CDA) en Rouvoet (Jeugd en Gezin, CU) hebben een heel ander temperament. Rouvoet is ingetogen en wellevend. Klink is flegmatiek. Tweede Kamerlid Jolande Sap (GroenLinks) vindt Bussemaker „een erg goede bewindspersoon”, maar „ziet één minpuntje”: de staatssecretaris vindt het heel moeilijk de Kamer iets toe te zeggen. Zo kan ze moties ontraden die eigenlijk ondersteuning van haar beleid zijn, vertelt Sap. „Dat irriteert.” Klink doet de Kamer juist voortdurend toezeggingen, ook al zijn het veelal acties die hij toch al had gepland. Híj gunt Kamerleden zo hun succesjes. Bussemaker niet, vindt Sap. „Ze is een beetje het beste meisje van de klas. Dat kan haar nog wel eens opbreken.”

Af en toe moeten Bussemakers medewerkers op de rem trappen om haar tegen zichzelf te beschermen. Als het erg druk is, leggen zij haar avondverplichtingen aan banden omdat hun bazin anders haar (in Suriname geboren) man Garth en dochter Sascha (8) nauwelijks nog ziet. ’s Ochtends neemt de bewindsvrouw meer haar tijd. Dan brengt ze haar dochter nog heel vaak naar school, op een oude fiets. Nadat ze die weer thuis geparkeerd heeft in de Amsterdamse Baarsjes, stapt ze over in de glimmende dienstauto met chauffeur en rijdt naar Den Haag.

Dan ploegt ze haar loodgieterstas verder door, een klus waar ze steeds meer routine in krijgt. Inhoudelijk is Bussemaker sterk. Ze studeerde cum laude af, promoveerde op de individualisering in de sociale zekerheid en gaf jarenlang les op de universiteit. PvdA-partijleider Wouter Bos vond zijn intellectuele partijgenote goed passen op Volksgezondheid, naast de ministers Klink en Rouvoet. Volgens Bos kon zij deze bewindslieden – beiden denkers en dossiervreters – het beste aan.

Bussemaker is al langere tijd een belangrijke steunpilaar voor Bos. Ze is een stille kracht binnen de PvdA. Een sociaal-democraat die opmerkelijke coalities weet te sluiten, zoals in 2000 met een zwaar gereformeerde RPF-collega, om het recht op zondagsrust in de wet te verankeren.

Ze speelde een belangrijke rol tijdens de formatie van 2003, aan de zijde van Bos. Maar ze profileerde zich ook in het denken over het partijprogramma. Overheidspaternalisme hoort daar volgens haar niet in, maar wel een activerende verzorgingsstaat die mensen helpt op eigen benen te staan.

„Ik zou haar niet willen indelen bij de linker- of rechtervleugel van de partij”, zegt geestverwant Lodewijk de Waal, oud-voorzitter van de vakcentrale FNV. „Ze zit in het midden en is ook geen apparatsjik.”

Bos’ keuze om Bussemaker op Volksgezondheid te zetten, kwam als een verrassing. Gegeven haar werk in de Kamer was de verwachting dat zij Sociale Zaken zou krijgen. VWS is het enige departement waar bewindspersonen van zowel CDA, PvdA als ChristenUnie samenwerken.

De ideologische verschillen tussen de coalitiepartijen komen niet alleen in kabinet en parlement, maar ook op dit departement tot uiting. Eén keer ging dat goed mis. Bussemaker kwam pijnlijk in aanvaring met haar christelijke collega Rouvoet over een van de meest precaire onderwerpen in haar portefeuille: de medische ethiek. Toen zij op een dag het nieuws aankondigde dat dragers van erfelijke kanker voortaan hun embryo’s mogen selecteren voor een gezond nageslacht, bracht zij het kabinet aan het wankelen. Ze had verzuimd het gevoelige onderwerp in de ministerraad te bespreken. Rouvoet vond dat onverteerbaar en zelfs een kabinetscrisis waard. Bussemaker bond in en dempte daarmee het conflict. Daar kreeg ze waardering voor. Ze verdedigde, zegt Tweede Kamerlid Wiegman van de ChristenUnie, „zonder mokken” een voor iedereen aanvaardbaar compromis. De embryoselectie is nu toegestaan, maar extra zorgvuldigheidseisen moeten een glijdende schaal voorkomen.

Wiegman heeft zich erover verbaasd dat Bussemaker juist op dit terrein zo in de problemen kwam. Bussemaker staat bekend als feministe en voorvechter van het zelfbeschikkingsrecht. Kort voor de embryocrisis had zij juist een mooi uitgebalanceerde toekomstvisie op de medische ethiek gepresenteerd, zegt Wiegman. Bussemaker leek uitersten met elkaar te kunnen verzoenen.

Wiegman: „Ze wist in haar ethiekbrief haar pro-choice benadering van abortus en euthanasie dicht bij ons pro-life standpunt te brengen. Het is een prachtige brief die laat zien dat je gezamenlijke doelstellingen kunt vinden met hele andere uitgangspunten.”

