Oprichters kopen merk Oilily

Na 46 jaar worden naam en oprichter weer verenigd. Willem Olsthoorn heeft, samen met zijn vrouw Marieke, vorige week de merknaam van het failliete kindermodehuis Oilily teruggekocht. Dat maakte het echtpaar, dat het bedrijf in 1963 oprichtte, dit weekend bekend. Zeven jaar geleden verkochten ze de meerderheid aan ABN Amro en investeringsmaatschappij H2 Equity Partners. Dat heeft de nu 70-jarige Olsthoorn altijd als een grote vergissing gezien.

De winkels, de voorraden en de contacten met leveranciers vallen buiten de transactie die het echtpaar Olsthoorn vorige week met curator Marc Molhuysen sloot. Oilily ging precies een maand geleden failliet. De tachtig winkels wereldwijd bleven open, maar voor de 625 medewerkers werd ontslag aangevraagd.

Sindsdien is curator Molhuysen in onderhandeling getreden met verschillende partijen die het bedrijf wilden doorstarten. Het liefst had hij Oilily in z’n geheel willen verkopen. Dat zou meer opleveren, zei Molhuysen in deze krant. Nu heeft hij er toch voor gekozen de merknaam – volgens velen het meest waardevolle bezit van het bedrijf – apart te verkopen. Financiële details zijn niet bekendgemaakt.

In een persbericht verhult het echtpaar Olsthoorn de drijfveer om het merk terug te kopen niet. Er is nu „een einde gekomen aan de verzakelijkte en weinig oorspronkelijke koers sinds de verkoop van Oilily in 2002”. En: „De weg is vrij om van Oilily weer Oilily te maken.”

Overigens heette Oilily oorspronkelijk Olly, de bijnaam van oprichter Olsthoorn.

Lees eerdere artikelen over Oilily op nrc.nl/economie