Les van de toneelmeester

In de zestig jaar dat de gisteren overleden Ton Lutz het toneel diende, was hij bovenal leraar.

Toen ik, doorgaans toneelrecensent, in 1999 eens zelf op het toneel stond, als amateur op de Amsterdamse kunstenaarssociëteit De Kring, werd onze club geregisseerd door een regiestudent die Ton Lutz als begeleider had. Soms kwam Lutz zelf mee. Dan had ik altijd medelijden met onze regisseur, want Lutz schoof hem meteen aan de kant om het over te nemen. „Laat mij maar even.”

In alle hoedanigheden waarin Ton Lutz zestig jaar het toneel heeft gediend, was hij bovenal een leraar. Natuurlijk, Lutz moderniseerde het toneel, vooral met zijn regies van Griekse klassiekers en Tsjechov, en met zijn ontdekking van Hugo Claus als toneelschrijver. Maar zijn invloed is vooral zo groot omdat hij generaties acteurs en regisseurs heeft onderwezen. Lutz was een praatgrage, ijdele meester die zijn acteurs de basisprincipes van het vak bijbracht en die de verbindingsman was tussen traditie en vernieuwing.

De methode-Lutz valt samen te vatten met zijn credo ‘toneelspelen is denken’. Hij was de anti-method-man: hij geloofde niet in de Amerikaanse Method, die draaide om het invoelen en inleven door acteurs. In zijn eigen gevleugelde woorden: ‘voelen is vies’. Hij legde veel nadruk op de taal, de tekstanalyse, een sterk gestileerde lichaamstaal en op helderheid. Deze cerebrale, beheerste speelstijl, met een lichte afstand tussen personage en acteur, is al jaren bepalend in het Nederlandse toneel.

Die keren dat Lutz het bij ons amateurclubje overnam, maakten veel indruk op mij. Hij was de beste leermeester. Volgens Lutz moest je „denken en ademhalen”. Je moest je concentreren op wat je personage allemaal dacht. Als je die gedachten allemaal langs liet komen, konden de toeschouwers dat meteen aflezen van je gezicht zonder dat je uitgebreid met je armen hoefde te zwaaien. Met je ademhaling kon je daarbij de gemoedstoestand van het personage lichamelijk reguleren. Benauwdheid, woede, hartstocht; alles via het ademritme.

Wat nog het meest hielp, was als Lutz het gewoon even voordeed. Als stijve edelman in Lady Windermere’s Fan van Oscar Wilde werd ik gechanteerd en mijn vrouw dacht dat ik vreemdging. Lutz ging naast een bank staan en begon alle dilemma’s die in het hoofd van de lord speelden te verwoorden. Gebogen hoofd, getergde blik, met de handen rommelen, maar ogenschijnlijk onnadrukkelijk. Ik probeerde zijn spel zo goed mogelijk te kopiëren. Eindelijk begreep ik wat ik moest doen.

Necrologie: pagina 9

    • Wilfred Takken