Jolande Sap van GroenLinks ziet het anders: juist de grote interesse voor de medisch ethiek is Bussemakers valkuil geweest. „Medische ethiek is zo háár thema. Dan is het lastig oog te houden voor de strategie.”

Het was de enige keer dat Bussemaker echt in de politieke problemen kwam. Andere lastige dossiers wist ze behoedzaam door de Kamer te loodsen. Bij bezuinigingen gebruikt ze steeds hetzelfde argument: de onbedoelde groei van de zorg, mede een gevolg van de voortschrijdende medicalisering, moet stoppen. Anders blijft er te weinig geld over voor de allerzwaksten.

Bussemaker heeft een bijzonder kwetsbare portefeuille. De problemen in de thuiszorg bijvoorbeeld, veroorzaakt door uit de hand gelopen aanbestedingen, ging ze rap te lijf met noodmaatregelen. Ook de debacles bij de zorginstellingen Meavita en Philadelphia brachten haar niet in moeilijkheden.

Marktwerking heeft Bussemaker nooit omarmd, zeker niet in de langdurige zorg. Als Europa het niet zou afdwingen, had ze het liefst geen aanbestedingen in de thuiszorg gehad. Ambtenaren geeft ze opdracht het woord ‘marktwerking’ in beleidsstukken zo min mogelijk te gebruiken. En dat is niet alléén wegens de hete adem van de SP, de partij die groot is geworden door het verzet tegen de marktwerking in de zorg.

De drama’s bij een aantal zorginstellingen hebben Bussemaker meer inzicht in de risico’s van schaalvergroting en ondernemerschap in de zorg gegeven. Sinds de opeenstapeling van incidenten is er meer huiver voor marktwerking op VWS. „De boodschap is minder dat alles op koers ligt”, zegt Kamerlid Sap. „Er klinkt meer twijfel door of beleidsinzet wel voldoende is.”

Bussemakers sympathie ligt overduidelijk bij cliënten en werknemers in de zorg. Die spreekt ze het liefst tijdens al haar werkbezoeken. Ze vindt het niet erg om recepties met managers over te slaan.

De beroepsvereniging van verpleegkundigen en verzorgenden V&VN is erg over Bussemaker te spreken. Haar voornaamste kritiek gaat uit naar de aanpak van de arbeidsmarktproblemen. Bussemaker heeft vijf- tot zesduizend extra verpleegkundigen en verzorgenden beloofd, maar dat zou nog geen zichtbaar resultaat hebben opgeleverd. De 10 miljoen euro per jaar die de staatssecretaris de sector extra geeft, op aandringen van de Kamer, vindt de beroepsvereniging een goede eerste stap om de beroepseer van de wijkverpleegkundige te herstellen. Door die investering hoeft de wijkverpleegkundige minder op de klok te kijken en is er meer tijd voor afstemming met collega’s. Nu wijkverpleegkundigen ook weer op beperkte schaal zelf mogen vaststellen welke zorg ouderen en zieken horen te krijgen, zal de registratiedruk afnemen, is de verwachting.

Maar moet Bussemaker de bureaucratie niet veel rigoureuzer aanpakken? Tweede Kamerlid Renske Leijten van de SP vindt van wel. „Dramatisch is het daarmee gesteld. Zoals met alles, zegt Bussemaker heel mooi dat ze de bureaucratie gaat aanpakken, maar ze doet het niet. Ik zie het niet.” 

Dat Bussemaker geen prioriteit geeft aan de managers in de zorg, valt in hun kring niet goed. In die sector zit 60 procent al een paar jaar in de rode cijfers.

„Dat komt echt niet alleen door fusies en slechte bestuurders”, zegt Johan Gerestein, bestuursvoorzitter van zorginstelling Carinova Leiboom Groep. Hij vindt dat Bussemaker gevangen zit in de Haagse ideologieënstrijd, die een open debat belemmert. „Zij is niet in staat een brug te slaan naar de sector en dat is rampzalig. Bussemaker kan de problemen in de zorg alleen in samenspel met de bestuurders oplossen. Laten we nu eindelijk eens stoppen met zwartepieten.”

Maar Bussemaker weet heel goed hoe ze op het Binnenhof wordt afgerekend en daar nemen weinigen het op voor de ‘bobo’s’ aan het roer. „De zorg is het domein van managers geworden”, zei de staatssecretaris eens.

Hoe beëindigt Bussemaker deze kabinetsperiode? Niet als de staatssecretaris die de zorg compleet anders organiseerde en kortte metten maakte met de bureaucratische rompslomp. Wel als een behendig politica die volgens kenners grote kans maakt op een hogere functie in een volgende regeerperiode.

Net als veel anderen ziet oud-FNV-voorzitter De Waal haar voor zich als minister. „Ze is een van de uitblinkers van dit kabinet.”