Museum medaille voor Jan Maarten Boll

Jan Maarten Boll (66) heeft zaterdag van minister Ronald Plasterk (Cultuur) de Museummedaille gekregen. Hij kreeg de koninklijke onderscheiding bij zijn afscheid als voorzitter van de Vereniging Rembrandt. Tijdens de plechtigheid in de aula van de Universiteit van Amsterdam kreeg Boll tevens de Zilveren Medaille van de stad Amsterdam uitgereikt door burgemeester Job Cohen, als „teken van groot respect en dankbaarheid” voor alles wat hij „als een waar ambassadeur” voor de stad heeft gedaan.

In zijn toespraak zei Plasterk onder meer dat de Collectie Nederland er anders had uitgezien zonder de Vereniging Rembrandt, het grootste particulier mecenaat van Nederland. Veel museumaankopen waren zonder bijdrage van de Vereniging Rembrandt niet mogelijk geweest, aldus Plasterk. Cohen noemde Boll een „bevlogen kunstminnaar” en een „man met een missie”. Volgens Cohen had Boll „een cruciale rol” gespeeld bij de oplossing van het jarenlang slepende conflict tussen de erven Malevitsj en de gemeente Amsterdam over de Malevitsj-collectie in het Stedelijk Museum. Mede door toedoen van Boll kwam er vorig jaar een einde aan deze „schrijnende kwestie”. De gemeente droeg toen vijf doeken van Malevitsj over aan de erfgenamen, volgens de burgemeester een voor alle partijen bevredigende oplossing.

De Museummedaille werd in 1816 in het leven geroepen door Koning Willem I. Hij deed dat als blijk van waardering voor personen die belangrijke schenkingen deden voor de wetenschaps- en kunstverzameling van de koning. De Museummedaille is sindsdien ruim honderd keer uitgereikt.

Tijdens de bijeenkomst werd bekend gemaakt dat de Vereniging Rembrandt het initiatief heeft genomen een fellowship in te stellen aan de Universiteit Utrecht, als eerbetoon aan Jan Maarten Boll. Het wordt als eerste bekleed door de hoogleraar kunstgeschiedenis Peter Hecht. Boll was de tiende voorzitter van de vereniging, hij trad aan in 1996. Hij wordt opgevolgd door Martijn Sanders.