Gaba laat zijn kracht ontsnappen

De bibliotheek van Gaba's 'museum'. (Foto Gert Jan van Rooij) Rooij, Gert Jan van

Expositie: Meschac Gaba, Museum of Contemporary African Art & More. T/m 9/8 in De Paviljoens, Almere. Inl. depaviljoens.nl**

Zo moet het ongeveer gegaan zijn. Midden jaren negentig kwam de Beninse kunstenaar Meschac Gaba naar Nederland om aan de Amsterdamse Rijksakademie te studeren. Gaba (1961) was op dat moment geen groentje. In Benin had hij al ruim vijftien jaar als kunstenaar gewerkt, hij had in verschillende Afrikaanse landen geëxposeerd (Benin, Togo, Gabon) en diverse prijzen gewonnen. Maar eenmaal in Nederland telde dat niet meer. Gaba begon weer onderaan, moest zich de artistieke taal van ‘het Westen’ eigen maken, en zoeken naar een verhouding tussen de Afrikaanse en de westerse kunst.

Daarin slaagde hij pijlsnel: op de open dagen van de Rijksakademie in 1997 presenteerde hij in zijn atelier de eerste ‘zaal’ van een nieuw, groot project: een Museum of Contemporary African Art. Daarbij was duidelijk dat Gaba die titel op zijn minst voor een deel als een contradictio in terminis beschouwde: in zijn werk leek hij zich af te vragen of er wel zoiets als Afrikaanse hedendaagse kunst kon bestaan. Tegelijk weersprak hij die twijfel op de krachtigst mogelijke manier: in zijn atelier stond prachtig werk. Hoogtepunt was een oud, blokkig houten tafeltje waarop stapeltjes kleurige bankbiljetten lagen, uit verschillende landen. Op elk stapeltje lag een steen, onder het tafelblad waren goudklompjes uitgestald, als om de toeschouwer te herinneren aan de oorsprong van de waarde van die kleurige briefjes. Het tafeltje was een intelligent, gelaagd en prachtig kunstwerk.

En dus werd Gaba al snel opgepikt – naar goede Afrikaanse kunst was veel vraag in die dagen. Maar men vergat dat Gaba geen pril talent meer was, maar een gelouterde kunstenaar van 36.

Gaba moet, op zijn beurt, zo overweldigd zijn geweest door alle aandacht dat hij besloot zijn Museum daadwerkelijk uit te voeren: hij maakte twaalf installaties over de verhouding tussen kunst, geld, macht en publiek, in het westen en in Afrika. Van 1997 tot 2002 ging dit werk door heel Europa in première, van Amsterdam tot Maastricht en van Parijs tot Kassel.

Museum De Paviljoens in Almere brengt nu het hele Museum voor het eerst bij elkaar. Waarom dat door een museum niet eerder is gedaan, lijkt een raadsel, tot je de tentoonstelling rustig bekijkt – en beseft dat Gaba zijn talent door zijn vingers heeft laten glippen. Het Museum heeft nauwelijks meer iets met een museum te maken, maar is vooral een overkoepelend concept geworden waarin Gaba allerlei losse ideeën, performances en concepten heeft ondergebracht. Zo is er een Marriage Room, waarin foto’s, cadeaus en een video zijn te zien van het ‘performancehuwelijk’ dat Gaba in 2000 sloot met Alexandra van Dongen, conservator van Museum Boijmans Van Beuningen. En een Museum Restaurant, een replica van het restaurant dat Gaba in 1999 inrichtte in W139 en waar de maaltijden een soort performance werden.

Dat dit soort werk nogal modieus was, modern op een manier van rond de millenniumwisseling, is nog niet het pijnlijkste. Erger is dat duidelijk wordt dat Gaba, door zich steeds meer te richten op zulke ‘hippe’, maatschappijbetrokken kunst, zijn ware kracht heeft laten ontsnappen: het maken van indringende en confronterende beelden. De beste werken in De Paviljoens zijn bijvoorbeeld een koelkast vol geplukte kippen van plastic waar met grote oranje letters ‘reclame’ op staat, of een reeks dunne fragiele jurkjes behangen met geldsnippers.

Dat zijn allemaal beelden uit de jaren tot 2000. Daarna begint Gaba te performen en sust hij zijn beeldhouwersgeweten door op bijna alle objecten die in die performances figureren, snippers, flarden en cirkels van (echte) Beninse bankbiljetten te plakken. Die snippers, die al op de Rijksakademie opdoken, lijken als handtekening te fungeren, maar verhullen vooral dat Gaba nauwelijks meer een manier weet om zijn oeuvre bij elkaar te houden. Los zand. Visieloosheid. Zo is het Museum of Contemporary African Art in Almere geen glorieus overzicht geworden van een groots project, maar de stille getuige van wat er gebeurt als een veelbelovende kunstenaar zich het hoofd op hol laat brengen. Uiteindelijk bleef ik alsmaar rond het geldtafeltje dralen, dat trots midden in de ruimte stond: een magisch object waarin Gaba zijn beste krachten had samengebald.