Kredietcrisis is net een oorlogssituatie

Anthony Suau registreerde het menselijke drama achter de economische crisis in de VS.

Zijn winnende foto is vanaf vandaag te zien tijdens World Press Photo in Amsterdam.

Eerste prijs ‘Sports Actions Stories’, Peking 2008. Foto Vincent Laforet First prize in the Sports Actions Stories category of the 2009 World Press Photo contest by American photographer Vincent Laforet for Newsweek, showing a diver during the Beijing Olympic Games August 23, 2008. This material is for single publications in print or for a temporary online publication, and may be used exclusively to publicize the 2009 World Press Photo contest and exhibition. It may not be published as part of an article or any other item that contains no direct link to World Press Photo and its activities without prior permission from the photographer or agency. (AP Photo/Vincent Laforet for Newsweek) ** NO SALES NO CROPPING NO MANIPULATION ** Associated Press

„Het leek net een oorlogssituatie. De deuren en ramen waren dichtgetimmerd, het was donker en je wist niet wat je zou aantreffen in de volgende kamer. Soms vonden we een dood huisdier, af en toe waren er krakers of vandalen ingetrokken. Je wist niet of ze binnen zouden zijn en of ze misschien zouden gaan schieten. Het is per slot van rekening toch Amerika.”

Fotograaf Anthony Suau vertelt via de telefoon vanuit Brooklyn over zijn ervaringen vorig jaar maart, toen hij voor Time Magazine op reportage ging naar Ohio om daar foto’s te maken over de kredietcrisis in Amerika.

Hij is de winnaar van de World Press Photo 2008. Het winnende beeld uit die serie, die vanaf vandaag is te zien op de World Press Photo-tentoonstelling in de Oude Kerk in Amsterdam, maakte Suau in Cleveland. Daar fotografeerde hij een gewapende agent van de Cuyahoga County Sheriff’s Department die door een huis wandelt dat is verlaten door mensen die hun hypotheek niet konden betalen.

Anthony Suau (Illinois, 1956) maakt al twintig jaar reportages voor Time. Zijn stijl is betrokken, simpel en direct. Hij fotografeert in de traditie van de ouderwetse fotojournalistiek zoveel mogelijk in zwart-wit.

De afgelopen jaren legde Suau veel extreme situaties vast. Voordat hij eind 2007 terugkeerde naar New York, was hij langdurig op reis. Voor zijn boek Beyond the Fall (2000), waar hij tien jaar aan werkte, legde hij de veranderde samenlevingen in het voormalige Oostblok vast. Hij reisde door Afrika, waar hij de genocide in Rwanda fotografeerde en ontving in 1984 een Pulitzer Prize voor zijn reportage over de hongersnood in Ethiopië. Ruim tien jaar later kreeg hij de Robert Capa Gold Medal Award voor een reportage over Tsjetsjenië.

De economische crisis werd hem letterlijk in de schoot geworpen bij zijn terugkomst in de Verenigde Staten. Suau kocht een huis in Brooklyn op het moment dat de hypotheekcrisis losbarstte. „Toen ik in de zomer van 2007 op zoek ging, merkte ik ineens hoe moeilijk het was om een lening af te sluiten.”

In maart 2008 raakten de eerste banken in de problemen. Suau ging voor Time naar Wall Street, waar hij gefrustreerde handelaren fotografeerde op de New York Stock Exchange. De dag nadat de Amerikaanse Centrale bank de zakenbank Bear Stearns met miljardensteun overeind moest houden, fotografeerde hij Ben Bernanke, voorzitter van de Centrale Bank. „Dat was puur geluk, ik was precies op de juiste plek op het juiste moment.”

In diezelfde maand vertrok Suau richting Cleveland. Wat hij daar aantrof, was volgens de fotograaf ronduit schokkend. „Het was alsof ik terug was in New Orleans, vlak na de ramp met orkaan Katrina. Ik zag duizenden verlaten huizen, dichtgetimmerd met houten platen voor de ramen en deuren, overal op de straten lag troep. Soms was het alsof een hele straat in een keer was leeggeveegd.”

Cleveland was niet de enige plek waar zulke dramatische omstandigheden heersten. Suau trok verder en bezocht verschillende steden die deel uitmaken van de ‘Rust Belt’ – de staten rond de Grote Meren, zoals Ohio, Michigan en North Indiana. Dit gebied, dat tot in de jaren vijftig van de vorige eeuw het zwaartepunt vormde van de zware industrie, dankt zijn naam aan de verroeste machines en verlaten fabrieken die verspreid langs de wegen staan. „Ik ben net terug uit Detroit, het voormalige centrum van de auto-industrie. Wat ik daar aantrof, is nog veel erger dan in Cleveland. Op dit moment staan er in de stad 80.000 gebouwen leeg, echt ongelooflijk.”

