Optimisme op Aziatische beurzen

Alle Aziatische beurzen met uitzondering van het gesloten Tokio schoten vandaag omhoog na de publicatie van nieuwe signalen dat de Chinese economie het ergste achter de rug heeft.

Ook de instelling van een fonds van 90 miljard euro door de ASEAN-landen en China versterkte het vertrouwen van investeerders, die het nieuws over het Mexicaanse griepvirus grotendeels lijken te negeren.

Shanghai steeg met 3,9 procent, de beurzen van Hongkong en Singapore meer dan 5 procent. Taiwan steeg met 5,6 procent het meest, nadat vorige week de belemmeringen voor Chinese staatsbedrijven om in de afgescheiden republiek te mogen investeren werden opgeheven. Vooral technologiebedrijven, machinebouwers en mijnbouw waren in trek bij de Aziatische investeerders.

Volgens de Hongkongse zakenbank CSLA en de Chinese staat nemen de investeringen in nieuwe fabrieken en infrastructurele projecten toe en zijn Chinese bedrijven optimistischer dan een maand of twee geleden. Volgens CSLA staan alle indicatoren in de goede richting. Dat is volgens analisten van zakenbanken als Barclays en Nomura toe te schrijven aan het Chinese stimuleringsplan van bijna 500 miljard euro.

Op het Indonesische eiland Bali bereikten de ministers van de ASEAN-landen plus Japan, China en Zuid-Korea afgelopen weekend een overeenkomst over de vorming van een fonds met buitenlandse deviezen om Aziatische munten te kunnen verdedigen en het vertrouwen van investeerders te vergroten. Tijdens de bijeenkomst van de Aziatische Ontwikkelingsbank werd ingestemd met het zogeheten Chiang Mai-initiatief, dat beoogt Azië minder afhankelijk te maken van het Internationaal Monetair Fonds.

Het nieuwe Aziatische fonds stelt landen als Indonesië en Thailand in staat hun munten te verdedigen zonder hulp van het IMF, maar met steun van dit fonds. Het nieuwe fonds is voor 80 procent afkomstig van China, Japan en Zuid-Korea.