Hu Jia één jaar in de cel

Precies een jaar geleden, 3 april, stond ik voor Volksrechtbank nummer 1 in het westen van Peking waar mensenrechtenactivist Hu Jia werd veroordeeld tot drieënhalf jaar cel wegens ‘subversieve activiteiten’. Hu kreeg de laatste jaren internationale bekendheid met zijn strijd voor meer openheid rond de ziekte aids. Afgelopen oktober kwam hij voor het laatst in

Een T-shirt met daarop Hu Jia en zijn vrouw. (Foto AFP)

Een T-shirt met daarop Hu Jia en zijn vrouw. (Foto AFP)Een T-shirt met daarop Hu Jia en zijn vrouw. (Foto AFP)

Precies een jaar geleden, 3 april, stond ik voor Volksrechtbank nummer 1 in het westen van Peking waar mensenrechtenactivist Hu Jia werd veroordeeld tot drieënhalf jaar cel wegens ‘subversieve activiteiten’. Hu kreeg de laatste jaren internationale bekendheid met zijn strijd voor meer openheid rond de ziekte aids. Afgelopen oktober kwam hij voor het laatst in het nieuws toen het Europees Parlement de Sacharov-mensenrechtenprijs aan hem toekende.

Inmiddels heeft Hu er dus al een jaar van zijn gevangenisstraf op zitten. Deze week beschreef Zeng Jinyan, de echtgenote van Hu, op de overzeese website Boxun.com hoe ze samen met haar dochter en schoonmoeder op bezoek gaat bij Hu Jia, die zijn straf uitzit in de gevangenis van Peking in de wijk Tuanhe.

“In de vroege morgen sta ik op. Ik kam mijn haar en maak mijn kind klaar om te gaan. Ik zeg tegen haar dat we papa vandaag opzoeken, waarop ze wijst naar een foto aan de muur. Als we aankomen bij de gevangenis en ons geregistreerd hebben, wacht Hu Jia al in de ontmoetingsruimte. Hij heeft veel gewicht verloren en zijn gezicht is ingevallen. De luidspreker valt een paar keer uit tijdens ons half uur durende gesprek, het glas is smerig waardoor we elkaar nauwelijks kunnen zien. Hu zegt dat hij geen eetlust heeft en slechts tweemaal per week een ei krijgt. Ik ben erg bezorgd. In 2006 werd hij 40 dagen gedetineerd. Toen hij de gevangenis uitkwam had hij levercirosse. Is hij nu weer ziek? De gevangenis is veel strikter geworden. De boeken die ik meebreng worden geweigerd en onze brieven worden gecensureerd. We kunnen nauwelijks lopende zaken met elkaar bespreken en we voelen ons niet op ons gemak in het bijzijn van zoveel gevangenisbewaarders.”