Land in ruil voor stemmen

Het Mau-woud, Kenia’s grootste gebied voor waterwinning, droogt op.

Politici gaven de grond weg in ruil voor geld en stemmen.

Gecorrodeerde blokken cement resteren van het platform voor Jomo Kenyatta. De bejaarde en half seniele eerste president van Kenia kwam in de jaren zestig regelmatig op de verhoging genieten van de natuur in het Nakuru-wildpark. Over de zinderende vlakte trekken nu lange rijen magere buffels en bavianen, wanhopig op zoek naar water.

Het landschap is versleten. Sinds acht jaar stromen er niet langer permanent rivieren het park in vanuit de eens maagdelijke Mau-wouden, hogerop. Kenyatta droeg zijn steentje bij aan deze drooglegging, want hij liet zich op zijn veranda vermaken door dansers, die hij beloonde met land. Kenyatta begon de trend om illegaal grond te geven. De zucht van politici naar geld en stemmen zijn de oorzaak van Kenia’s opdroging.

Bij de drooggevallen Makalia-watervallen heerst een holle stilte. De enige constante waterstroom naar het wildpark komt tegenwoordig van het rioleringsbedrijf in de nabijgelegen stad Nakuru. Het meer daalde in enkele jaren anderhalve meter, flamingo’s trekken weg. „Zonder toestroom gaat het ecosysteem verloren en sterven het park en de wilde beesten”, zegt een wildwachter. „Politici in Kenia hebben geen geweten. Als ze niet zo zeer aan de komende verkiezingen maar aan de volgende generatie zouden denken, had deze milieuramp niet kunnen gebeuren.”

Land is in Kenia een middel voor politieke patronage. In 1895 was 30 procent van het land bedekt met bos, nu 2 procent. In de koloniale tijd bezaten blanken de 20 procent meest vruchtbare grond. Beloftes bij de onafhankelijkheid in 1963 voor een eerlijke landverdeling werden de grond ingeboord door landjepik van politici. Kenyatta’s opvolger Daniel arap Moi (1978-2002) gaf akkers aan zijn medestanders weg. Toen deze schaars werden, doneerde hij openbare toiletten, begraaf- en parkeerplaatsen. Met een verdriedubbeling van Kenia’s bevolking in dertig jaar tot bijna veertig miljoen zielen, is de landbouwgrond nu op. Inhalige politici wijken uit naar de laatste wouden. Zoals het Mau-woud, het grootste waterwinningsgebied van Kenia.

Kericho heette in de volksmond de badkamer van Kenia: het regende er vrijwel elke dag. Aangetrokken door het klimaat begonnen vanaf 1925 internationale bedrijven en kleine boertjes rond deze stad theestruiken te planten. Thee-export is een pilaar van Kenia’s economie. Kenia verdiende vorig jaar aan thee 620 miljoen. Voor de sector is regen essentieel. „De thee-industrie komt in gevaar”, zegt Nelson Orgut van het Britse bedrijf Finlays, wijzend op de dorre stuiken op de plantage. „Vorig jaar daalde onze productie met 15 procent.”

Heel Oost-Afrika zucht onder de ergste droogte in twaalf jaar. Maar rond het Mau-woud bleef het vroeger altijd regenen. Deze regen voedt tientallen stroompjes, twaalf rivieren, waterbronnen en vijf meren, in Kenia, Tanzania en Oeganda. Vijf miljoen mensen zijn afhankelijk van het water van de Mau. Dit jaar blijft de regen uit. Want volgens UNEP (de Milieuorganisatie van de Verenigde Naties) werd eenderde van het ruim 400.000 hectare grote Mau-woud in ruim tien jaar weggekapt, door boeren en houtbedrijven.

Burgemeester Moses Limo van Kericho moet niets hebben van de politiek. Snerend: „Politici moeten aan de schandpaal. Sommige ministers bezitten duizenden hectares. De vernietiging van de Mau-bossen was mogelijk door de straffeloosheid in Kenia.” Een overheidsrapport over illegale landbezettingen in de Mau noemde deze maand tientallen familieleden, naaste medewerkers en andere aanhangers van oud-president Moi. Zij deelden de percelen op en verkochten rond verkiezingstijd stukjes akker aan kiezers van hun stam.

Bovenaan de Mau is het koel. Er staat wantrouwen op de gezichten van de arme boertjes. „We zijn doodziek van je”, verwelkomt Samuel Lagat de bezoeker. „Want jij geeft informatie aan de overheid. Maar we bezitten eigendomsbewijzen”, verdedigt hij zijn aanwezigheid in het officieel beschermde gebied. Met de hulp van corrupte ambtenaren kregen ze vervalste papieren. „Mijn vraag aan de regering is: waarom gaven jullie toestemming voor de verkoop van land in de Mau als dit illegaal is?”

Zandstormen, stervende koeien en riviertjes die eruitzien als rioleringen, bepalen daar nu de omgeving. „De rivier is dood”, wijst de oude Maasai-man Saruni ole Père naar de stille Narok-rivier. De vernietiging van de Mau is vermoedelijk het grootste corruptieschandaal ooit in Kenia. De controverse raakt aan politiek en milieu, het is een sociaal probleem door de honger die het veroorzaakt en het is tribaal door het patronagesysteem. De Kalenjin, de tribale groep van Moi, breidden hun gebied uit ten koste van de Maasai. Huidig premier Raila Odinga, een Luo, heeft ook Kalenjins in zijn partij en aarzelt daarom hen uit de Mau te verwijderen. „Blijft een oplossing van politici of stamoudsten uit, dan gaan we met speren en messen zelf de Kalenjins verdrijven”, waarschuwt de jonge Maasai Stephen Inansuya.

    • Koert Lindijer