Ook in Elkhart, een stad van blanke middenstanders in Indiana, werd Suau geconfronteerd met dramatische taferelen. De situatie werd er begin maart zelfs zo nijpend dat de hulporganisatie Feed The Children dertien vrachtwagens naar de stad stuurde om 5.200 gezinnen van voedsel te voorzien. „Dat is een situatie die doet denken aan de Grote Depressie van 1929.”

Omdat er steeds meer parallellen opdoemen met het Amerika uit de jaren dertig van de vorige eeuw heeft Suau besloten om, samen met een groep bekende Amerikaanse fotojournalisten onder wie David Burnett, Brenda Ann Kenneally en Stanley Greene, een gezamenlijk project op te zetten, getiteld Facing Change: Documenting America. Directeur van deze nieuwe organisatie is MaryAnne Golon, voormalig chef fotografie bij Time. Het project moet een eigentijdse variant worden van de Farm Security Administration (FSA), het fotografisch project dat in 1935, als onderdeel van de New Deal, door de regering Roosevelt werd opgezet. Destijds was het doel van de FSA om ‘Amerika aan de Amerikanen’ te introduceren.

Fotografen als Dorothea Lange, Walker Evans en Edwin Locke trokken, onder leiding van econoom en fotograaf Roy Stryker, door delen van het land die het hardst werden getroffen door de crisis. Hun foto’s, die inmiddels zijn opgeslagen in het Nationale Archief in Washington D.C., maken nu deel uit van de Amerikaanse collectieve geschiedenis. „We willen met deze groep opnieuw door het land trekken en de effecten die de economie op het leven van gewone mensen heeft in kaart brengen.”

Het uiteindelijke doel is dat het nieuwe werk van het project rechtenvrij aan non-profitorganisaties beschikbaar wordt gesteld. „Kranten en andere media zullen een kleine bijdrage moeten betalen. De bedoeling is dat deze foto’s ook in het Nationale Archief worden opgenomen zodat ze voor iedere burger toegankelijk zijn en gebruikt kunnen worden op scholen of in musea.”

Suau heeft het gevoel dat de Amerikaanse media de recessie nog te weinig serieus nemen. „Een krant als The New York Times doet aan serieuze berichtgeving, maar toch proef ik bij andere media nog een soort wensdenken dat alles wel goed gaat komen. Dat is ook heel menselijk. Ik merk het ook bij mij in de buurt. Wie nog wel aan het werk is, wil nog steeds niet zien wat er daadwerkelijk aan de hand is.”

Hoewel Suau zich over zijn eigen situatie geen zorgen maakt, begint het voor veel fotografen een stuk moeilijker te worden. „Ik ken beroemde fotografen die het op dit moment flink moeilijk hebben. Neem Annie Leibovitz. Zij moest onlangs het copyright, de negatieven en de rechten van al haar werk belenen omdat ze in geldnood zit.”

Ook voor Suau vonden er veranderingen plaats. Zijn vaste contract bij Time werd begin dit jaar omgezet in een nieuwe overeenkomst waarbij nog altijd werk van hem wordt afgenomen, maar hem geen vast inkomen meer wordt gegarandeerd. Op dit moment verdient Suau nog het meest met de verkoop van beelden uit zijn archief. „Zo’n zesduizend foto’s staan online, 90 procent wordt verkocht aan afnemers in het buitenland. In Amerika wordt maar heel weinig van mijn werk gepubliceerd.”

Het beeld dat hij van zijn land schetst, is allesbehalve rooskleurig. Heeft Suau eigenlijk nog enige hoop voor de toekomst? „Wel sinds Obama president is geworden. Hij is onze enige hoop.” Dat Suau niet eerder terugkeerde naar zijn vaderland heeft te maken met de richting die het land was opgegaan onder leiding van president Bush. „In 2004, het moment dat de oorlog in Irak begon, maakte ik net de overweging om vanuit Parijs weer naar New York te verhuizen. Ik heb er uiteindelijk van afgezien.” In plaats van naar Irak te vertrekken toen daar de oorlog uitbrak, besloot Suau voor Time juist de camera te richten op Amerika. „De wijze waarop de oorlog via de media werd verkocht aan het Amerikaanse volk vond ik angstaanjagend. Met name de dingen die op de radio werden gezegd door rechtse presentatoren. Iedereen die ook maar iets tegen de oorlog inbracht, werd letterlijk uitgejouwd.”

De reportages die Suau in die tijd maakte, bundelde hij in Fear This: A Nation at War een boek waarin hij alle protestbewegingen in beeld bracht.

Of Obama het land uit het slop kan halen, betwijfelt Suau. „Hij heeft zeker acht jaar nodig. Hij zal een konijn uit de hoge hoed moeten toveren om de crisis te kunnen bestrijden.”