Met Beers verdwijnt de ziel uit Volendam

Handballer Marco Beers is de spil van drievoudig landskampioen Volendam. Aan het eind van dit seizoen stopt hij. Of is voor Beers het seizoen al voorbij, wegens een blessure?

Met zijn bovenbeen stijf in het verband sjokt Marco Beers het veld af. De 37-jarige routinier van Volendam haalde de eerste wedstrijd in de halve finale van de play-offs tegen Bevo niet eens de rust als gevolg van een liesblessure. De consequenties vertaalden zich onmiddellijk in het resultaat: de Volendamse handballers verloren met 27-24 en zullen zondag in de return voluit moeten om de vierde nationale titel binnen te halen.

In theorie kan het Beers’ laatste wedstrijd op topniveau zijn geweest. De speler die geldt als het hart en de hersens van Volendam stopt. In het geval Beers niet op tijd fit is en Volendam in de halve finale door Bevo wordt uitgeschakeld, dan is er gisteren in een mistroostige sporthal in het Limburgse Panningen een eind aan een mooie carrière gekomen. Beers zelf blijft er laconiek onder. „Je kunt niet heel je leven blijven handballen.”

Een open deur waar Volendam op korte termijn niet mee geholpen is. De realiteit is namelijk dat er een wereld van verschil is tussen Volendam met of zonder Beers. De opbouwspeler kan een wedstrijd tactisch naar zijn hand zetten, scoort gemakkelijk en is de mentor van jonge handballers.

Bovendien is hij de inspirator die voor elke wedstrijd zijn medespelers met een peptalk op scherp zet. En hij is ook nog de schaduwcoach, die in time-outs medespelers even apart neemt voor tactische adviezen.

Maar Beers vindt dat zijn carrière, die hem ook zes jaar in Duitsland bracht, lang genoeg heeft geduurd. Hij wil meer tijd voor zijn gezin en even afstand nemen van het handbal. „Maar niet voor lang”, zegt hij met een glimlach. „Want ik wil terugkomen als trainer. Nee, ik heb geen diploma’s, maar die ga ik halen. Trainen lijkt me boeiend en ik denk er geschikt voor te zijn.”

Buiten de mentale verzadiging is ook het lichaam van Beers op. De vele jaren tophandbal hebben hem fysiek gesloopt. De botten kraken en spieren piepen. Bovendien speelt zijn gekwetste kuit steeds vaker op. De pijntjes namen dusdanig toe, dat tophandbal bijna niet meer te doen is. En helemaal niet in combinatie met zijn baan, want Beers heeft naast zijn sport gewoon een veertigurige werkweek als timmerman. „En dat is slopend”, zegt hij met gevoel voor understatement. „Die vijf trainingen per week gingen nog net, maar die doordeweekse wedstrijden zijn niet met mijn baan te combineren.”

Beers vindt niet dat vroeger alles beter was. Natuurlijk, hij ziet ook wel dat nieuwe generaties een andere sportbeleving hebben, maar die is volgens de routinier zeker niet slechter. „Ik heb mijn instelling nooit aan een ander willen spiegelen. En eerlijk gezegd vind ik het ook wel meevallen; zo slecht doen de jongeren het niet.”

Maar hoe het verder moet met Volendam, de ploeg die de afgelopen vijf jaar onafgebroken als eerste in de competitie eindigde en drie keer via de play-offs landskampioen werd? Want niet alleen Beers stopt, ook Jan Bond, die voorrang aan zijn studie wil geven.

Daarnaast vertrekt het grote talent Bobby Schagen – hij was tegen Bevo met acht doelpunten de topscorer van Volendam – naar een Duitse club. Welke club dat wordt is onbekend, want hij heeft nog geen keus uit drie aanbiedingen gemaakt.

Voorzitter Piet Kes vertelt dat Volendam zijn ambities niet zal aanpassen. Ook volgend seizoen, met Martin Vlijm als nieuwe trainer, is de landstitel de doelstelling. Om niet terug te vallen in niveau is Patrick Miedema van Nieuwegein als eerste versterking vastgelegd en denkt Kes nog enkele goede spelers te kunnen contracteren. Verder hoopt hij dat uit eigen kweek de zwaar geblesseerden Casper Klouwer en Nick Muhren volgend seizoen volledig inzetbaar zijn. Maar Kes blijft ook een realist: met Beers verdwijnt de ziel uit het team.

Volgens Beers moet daar niet te dramatisch over worden gedaan. Nieuwe mensen met nieuwe ideeën kunnen ook verfrissend werken, vindt hij. „Want ik merk zo nu en dan dat de verslapping toeneemt. Als je voor de eerste keer kampioen wordt, is iedereen gretig. Maar nu het gewoon is geworden dat we meestrijden om de titel, voel je dat de scherpte onbewust wat afneemt.”

    • Henk Stouwdam