Scheppie

Op alle voetbalvelden werd één minuut stilte gehouden. Zestig tellen om na te denken over de klap in Apeldoorn. Op het scorebord van het Kasteel prijkten twee nullen. De koppen van de spelers van Ajax en Sparta stonden in sobere stand. Ze zagen de zwarte Suzuki Swift weer tegen de Naald aanrijden.

De spelers van Sparta droegen een zwarte rouwband om hun bovenarm. Ajax droeg het donkere uitshirt. Zwart zou ertegen wegvallen. Iemand was op het idee gekomen om als vervanging wit tape te gebruiken. Je zag het inderdaad beter, maar het zat een tikje slordig om de mouwen geplakt. Bij middenvelder Enoh zag ik het fladderen als hij rende.

Ik dacht terug aan de rouwbandwedstrijd van de eeuw, het Nederlands elftal tegen Rusland tijdens het EK. Boulahrouz had een kindje verloren. Het team deelde het verdriet en droeg een zwarte rouwband. Marco van Basten stond als coach aan de kant. Nederland verloor.

Deze rouwbandwedstrijd in de eredivisie moest gewonnen worden. Als Ajax daarna won van FC Twente, speelde de Amsterdamse club in de voorronde van de Champions League. Maar Ajax gaf niet thuis. Het liet zich gewillig naar de slachtbank leiden. Sparta won met 4-0.

Marco van Basten nam een slok Spa uit een plastic flesje. Vanaf de zijlijn keek hij het gemodder van zijn ploeg aan. Alle camera’s gericht op dat stoïcijnse gezicht dat niet aangesloten leek op de rest van zijn lichaam.

John de Wolf, vroeger verdediger van Sparta, Feyenoord en het Nederlands elftal, was tv-commentator. Hij was boos; Ajax was los zand en had niet geknokt.

Achteraf stond Van Basten de pers te woord. Iedereen die thuis meekeek dacht eraan dat hij met dit verlies de bureaula had geopend waarin de ontslagbrieven ter ondertekening klaar liggen. „Dit was heel erg, heel pijnlijk, heel vervelend”, zei hij rustig. De ogen van Marco van Basten zochten over de camera heen naar houvast.

Was dit de eerste take van een acteur die van zijn regisseur nog eens ingefluisterd moest krijgen dat hij zijn woorden wat meer ‘ziel’ mocht meegeven? Maar er kwam geen nieuwe versie. Dit was het.

De verslaggever was benieuwd naar de werkwijze van Marco van Basten in de rust, toen Ajax met een 2-0 achterstand de kleedkamer inliep.

Van Basten: „Ik zei: een scheppie erbovenop, de beuk erin.”

Een scheppie erbovenop. Suarez staart naar zijn schoenen. Emanuelson herschikt een losgeraakte dreadlock. Keeper Vermeer blaast in de thee. Een scheppie erbovenop?

John de Wolf stond zich te verbijten. Je zag hem denken. Een scheppie? Hij had als trainer een deur ingeschopt, zijn eigen hoofd tien keer tegen de betonnen muur geramd en de nek van Suarez omgedraaid. Niks scheppie.

„Die spits Cvitanich, daar win je de oorlog niet mee”, zei De Wolf, daags voor de Dodenherdenking.

Laatste vragen aan Marco. Dacht hij aan opgeven? „Voorlopig niet.” Wat is voorlopig? „Nu niet.”

Op een heel andere plek op het Kasteel werd Ajax-manager Danny Blind bespied door een camera. Hij stond in zijn eentje te bellen. Met een opgewekt gezicht.

„Ik ben een redelijk mens”, zei Marco nog. „Logisch dat er serieuze vragen zijn.”

Een paar uur later werd de Ajax-bus vlakbij de Arena door fans tegengehouden. Van Basten zal uiteindelijk bij het stadion gearriveerd zijn. Of hij daar ‘thuis’ kwam, is zeer de vraag.