Nu toch expositie over verzet Surinamers en Antillianen

Felle protesten maakten het een jaar geleden onmogelijk, maar nu heeft Amsterdam toch zijn expositie over de rol van Surinamers en Antillianen in de Tweede Wereldoorlog. „Een noodzaak”, aldus organisator Roy Ristie, die zelf in de oorlog een Surinaamse oom verloor. Hun rol is nog altijd „onderbelicht”.

De tentoonstelling Tweede Wereldoorlog in de West in de Taibah-moskee in Amsterdam Zuidoost duurt tot en met 6 mei. Enkele tientallen mensen bezochten vanochtend de opening.

De expositie was vorig jaar gepland in het Amsterdamse zorgcentrum De Drecht, maar stuitte er op weerstand. Bewoners vonden een tentoonstelling over Suriname en de Antillen ongepast terwijl de bevrijding van Nederland wordt gevierd. Ze hingen posters op met teksten als ‘Assimileer of verdwijn!’ en dreigden de opening te verstoren. Hierop besloot de organisatie de tentoonstelling te schrappen.

Ristie schrijft die reacties toe aan onwetendheid. „Een mevrouw zei: wat hebben Surinamers nou met de oorlog te maken? Dat heeft ons met de neus op de feiten gedrukt. Veel mensen hebben geen compleet, evenwichtig beeld van de geschiedenis. Suriname maakt hier een onlosmakelijk deel van uit.” Wat hem betreft, kan die kennis nog veel breder worden uitgedragen. „Ook documentaires en lespakketten op school zijn nodig.”

De tentoonstelling, legt Ristie uit, belicht de manieren waarop de Antillen en Suriname hebben bijgedragen aan de geallieerde overwinning. Zo vochten niet alleen honderden Surinamers mee tegen de Japanners en de Duitsers, maar waren ook de voorraden bauxiet in Suriname van groot belang. Deze grondstof voor aluminium was hard nodig voor de sterk verhoogde vliegtuigproductie. Tussen 1940 en 1943 leverde Suriname ongeveer 60 procent van de Amerikaanse behoefte aan bauxiet.

Ristie is tevreden over het onderdak dat hij voor de expositie heeft gevonden in de Taibah-moskee. Het gebedshuis, dat vooral wordt bezocht door Surinamers en Pakistanen, biedt ruimte voor zo’n drieduizend bezoekers. „Er komen hier traditioneel heel veel mensen bij elkaar. Wat dat betreft had het net zo goed in een winkelcentrum kunnen plaatsvinden.”